Home > kerk > Een kudde zonder herders?

Een kudde zonder herders?

Het is een klacht die in gereformeerde kring nogal eens te horen is: er wordt geen leiding meer gegeven. Niet zelden gaat dit gepaard met een verwijzing naar de tijd toen dat heel anders was. Ook prof. J. Douma doet dat op zijn website, waar hij op 28 augustus j.l. een uitvoerige bijdrage publiceerde (in de rubriek ‘Het christelijk leven’, par. 4.15 – 4.24) waarin hij vooral de ontwikkelingen in de gereformeerde pers onder de loep neemt.

De teneur van zijn betoog wordt direct duidelijk in de openingszinnen van par. 4.16, die handelt over De Reformatie. “Veel lezers hebben het gevoel dat zij geen begeleiding in hun kerkelijk leven meer krijgen. Het ontbreken van mensen die als leider en gids in de pers hun broeders en zusters een duidelijke weg wijzen, is niet toevallig. De overtuigingskracht om in allerlei kwesties een duidelijk en beslist antwoord te geven, is verzwakt.” Hoewel hij aanvankelijk spreekt over begeleiding, wordt in de tweede zin al duidelijk dat hij doelt op leiding. En dat is toch wat anders dan begeleiding.

Douma’s observatie valt moeilijk te weerleggen, of men zijn mening betreffende de oorzaak nu deelt of niet. De gereformeerde wereld is sterk veranderd en dat geldt zeker ook voor de media die Douma met name noemt: De Reformatie en het Nederlands Dagblad. Hij is van mening dat van deze organen geen leiding meer uitgaat. Ik kan me voorstellen dat zijn vaststelling door de redacties van de desbetreffende bladen niet eens weersproken wordt.

Hoewel ik veel van zijn kritiek op de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken kan onderschrijven, vraag ik me toch af of Douma hier zijn pijlen wel op het juiste doel richt. Zijn de genoemde media wel in de positie om leiding te geven? Ze hebben dat in het verleden inderdaad gedaan. Maar op grond waarvan? En moeten we naar de tijd terugverlangen dat De Reformatie en het Gereformeerd Gezinsblad – zoals het Nederlands Dagblad vroeger heette – leiding gaven aan het gereformeerde volksdeel?

Ik wil in enkele bijdragen hierover wat schrijven. In deze eerste bijdrage ga ik in op het onderwerp leiding geven.

Het is een niet te loochenen feit dat na de Vrijmaking verschillende personen en instanties een leidinggevende rol speelden in het gereformeerde leven. Douma noemt als voorbeeld De Reformatie en met name de bijdragen die de hoogleraren aan de (toen nog) Theologische Hogeschool daaraan leverden. Op grond waarvan gaven ze leiding?

In elk geval niet op grond van enige ambtelijke bevoegdheid. Hoogleraren werden en worden bij hun benoeming geëmeriteerd als predikant. Dat betekent dat ze van hun verantwoordelijkheid voor een kerkelijke gemeente worden ontslagen. In plaats daarvan krijgen ze de taak studenten toe te rusten voor hun taak als voorganger van een kerkelijke gemeente. Er is geen sprake van dat aan het ambt van hoogleraar de verantwoordelijkheid verbonden is leiding te geven in het kerkverband.

Hoogleraren in Kampen hebben dus niet de taak, maar ook zelfs niet de bevoegdheid leiding te geven aan het kerkelijk leven. Ze hebben dat in het verleden wel gedaan. Of ze daar bewust naar gestreefd hebben of zelfs gedacht hebben dat dat hun taak was, doet niet ter zake. Feit is dat ze leiding gaven. Ze deden dat echter niet op grond van enige ambtelijke bevoegdheid, maar omdat hun leiding door veel kerkleden werd aanvaard. Door hun positie en door het gewicht van wat ze zeiden en schreven hebben de professoren – en niet alleen zij overigens – een belangrijke rol kunnen spelen in de ontwikkeling van het gereformeerde leven. Er is geen enkele reden daarover de staf te breken. In veel gevallen is hun leiding de Gereformeerde Kerken tot zegen geweest, zoals in het kerkelijke conflict van de jaren ’60 van de vorige eeuw. Maar het is goed zich te realiseren dat de leiding die zij gaven, verbonden was aan gezag dat hun werd toegekend, niet aan gezag dat ze op grond van hun ambt konden opeisen.

Dat relativeert ook de klachten over het gebrek aan leiding vanuit Kampen. Ik laat voor dit moment de vraag liggen of die klachten terecht zijn. Ik beperk me nu tot twee opmerkingen. Ik weet niet of de hoogleraren die nu aan de Theologische Universiteit verbonden zijn, zich bewust zijn van het feit dat zij geen ambtelijke bevoegdheid bezitten om leiding te geven aan het kerkelijk leven. Wanneer dat wel het geval is en zij zich om die reden terughoudend opstellen in de discussies die binnen de Gereformeerde Kerken gevoerd worden, lijkt me dat winst.

De tweede opmerking heeft betrekking op de aanvaarding van de leiding van – bijvoorbeeld – de hoogleraren in Kampen. Ik merkte al op dat in vroeger tijden de hoogleraren leiding gaven omdat die door kerkleden werd aanvaard. Daarvan is nu geen sprake meer. Veel kerkleden hebben moeite leiding van wie ook te aanvaarden, inclusief de eigen kerkenraad. Dan mag iemand die zich niet op enige ambtelijke bevoegdheid om leiding te geven kan beroepen, zeker niet verwachten dat zijn leiding aanvaard wordt.

Ik trek dit door naar De Reformatie, die vele jaren het belangrijkste orgaan was dat de hoogleraren in Kampen gebruikten om leiding te geven. Het is in verband met dit onderwerp relevant zich te realiseren dat De Reformatie – in tegenstelling tot bijvoorbeeld De Wekker in de Christelijke Gereformeerde Kerken – nooit een officieel kerkelijk orgaan was en ook nu niet is. De uitgever en de redactie waren (en zijn) geen verantwoording verschuldigd aan enige kerkelijke vergadering. Net zoals de hoogleraren leiding konden geven doordat hun gezag door kerkleden aanvaard werd, zo was de positie van De Reformatie in de Gereformeerde Kerken gebaseerd op het gewicht dat de kerkleden eraan toekenden. Daardoor en dankzij het feit dat het blad in elk geval door meelevende kerkleden veel gelezen werd kon het een belangrijke rol in het kerkelijk leven spelen.

En daarmee kom ik bij de laatste factor die hier aandacht moet krijgen. Zelfs wanneer De Reformatie ernaar zou streven leiding te geven aan het gereformeerde leven zoals dat enkele decennia geleden nog gebeurde, zal dat weinig concreet effect hebben. Het maatschappelijke verschijnsel van de ‘ontlezing’ gaat ook de kerk niet voorbij. Wanneer een blad nauwelijks gelezen wordt, is alleen al om die reden het geven van leiding een vrijwel onbegonnen karwei.

Wat hier over De Reformatie is opgemerkt, geldt mutatis mutandis ook voor het Nederlands Dagblad. Pieter Jongeling heeft in zijn functie als hoofdredacteur van het Gereformeerd Gezinsblad, later omgedoopt tot Nederlands Dagblad, ongetwijfeld grote invloed uitgeoefend in de gereformeerde wereld. Uit de biografie van ND-journalist Herman Veenhof, waarnaar ik in een eerdere bijdrage al eens verwees, komt naar voren dat die rol hem min of meer is overkomen. Maar toen hij die positie eenmaal had, heeft hij niet geaarzeld ook leiding te geven. Of hij dat als een goddelijke opdracht zag of niet doet verder niet terzake. Feit is dat ook hij leiding gaf zonder daartoe op grond van een ambt geroepen te zijn. Zijn leiding werd aanvaard, door zijn positie, door het gewicht van wat hij schreef en door de positie die zijn krant in de gereformeerde wereld innam.

Van die leiding heeft de gereformeerde wereld geprofiteerd en daarvoor mag men dankbaar zijn. Maar de wereld is veranderd. In gereformeerde kring is een abonnement op het Nederlands Dagblad niet meer vanzelfsprekend. Wat voor De Reformatie geldt, is ook van toepassing op het Nederlands Dagblad: minder lezers betekent ook minder invloed. En wat de hoofdredacteur schrijft, wordt hooguit als één van de vele meningen beschouwd. Wanneer men al leiding zoekt in allerlei actuele maatschappelijke en ethische kwesties, zijn er veel opiniemakers – ook in christelijke kring – bij wie men te rade kan gaan. Voor weinigen heeft daarbij de hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad nog per definitie een streepje voor.

De vraag is dus of Douma met zijn kritiek wel voldoende rekening houdt met de geschetste omstandigheden, en of hij in het licht daarvan de door hem bekritiseerde persorganen wel recht doet.

Voordat ik daarop inga, moet eerst iets anders aan de orde komen. Wanneer de gereformeerde pers geen leiding meer geeft, zijn de gereformeerden dan een kudde zonder herders geworden? Of moeten we de herders toch ergens anders zoeken dan aan de Broederweg in Kampen of aan de Hermesweg in Barneveld?

Advertenties
  1. Nog geen reacties.
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: