Home > christendom, kerk > Een roomse ketter

Een roomse ketter

Pastoor Mennen uit ‘s-Hertogenbosch heeft weer van zich doen spreken. Enige tijd geleden deed hij – in zijn hoedanigheid als censor van zijn bisdom – een aantal kerkliederen in de ban. Vooral het feit dat vooral liederen van Huub Oosterhuis het moesten ontgelden, trok de aandacht. Nu heeft Mennen Oosterhuis als ‘ketter’ gebrandmerkt. Dat kwam hem, en vooral de rooms-katholieke kerk, op een uitbrander van de commentator van Trouw te staan.

Daar zal Mennen vast niet van wakker liggen. Ook de storm van kritiek die na zijn uitbanning van een aantal van Oosterhuis’ liedjes losbarstte, heeft hij kennelijk gelaten over zich heen laten gaan. De commentator van Trouw heeft op één punt wel gelijk. Hij wijst erop dat de kerk op dit moment wel wat anders aan haar hoofd heeft. Daarbij doelt hij uiteraard op de ophef over het sexueel misbruik van kinderen en jeugdigen door geestelijken in het verleden. De rooms-katholieke kerk heeft nogal wat moeite daarop adequaat te reageren. In dat licht is het begrijpelijk dat het commentaar begint met de zin: “Alsof de rooms-katholieke kerk wereldwijd nog niet genoeg in crisis verkeert, heeft de Nederlandse rk kerk er zelf nog een nieuwe kwestie bij geschapen.”

Als gereformeerd mens heb ik van nature niet veel sympathie voor roomse geestelijken die mensen voor ‘ketter’ uitmaken. Dat oordeel heeft in het verleden ook diegenen getroffen die op grond van de Schrift afstand moesten nemen van leer en leven van de roomse kerk. En we weten wat met sommigen van hen gebeurd is. Nu wordt tegenwoordig de soep niet meer zo heet gegeten. Oosterhuis komt niet op de brandstapel terecht en zelfs excommunicatie is niet erg waarschijnlijk. Niettemin, het gebruik van het woord ‘ketter’ roept onaangename associaties op.

De Reformatie heeft een meer schriftuurlijke manier ontwikkeld om de leer van de kerk te bewaken. Het publiek gebruik van de term ‘ketter’ of een equivalent daarvan is in onbruik geraakt, ook al doen sommige websites en weblogs anders vermoeden. Maar de gereformeerden hebben met het badwater niet ook het kind weggegooid.

Censuur is een wezenlijk onderdeel van de kerk van Christus. De Nederlandse Geloofsbelijdenis laat er – in navolging van de Schrift – geen misverstand over bestaan dat binnen de kerk de Schrift het eerste en het laatste woord heeft. Binnen de kerk mogen over allerlei zaken verschillende opvattingen bestaan. Maar als het om de leer gaat is er geen ruimte honderd bloemen te laten bloeien.

De Trouw-commentator spreekt van ‘persoonlijke aanvallen’ en meent dat door Oosterhuis als ‘ketter’ te brandmerken, ook al zijn liederen verdacht zijn. Dit is een teken van onze tijd. Kritiek op bepaalde opvattingen wordt vaak direct op de persoon betrokken en geïnterpreteerd als een aanval op de integriteit van degene die zulke opvattingen huldigt. Het scheiden van personen en zaken is een kunst, die in onze tijd nog maar weinigen beheersen.

Wat moeten gereformeerden hiermee? Is dit niet een interne roomse aangelegenheid? Ik denk van niet. Het commentaar in Trouw is een teken dat censuur op steeds meer onbegrip en zelfs verzet stuit, ook – misschien juist wel vooral – bij degenen die hun wortels in de kerkelijke wereld hebben. En ook al functioneert de censuur (of tucht) binnen de gereformeerde kerken nog steeds, dat wil niet zeggen dat ze immuun zijn voor de gedachten die in het commentaar in Trouw naar voren komen.

Wanneer een ambtsdrager wordt geschorst vanwege openbare zonde, kan dat meestal wel op begrip rekenen. Maar als het om de leer gaat, wordt het een ander verhaal. De huidige tendens is immers dat het belangrijker is dat je gelooft dan wat je gelooft. De leer van de kerk mag niet op grote belangstelling rekenen.

Ik durf er niet mijn hand voor in het vuur te steken dat alle ambtsdragers in de gereformeerde kerken de gereformeerde belijdenis in al haar onderdelen zonder mitsen en maren voor hun rekening nemen. Natuurlijk, het recht van de kinderdoop wordt nog wel uitgedragen. Maar als een echtpaar in de gemeente daar wat moeite mee heeft, zouden we dat dan niet op z’n minst moeten dragen? Ook over het werk van de heilige Geest waren opvattingen rond, die op z’n minst discutabel zijn in het licht van wat de kerk daarover belijdt.

En wat de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de kerk zegt kan naar mijn indruk op weinig sympathie rekenen. Wanneer men daarmee wel wil instemmen, wordt daaraan soms zo’n uitleg gegeven dat de angel eruit is en niemand er zich meer een buil aan kan vallen. Het bezoeken van kerkdiensten van een ander kerkverband en zelfs het daar vieren van het avondmaal hebben ook alles met de leer van de kerk te maken. Kritiek daarop stuit op onbegrip en weerstand, en de toegenomen tolerantie ten aanzien van die verschijnselen lijkt bijna vanzelfsprekend te zijn.

In dat licht is de commotie over de uitspraken van pastoor Mennen en de manier waarop binnen en buiten de rooms-katholieke kerk op zijn uitspraken wordt gereageerd, minder ver weg dan het lijkt. Ook de censuur binnen de gereformeerde kerken staat onder druk, wat in hoge mate samenhangt met de verminderde aandacht voor de leer van de kerk.

In allerlei gemeenten worden leerdiensten gehouden. Daar is niets tegen, maar daarmee heeft men een wiel uitgevonden dat al bestond. Wie vindt dat de leer meer aandacht verdient, zou eens kunnen beginnen er de hand aan te houden dat de Heidelbergse Catechismus regelmatig behandeld wordt in de erediensten. Dan is ook direct het ‘probleem’ dat de twee zondagse erediensten teveel op elkaar lijken, opgelost.

  1. Nog geen reacties.
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: