Home > christendom, maatschappij, politiek > Wilders in de kerk

Wilders in de kerk

Het Nederlands Dagblad publiceerde op 26 februari de resultaten van een onderzoek onder voorgangers van protestantse kerkgenootschappen en gemeenten naar de sympathie voor de PVV en Geert Wilders onder hun leden. Slechts vijf procent denkt dat de PVV in hun gemeente ‘veel’ of ‘zeer veel’ aanhang heeft.

Dat valt mee. Maar: het gaat hier om een peiling. Zijn de resultaten representatief? Vergt een onderzoek onder kerkelijke voorgangers van verschillende ligging wellicht een andere manier van peilen dan de politieke voorkeur van kiezers?
Laten we aannemen dat de resultaten inderdaad representatief zijn. Bijna veertig procent zegt dat in hun gemeente geen PVV-kiezers zijn; “niet voor zover ik weet”, voegt men er voorzichtigheidshalve aan toe. En daar zit de angel.
Weten voorgangers wel welke politieke sympathieën hun gemeenteleden hebben? Zelfs buiten de kerk laten veel PVV-sympathisanten zich niet in de kaart kijken, uit angst voor negatieve reacties van hun omgeving.
Daar komt bij dat iets meer dan de helft van de voorgangers in preken weleens ingaat op de ideeën van Wilders – in kritische zin, mag men aannemen. Zulke preken zouden reacties kunnen oproepen van degenen die naar de PVV neigen. Maar bijna de helft brengt het onderwerp in preken dus niet ter sprake. Dan komen er dus ook geen reacties.

Ruim driekwart van de voorgangers is het eens met de stelling dat christenen niet op Wilders kunnen stemmen.
In de seculiere pers, die eerder met een mening klaarstaat dan de feiten onderzoekt wanneer het om kerk en geloof gaat, werd onmiddellijk een verband gelegd met het mandement van de rooms-katholieke bisschoppen van 1954. Maar dat verband is er helemaal niet. De bisschoppen verboden het lidmaatschap van het NVV – later opgegaan in het FNV -, maar het lidmaatschap van de PvdA werd slechts ontraden en overigens aan ieders geweten overgelaten. Over het stemmen op de PvdA lieten ze zich in het geheel niet uit. Dat is logisch, want door het stemgeheim is dit niet te controleren.

De verschillen met de aangehaalde opvattingen van de protestantse voorgangers zijn groot. Over het lidmaatschap van de PVV laten ze zich niet uit. Dat is begrijpelijk, want niemand kan lid worden van de PVV. Ze spreken zich tegen het stemmen op de PVV uit, maar niet als verbod. Zoals gezegd is een stemverbod zinloos, maar het past ook niet bij de status van voorgangers in protestantse gemeenten.

Besluiten van beleidsmatige aard worden – in elk geval in de reguliere kerken – door de kerkenraad genomen. Die zou kunnen  besluiten dat het openlijk steunen van de PVV reden is voor censuur. Maar waarschijnlijk zal hij daarover niet zelf een besluit nemen, maar de kwestie aanhangig maken binnen het kerkverband. En dat zou – bijvoorbeeld op het niveau van een Generale Synode – kunnen besluiten actieve steun voor de PVV als in strijd met de christelijke leer te veroordelen.

De kans dat dit zal gebeuren is niet groot. Dat heeft ook te maken met de geschiedenis. In 1936 veroordeelde de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken het nationaal-socialisme en het lidmaatschap van de NSB. Ook toen werd overigens niet over het stemgedrag gerept. Maar uit de resultaten van het onderzoek komt niet naar voren dat er voorgangers zijn die een parallel trekken tussen NSB en PVV. Een kerkelijk besluit zou zo’n gelijkstelling wel suggereren.

Onder de voorgangers zijn ook tegengeluiden. Die zijn tweeërlei.
In de eerste plaats wijzen sommigen op het karakter van de Islam dat door kerken en kerkleden miskend zou worden. Het valt niet te ontkennen dat sommige kerkelijke uitspraken van de PKN enige reden geven voor die opvatting. Maar dat heeft eerder een theologische dan een politieke achtergrond. Wie de exclusiviteit van het christelijk geloof opgeeft, ondermijnt elke kritische benadering van de Islam. Maar voorgangers die daarover klagen – en die zijn vooral binnen de PKN te vinden – moeten bij zichzelf te rade gaan of zij van zo’n kerkverband deel willen uitmaken.
Bij kerken die de verkondiging van het Evangelie onder moslims hoog op de agenda hebben staan, valt van enige naïviteit ten aanzien van de Islam weinig te bespeuren. Hun kritiek richt zich niet zozeer op de politieke en maatschappelijke aspecten van de Islam, maar vooral op de geloofsleer. En dat is de meest radicale kritiek die denkbaar is. Wat als politieke en maatschappelijke uitwassen van de Islam worden beschouwd, zijn immers uitvloeisel van de geloofsleer. Een betere manier tegen de islamisering van Nederland dan evangelisatie onder moslims is niet denkbaar.

Dat raakt het tweede tegengeluid: de vrees voor islamisering. Men is bang voor de groei van de Islam en vreest op termijn een islamitische overheersing. Zulke vrees behoort met cijfers te worden onderbouwd, maar daarvan is geen sprake. Dat kan ook niet, want de cijfers wijzen in geen enkel opzicht in de richting van een zodanige groei van de Islam dat die maatschappelijk overheersend zou kunnen worden.
De klachten die in uit het onderzoek naar voren komen, betreffen overigens meestal het gedrag van niet-moslims. Wanneer op een middelbare school in het vak levensbeschouwing meer aandacht wordt besteed aan de Islam dan aan het christendom, kan men dat toch de moslims niet verwijten? De belangrijkste oorzaak van de vrees voor islamisering is het onderwerpingsgedrag van sommige autochtonen en autochtone instellingen. Dat heeft alles te maken met een gebrek aan eigen identiteit. Wie zelf niets te bieden heeft, kan zich niet verweren tegen wie dat wel heeft.

Een predikant merkt op dat “de secularisten en libertijnen in Nederland tien keer gevaarlijker voor de kerk dan moslims” zijn. Anderzijds spreken sommigen er hun verbazing over uit dat in de kerk wel gewaarschuwd wordt tegen de PVV maar niet tegen partijen als D66 of GroenLinks.
Laatstgenoemde partijen zullen op leden van de rechtzinnige christelijke kerken niet veel aantrekkingskracht uitoefenen, gezien hun antichristelijke programma’s. Daarin ligt het onderscheid met de PVV die claimt op te komen voor de ‘joods-christelijke cultuur’. Daardoor laten sommige christenen, die bang zijn dat de christelijke cultuur geheel verloren gaat, zich verblinden. De werkelijkheid is dat de PVV niet alleen anti-islamitisch, maar antireligieus en dus ook antichristelijk is.

Het is bepaald niet overbodig wanneer juist in christelijke kerken het antichristelijke karakter van Wilders en consorten wordt ontmaskerd.

Advertenties
  1. Nog geen reacties.
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: