Home > christendom > Het kerklied en de kerkliedjes

Het kerklied en de kerkliedjes

“De bisschoppelijke censor van het bisdom Den Bosch heeft onlangs bepaald dat een aantal kerkliederen niet meer gezongen mag worden in de rooms-katholieke liturgie”, meldde Katholiek Nederland onlangs. De censor, pastoor Mennen uit ‘s-Hertogenbosch, behoort daarvoor argumenten aan te dragen. Dat doet hij ook.

Daartoe behoren “dat een lied theologisch niet klopt, niet conform de aard van de liturgie is, niet over God gaat, of gewoonweg te banaal is. Dat laatste is volgens de censor het geval bij Wij gaan de weg van oude woorden. ‘Dit lied is te banaal om in de rk-liturgie gebruikt te kunnen worden. De gemeenschap bespreekt zichzelf; het lied mist in grote mate christelijke geloofsinhoud.'”

Ik ken dat lied niet noch de andere liederen die in de verschillende persberichten genoemd worden. Dat een aantal van die liederen gedicht is door Huub Oosterhuis heeft direct al kwaad bloed gezet en tot de verdachtmaking geleid dat het er vooral om gaat hem een hak te zetten. Zoals zo vaak bij meningsverschillen worden de zaken direct weer persoonlijk gemaakt. Dat is nogal zwak en lijkt vooral bedoeld te zijn om een inhoudelijke discussie uit de weg te gaan.

“De Kerk schrijft voor, zegt de bisschoppelijke censor in Katholiek Nederland Radio, dat liturgische gezangen in eerste instantie Bijbelteksten zijn. Vrije composities moeten theologisch juist zijn, ondubbelzinnig en liturgisch bruikbaar.” Daar lijkt me weinig op af te dingen. Juist dat eerste punt zal bij de liederen van Huub Oosterhuis een probleem zijn. Theologisch kan hij als vrijzinnig worden beschouwd en dat zal in sommige van zijn liederen wel naar voren komen.

Ook elders heeft de censor van zich laten horen. In het Nederlands Dagblad van 18 maart j.l. is te lezen dat door de censor van het aartsbisdom Utrecht Lied 328 uit het Liedboek voor de Kerken is afgekeurd. Dat begint zo: “Here Jezus, om uw woord / zijn wij hier bijeengekomen”. “Te protestants in zijn visie op de samenkomst, luidde het oordeel van de censor van het aartsbisdom.” Rome en Reformatie liggen nog steeds mijlenver uit elkaar, zo mag daaruit geconcludeerd worden.

Intussen is het wel terecht dat dit lied dan wordt afgekeurd. In reformatorische kerken worden tenslotte ook geen liederen gezongen waarin Maria wordt vereerd als ‘moeder Gods’ of het kruis wordt aangesproken. Liederen behoren “theologisch juist” te zijn, dat wil zeggen dat ze niet in strijd mogen zijn met de leer van de kerk. Dat geldt voor gereformeerde kerken en de rooms-katholieke kerk in gelijke mate. Dat er nu pas wordt opgetreden tegen de wildgroei van ‘kerkliedjes’, zoals de kop in het ND ze noemt, is wel merkwaardig. Jarenlang heeft men deze zaak laten versloffen. Dat er protest komt wanneer dan eindelijk wordt opgetreden, is begrijpelijk. Een kerk kan niet zonder censuur. Een kerk die daarmee geen ernst maakt, moet daarvan te zijner tijd de wrange vruchten plukken.

Theologische maatstaven leveren op zichzelf geen probleem op. Moeilijker wordt het als ook de stijl ter sprake komt. De berichten over de ten aanzien daarvan aangelegde criteria zijn enigszins verwarrend. Volgens het Nederlands Dagblad zegt Mennen dat de tekst niet al te dichterlijk moet zijn – “een normaal mens moet het kunnen begrijpen”. Op de site van Katholiek Nederland klinkt het toch wat anders. “‘Ze mogen wel poëtisch zijn, liefst wel.’ De poëtische beelden moeten door de gelovigen echter wel worden begrepen, zegt Mennen.”

Laten we het er maar op houden dat de liederen wel poëtisch moeten zijn, maar niet zodanig dat een ‘normaal mens’ het niet kan begrijpen. Dat roept wel wat vragen op. Wat is een ‘normaal mens’? Natuurlijk moet een lied begrijpelijk zijn. Het is tenslotte de bedoeling dat de gemeente – of gemeenschap, zoals roomsen dat noemen – het zingt en daarmee moet het een lied van de gemeente zijn. Maar mag niet verwacht worden dat de gelovigen enige moeite doen een lied te begrijpen? Eén van de kwaliteiten van de cantates van Bach – en van veel andere religieuze muziek uit zijn tijd – is dat er meerdere lagen in zitten. Dat betekent dat je er steeds weer nieuwe dingen in ontdekt. Zo zou dat eigenlijk met een kerklied ook moeten zijn. Voor veel liederen uit het Liedboek voor de Kerken geldt dat ook.

Elders heb ik enige tijd terug geschreven over het oprukken van de evangelische liedcultuur in reformatorische kerken. Het zogenaamde ‘opwekkingsrepertoire’ bestaat voor het grootste deel ook uit ‘liedjes’. Ze zijn meestal eendimensionaal en hebben slechts één laag – na drie keer lezen ontdek je er niets meer in dan de eerste keer. Ze missen elke diepgang en gaan daardoor snel vervelen. Ze leggen ook alles uit; er blijft niets te raden over. En zowel tekstueel als muzikaal zijn die liedjes meestal onder de maat.

Wat meer kritische zin bij het toelaten van liederen die in de liturgie een plaats kunnen krijgen, zou wel gewenst zijn. Wat dat betreft kunnen de reformatorische kerken aan de censoren van de rooms-katholieke kerk een voorbeeld nemen. Een beoordeling naar theologische criteria vindt daar wel plaats. Maar naar kwaliteit wordt nauwelijks gekeken. Over smaak valt te twisten, over kwaliteit niet.

En ook een toetsing op liturgische bruikbaarheid is geen overbodige luxe. Maar dat is een lastige opgave als een duidelijke en en bijbels gefundeerde visie op liturgie ontbreekt.

Advertenties
  1. Nog geen reacties.
  1. 30 oktober 2011 om 20:58
  2. 26 maart 2012 om 19:35

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: