Home > christendom > Een nieuwe kerkorde

Een nieuwe kerkorde

De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) krijgen een nieuwe kerkorde. Dat wil zeggen, als de komende Generale Synode daarmee instemt. In de pers is al één en ander uit die kerkorde onthuld. Dat gaf aanleiding tot commentaar, o.a. van de christelijke gereformeerde kerkrechtspecialist Herman Selderhuis. Op een aantal punten leverde hij kritiek (ND, 16.2.10). Ik licht er één bezwaar uit.

De kerkorde zegt: ‘De kerken, ambtsdragers en gemeenteleden leggen zich erop toe de kerkorde en de kerkelijke regelingen en besluiten in kerkelijke stijl na te leven.’ “Leggen zich erop toe? Ik ben dan geneigd te vragen: maar ben je er ook aan gebonden?” Daarover mag volgens Selderhuis geen misverstand bestaan.

In het ND van 24 februari reageert ds. F.J. Bijzet op deze kritiek. Hij wijst erop dat deze formulering niet nieuw is. Die werd al gebruikt vanaf 1978 en verving een formulering die al eeuwenoud was en die in feite hetzelfde uitsprak. Hij wijst erop dat dit geen uitdrukking van vrijblijvenheid is, maar wel een bepaalde ruimte open wil laten.

Het is goed dat ds. Bijzet hiervoor aandacht vraagt, al ben ik niet erg onder de indruk van de voorbeelden van vrijheid die hij noemt. Het is inderdaad wat overdreven ambtsdragers van een kerk uit te sluiten van deelname aan een classisvergadering wanneer ze hun credentiebrieven vergeten zijn. Aan de andere kant getuigt het niet van wijsheid deze omissie stilzwijgend te accepteren. Op die manier ontstaat al gauw het idee dat het er eigenlijk niet veel toe doet of je credentiebrieven bij je hebt of niet. Het is als met te laat komen: wanneer er nooit iets van gezegd wordt, gaat het van kwaad tot erger. En vijf minuten worden dan al gauw tien minuten. Iedereen kent het verschijnsel.

Het is inderdaad waar dat kerken een bepaalde vrijheid gelaten moet worden. Geen enkele kerkorde kan in alle gevallen voorzien en bovendien komen situaties voor waarin het rigoureus toepassen van de kerkorde ongewenste gevolgen zou kunnen hebben. Belangrijk is wel dat elke kerk bereid is zich voor een afwijking van de kerkorde te verantwoorden.

Toch is het de vraag of hiermee de kritiek geheel gepareerd is. Een kerkorde functioneert altijd in een bepaalde context. En de context van 1978 – en zeker die van de eeuwen daaraan voorafgaand – verschilt nogal van die van nu. Besluiten van kerkelijke vergaderingen en ook de kerkorde worden in toenemende mate als overbodige ballast of als irrelevant beschouwd. En waar de formulering oorspronkelijk functioneerde in een context waarin het naleven van de kerkorde als vanzelfsprekend gold, is dat nu niet meer het geval.

Dat heeft alles te maken met de manier waarop men tegen de kerkorde aankijkt. Voor velen is die niet meer dan een verzameling regeltjes. En het naleven daarvan wordt soms tegenover de liefde van Christus gesteld. Dat maakt niet alleen de discussie praktisch onmogelijk, maar creëert ook een valse tegenstelling. In reactie daarop moet de naleving van de kerkorde niet worden verdedigd met een uitspraak als ‘regels zijn regels’.

In beide gevallen wordt het karakter van de kerkorde miskend. Het gaat niet in de eerste plaats om administratieve regels, maar om beloften. De kerken van het kerkverband hebben met elkaar een aantal zaken afgesproken en beloven elkaar zich aan die afspraken te houden. Dat is geen Verdonkiaans ‘regel is regel’, maar navolging van Christus: ‘laat uw ja ja zijn en uw nee nee’.

Het woord ‘orde’ zal sommigen wellicht wat al te autoritair in de oren klinken. Het is opvallend dat Paulus in zijn eerste brief aan de Corinthiërs (14,33) tegenover wanorde niet ‘orde’ stelt, maar vrede. En dat is ook het uiteindelijke doel van de kerkorde: de vrede in de kerken te bevorderen en te bewaren. Wanneer men zich dat realiseert, is de kerkorde ineens niet meer zo’n ver-van-m’n-bed-show.

Een belangrijke functie van de Nederlandse grondwet is de individuele burger tegen de overheid te beschermen. Op dezelfde wijze beschermt de kerkorde de plaatselijke gemeente tegen heerszucht van meerdere vergaderingen en het individuele gemeentelid tegen heerszucht van voorgangers en kerkenraden. De kerkorde voorkomt dat ieder doet wat goed is in eigen ogen, tot schade van gemeenten en gemeenteleden.

Gezien de context van deze tijd pleit er veel voor de eerder genoemde bepaling in de kerkorde aan te scherpen. Daarbij zou gedacht kunnen worden aan de verplichting voor kerkenraden bij afwijking van de kerkorde een genabuurde gemeente te raadplegen.

Maar nog belangrijker is het uit te dragen dat de kerkorde niet in de eerste plaats een administratief, maar een voluit geestelijk karakter draagt.

Advertenties
Categorieën:christendom Tags: , ,
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: