Home > christendom, kerk, maatschappij > Geloven doe je samen

Geloven doe je samen

De voorpagina van het Nederlands Dagblad van 26 maart j.l. had een opvallende kop: “Ouders van homo’s geven liberalere uitleg Bijbelteksten”. Uit een onderzoek dat werd uitgevoerd te behoeve van een masterscriptie aan de Protestantse Theologische Universiteit in Kampen blijkt dat een flink aantal ouders van een homosexueel kind in orthodox-christelijke kring geneigd zijn teksten over homosexualiteit in de bijbel uit te leggen op een manier die vaak weinig verschilt van wat in meer liberale segmenten van de christelijke kerk gebruikelijk is. Een boek met alle resultaten en analyses daarvan zal later dit jaar verschijnen.

Het gaat me in deze weblog niet om het onderwerp homosexualiteit, maar eerder om de manier waarop de bijbel gelezen wordt. Je zou kunnen zeggen dat de desbetreffende ouders de bijbel contextueel lezen, dat wil zeggen door een bril die door hun persoonlijke omstandigheden gekleurd is. Voordat iemand daar direct de staf over breekt, is het wel goed zich te realiseren dat het praktisch onmogelijk is de bijbel niet contextueel te lezen. Strikte objectiviteit bestaat niet en er zijn waarschijnlijk geen twee gelovigen die bij het lezen van een bepaalde tekst precies hetzelfde ervaren. Bijbellezers zijn geen onbeschreven vellen papier. Ze brengen van alles mee wanneer ze de bijbel lezen: hun opvoeding, de traditie waarin ze zijn opgegroeid, de omgeving waarin ze verkeren en ook hun persoonlijke omstandigheden.

Er is op zichzelf niets mis met een contextueel lezen van de bijbel. Daarbij moet dan wel onderscheid gemaakt worden tussen verschillende vormen van contextueel lezen. Het is duidelijk dat de tijd waarin de lezer zich bevindt en zijn omstandigheden invloed hebben op wat hem in de bijbel speciaal aanspreekt. Wie in een derde-wereldland leeft zal in de bijbel andere dingen beklemtonen dan wie in een welvarend land woont. Teksten over slavernij zullen lezers in het rijke Westen niet direct aanspreken. Dat wil niet zeggen dat zulke teksten irrelevant geworden zijn, maar er moet wel een bepaald soort vertaalslag gemaakt worden om te begrijpen wat ze voor onze tijd en onze maatschappelijke omstandigheden betekenen. Het is ook logisch dat gelovigen die niet gehuwd zijn (geweest) en geen relatie hebben (gehad), enige afstand ervaren tot bijbelgedeelten die over het huwelijk gaan. Deze contextualiteit is onvermijdelijk. En zolang dit niet leidt tot een onderscheid tussen Schriftgedeelten met meer en met minder gezag is daar ook niets op tegen.

Er is ook een ander soort contextualiteit, en daarvan is de bovengenoemde houding een voorbeeld. Het is begrijpelijk dat ouders er moeite mee hebben wanneer hun kind weliswaar niet met het christelijk geloof wil breken, maar wel een weg gaat die in hun kring – familie, vrienden, de kerk – als in strijd met Gods wil wordt beschouwd. Onverkort vasthouden aan de daar heersende opvattingen kan het gevoel doen ontstaan dat men z’n eigen kind afvalt. De neiging de uitgangspunten die men altijd heeft gehanteerd, bij te stellen, is dan groot. De keuze voor een homosexuele relatie is slechts één voorbeeld. Het kan ook gaan om de keuze voor een andere kerk of geloofsgemeenschap of om bepaalde geloofsopvattingen, bijvoorbeeld betreffende de kinderdoop. Het zou me helemaal niet verbazen als veel gereformeerde ouders die er nooit aan twijfelden dat hun kerk de kerk van Christus was, de verschillen tussen kerken en groepen zijn gaan relativeren, mede onder invloed van de keuzen die hun kinderen gemaakt hebben.

Het zou wat te eenvoudig zijn de schuld hiervoor alleen de ouders in de schoenen te schuiven. Het is ook de geest van de tijd die hierbij een rol speelt. De dominante mentaliteit is immers dat iedereen zelf bepaalt wat waarheid is. De vraag van Pilatus, “Wat is waarheid?”, drukt het gevoelen van onze tijd goed uit. Wie zal bepalen wat waarheid is? Je komt die houding voortdurend tegen. De Christenunie zegt dat alle christenen welkom zijn als lid. Maar, werpt iemand tegen, dat geldt dan niet voor homosexuelen die een relatie hebben, want daar is de Christenunie tegen. En, volgt daarop dan vaak, alleen maar vanwege haar specifieke opvatting ten aanzien van homosexualiteit. Ook in andere discussies is dat steeds weer het refrein: wie geeft mensen het recht hun opvatting tot maatstaf te verklaren?

Hier raken we een fundamenteel punt. Hoe weet iemand dat zijn opvatting in overeenstemming is met de Schrift? Zoals eerder opgemerkt, het is vrijwel onmogelijk de bijbel niet contextueel te lezen. En dan is dus direct de vraag: hoe kan ik er zeker van zijn dat ik de bedoeling van de Schrift recht doe, wanneer ik daaruit een bepaalde opvatting over, bijvoorbeeld, een ethisch vraagstuk destilleer? Deze vraag is niet te beantwoorden zolang we ons opsluiten in het enge kader van het individualisme dat het maatschappelijke klimaat bepaalt. Daarin wordt ieder mens op zichzelf teruggeworpen en moet hij zelfstandig beslissen wat waarheid is.

Hiermee wordt de mens overvraagd. Niemand kan een zaak van alle kanten in alle objectiviteit bekijken. Uiteindelijk kan niemand er ooit zeker van zijn dat hij het bij het rechte eind heeft en de juiste beslissing heeft genomen. De consequentie van het individualisme is òf een oeverloos relativisme – de waarheid bestaat niet – òf een voortdurende martelende onzekerheid over de juistheid van een opvatting of beslissing.

Het individualisme heeft ertoe geleid dat er nauwelijks nog iets te bedenken valt waarover brede maatschappelijke consensus bestaat. Daarin heeft de kerk zich lange tijd onderscheiden van ‘de wereld’. Maar dat onderscheid wordt steeds kleiner. Want ook binnen de kerken – inclusief kerken van orthodoxe signatuur – neemt de consensus af. Over allerlei zaken lopen de meningen uiteen en soms lijkt het erop alsof er evenveel meningen als gelovigen zijn. Daarin laat zich de toenemende invloed van het individualisme aflezen. Nu is het een goede zaak wanneer kerkleden individueel zich bezinnen op de consequenties van de Schrift voor allerlei zaken van het concrete dagelijkse leven. Het onderzoeken van de Schrift om antwoorden op actuele vragen te vinden kan niet genoeg gestimuleerd worden. Maar daarbij mag de kerkelijke gemeenschap niet buiten beeld blijven.

Wie belijdt dat de kerk een gemeenschap van de heiligen is, moet zich daaraan ook iets gelegen laten liggen. Dat betekent concreet dat men de resultaten van de persoonlijke bezinning aan die gemeenschap voorlegt en dat men bereid is zich te laten corrigeren. Het betekent anderzijds ook dat de kerkelijke gemeenschap mensen die zich voor ingrijpende vragen gesteld zien, niet in de kou laat staan. Want geloven doe je samen.

Er is over dit onderwerp nog wel meer te zeggen. Ook zaken als kerkverband en kerkorde hebben hiermee te maken, evenals kerkelijke relaties over de grenzen heen. Die komen bijvoorbeeld op de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) van Harderwijk aan de orde. Ik kom daar in een volgend artikel op terug.

Advertenties
Categorieën:christendom, kerk, maatschappij
  1. Nog geen reacties.
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: