Home > christendom > Open avondmaal in de GKV?

Open avondmaal in de GKV?

Binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) bestaat nogal wat onrust. Allerlei redenen daarvoor komen in de pers naar voren. Soms leidt de verontrusting tot een zich onttrekken aan de gemeenschap van deze kerken of tot afscheiding van een deel van een gemeente. Maar ook onder kerkleden die zover niet willen gaan, groeit de afstand tot de kerk. Dat kan leiden tot verminderd kerkbezoek of een zich grotendeels afzijdig houden van kerkelijke activiteiten.

Eén van de onderwerpen waarover ongerustheid bestaat is de avondmaalsviering. En daarbij gaat het dan vooral om de vraag wie tot het avondmaal wordt toegelaten. Aan de orde is niet de vraag of niet teveel gemeenteleden aan het avondmaal gaan. Dat is vooral bij de bevindelijke kerken een belangrijk onderwerp. Hier gaat het om de vraag of kerkgangers die niet tot een zusterkerk behoren, niet te gemakkelijk tot de avondmaalsviering worden toegelaten. Kennelijk zijn er leden van de GKV die deze vraag bevestigend beantwoorden. Dat kan althans worden opgemaakt uit een artikel van ds. L.W. de Graaff in de Gereformeerde Kerkbode, waaruit het Nederlands Dagblad van 6 maart j.l. citeerde.

Binnen de GKV waren de regels altijd strikt: in principe werden alleen belijdende leden van zusterkerken – dat wil zeggen: andere gemeenten binnen het kerkverband – tot de viering van het avondmaal toegelaten. Daarbij werd ook nog eens verlangd dat men een attest van de eigen kerkenraad kon overleggen, waaruit bleek dat men in de eigen gemeente gerechtigd was het avondmaal te vieren. In 2005 stelde de Generale Synode nieuwe regels vast waarin plaatselijke kerken de vrijheid werd gelaten ook gasten uit kerken waarmee geen zusterkerkrelatie wordt onderhouden, toe te laten. Volgens critici is dat de oorzaak dat er soms sprake is van een (half) open avondmaalstafel.

Ds. De Graaff is van mening dat men zich daarvoor niet op de synoderegels kan beroepen. “Als er hier en daar sprake van openstelling zou zijn, komt dat niet door de bewuste synode-uitspraken.” Hij concludeert uit die uitspraken: “De kerken hebben in hun vergaderingen uitgesproken dat voor mensen uit nietzusterkerken dezelfde toelatingseisen gelden als voor hen die via hun openbare geloofsbelijdenis toetreden tot de viering van het Heilig Avondmaal. En van belang is dat deelname dienstbaar is aan de opbouw van het lichaam van Christus, de plaatselijke kerk. Toevallige passanten uit niet-zusterkerken kunnen niet zomaar na een kort gesprekje of na ondertekening van een formulier aanschuiven aan het avondmaal.”

Er kan wel geconcludeerd worden dat er iets is veranderd ten aanzien van de toelating tot het avondmaal. Daarvan zijn de genoemde regels van 2005 het bewijs. Of er inderdaad hier en daar sprake is van een ‘(half) open avondmaalstafel’ is niet zonder meer duidelijk. Voor de gemeente is het niet goed mogelijk zicht te krijgen op de criteria die gehanteerd worden. De beslissingsbevoegdheid ligt bij de kerkenraad. Dat geldt overigens ook wanneer doopleden belijdenis gaan doen en langs die weg toegang krijgen tot het avondmaal. Weliswaar kan de gemeente bezwaar maken tegen openbare geloofsbelijdenis, maar alleen kerkenraadsleden zijn aanwezig bij het onderzoek naar kennis en motivatie. Ook wanneer iemand van buiten de kerk toetreedt tot de gemeente, is het de kerkenraad die daarover beslist.

Het is niet doenlijk bij iedere gast uit een kerk waarmee geen zusterkerkrelatie bestaat, publiek te motiveren waarom hij wordt toegelaten. Hier wordt van de gemeente vertrouwen in de kerkenraad gevraagd. Maar uiteraard gaat de maatschappelijke tendens alles en iedereen te wantrouwen, ook aan de kerk niet voorbij.

Dat neemt niet weg dat het gewenst is het handelen van de kerkenraad in dezen kritisch te volgen. Kerkenraden kunnen ook wantrouwen ten aanzien van hun toelatingsbeleid opwekken, wanneer ze twijfel laten bestaan over de manier waarop bijvoorbeeld met de belijdenis over de kerk wordt omgegaan. Want dat heeft directe gevolgen voor de toelating tot het avondmaal. Gezamenlijk avondmaal vieren is immers een uitdrukking van gemeenschappelijk geloof. Niet voor niets gaat aan de viering van het avondmaal het belijden van het geloof vooraf. Wie al te snel leden van andere kerken het etiket ‘broeder’ of ‘zuster’ opplakt en verschillen in belijdenis negeert, zal niet zoveel problemen hebben met gasten aan het avondmaal die de gereformeerde belijdenis niet onderschrijven.

In dit verband moet op een misverstand worden gewezen dat nogal eens naar voren komt in discussies over dit en aanverwante onderwerpen. Bij het vieren van het avondmaal wordt één van de oecumenische belijdenisgeschriften gebruikt, de Apostolische Geloofsbelijdenis of de Geloofsbelijdenis van Nicea. Sommigen menen dat het dan ook voldoende is wanneer gasten deze onderschrijven. Wie zich realiseert hoeveel kerken deze belijdenis hanteren, begrijpt dat dan in feite iedereen die zich christen noemt, kan worden toegelaten. In de rooms-katholieke kerk is de Geloofsbelijdenis van Nicea zelfs een vast onderdeel van de mis. Maar waarschijnlijk zal niemand bepleiten ook rooms-katholieken tot de avondmaalsviering toe te laten.

Als je gezamenlijk avondmaal viert, is het immers ook van belang dat er eenheid is in de visie op de betekenis van het avondmaal, zoals die met name in de avondmaalsformulieren wordt verwoord. En daarover lopen de opvattingen van Rome en Reformatie nog steeds fundamenteel uiteen. En de visie op het avondmaal staat op haar beurt weer niet los van andere elementen van de belijdenis. Het ligt dus voor de hand dat van een gast verwacht wordt dat hij de leer van de kerk waar hij aan het avondmaal wil deelnemen, onderschrijft.

Er is nog een reden gasten niet te gemakkelijk toe te laten tot de viering van het avondmaal. Wanneer men wel samen avondmaal viert, maar desondanks kerkelijk gescheiden optrekt, wringt er iets. Kerkelijke verdeeldheid en gemeenschappelijk avondmaal staan in wezen haaks op elkaar. Samen avondmaal vieren mag de pijn van de kerkelijke verdeeldheid niet wegnemen. Het zou die pijn juist extra voelbaar moeten maken. Bij de toelating van gasten aan het avondmaal zal dat ter sprake moeten komen, zeker wanneer het om mensen gaat die regelmatig als gast het avondmaal meevieren.

Advertenties
  1. dekker
    14 juli 2013 om 08:21

    bestaat de GKV nog wel? ook in het ligt van de kerkelijke eenheid die prof. Douma voorstelt. waar er bij uitgegaan te kijken naar wat ons bind en niet naar wat ons scheid. is dit niet een beetje de deuren open zetten om inbreken te voorkomen. volgens mij is de gkv al pkn alleen hebben ze het nog niet helemaal door.

  1. 24 februari 2011 om 11:03

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: