Home > christendom, kerk > Missiedrang kent grenzen (2)

Missiedrang kent grenzen (2)

De laatste aflevering van deze weblog ging over de grenzen in de evangelisatie. De aanleiding daartoe was De Grote Jezus Quiz, die de EO op Tweede Paasdag uitzond. Deze aflevering sluit daar in zekere zin op aan. Ook hier gaat het om de vraag hoe ver christenen mogen gaan om ongelovigen voor het evangelie te winnen. De aanleiding is nu een bericht in het Nederlands Dagblad van 21 april j.l., waarin wordt gemeld dat de gemeente die uit het kerkplantingsproject Stroom is voortgekomen, een verzoek heeft ingediend als zelfstandige gemeente in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) (GKV) te mogen worden opgenomen. Het adres van dat verzoek ligt voor de hand, want dit project is uit die kerken voortgekomen, met name de gemeente van Amsterdam (Centrum).

Eén en ander leidde echter tot onenigheid binnen de classis Amsterdam-Leiden, die hierover een beslissing moet nemen. Er zijn verschillende factoren die verklaren waarom Stroom niet zonder slag of stoot tot het kerkverband wordt toegelaten. In het bericht wordt vooral gewezen op het feit dat drie vrouwen deel uitmaken van de oudstenraad. Die is in feite wat in gereformeerde kerken de kerkenraad is. Deze vrouwen hebben daarmee de status van ambtsdrager. Maar de GKV kennen geen vrouwelijke ambtsdragers en het openstellen van het ambt voor vrouwen is tot op heden door kerkelijke vergaderingen altijd met principiële argumenten afgewezen. Overige verschilpunten komen hooguit zijdelings aan de orde. Kerkplanter Martijn Horsman wordt als volgt geciteerd: “[We] vragen aanvaard te worden zoals we nu zijn, want dit is de christelijke gemeenschap die we geworden zijn, inclusief hoe we het heilig avondmaal vieren, de doop bedienen en de leiding hebben ingevuld.” Het beleid ten aanzien van de doop kwam al eens aan de orde in een artikel in het Nederlands Dagblad op 12 november 2010 over de dooppraktijk in verschillende protestantse kerken (zie De doop onder vuur). In de Stroomgemeente worden alle kinderen gezegend en daarnaast ondergaan degenen die gedoopt worden “het complete ritueel”, zoals het werd uitgedrukt.

Het is van belang hier te noteren dat het besluit dienaangaande door de classis werd goedgekeurd. Dat werpt wel een bepaald licht op de huidige meningsverschillen op dezelfde classis. Wat is er veranderd? Ten aanzien van het besluit betreffende de doop schreef ik in bovengenoemd artikel: “De zegening is hier regel, de doop uitzondering. Op deze manier wordt de kinderdoop gereduceerd tot een spécialité de la maison voor wie daarop prijs stelt. Een Schriftuurlijke basis ontbreekt daarvoor geheel, evenals voor de praktijk van het zegenen van pasgeboren kinderen. Kerkelijke afspraken daarover bestaan ook niet. Hoe je het ook wendt of keert, ook hier wordt de kinderdoop als wezenlijk element van de leer van de Schrift ondermijnd.”

Men zou met recht kunnen beweren dat de bezwaren tegen de kerkelijke praktijk bij Stroom een beetje mosterd na de maaltijd zijn. Met betrekking tot de doop had men al een concessie gedaan aan de inmiddels gegroeide praktijk. Waarom zet men dan nu de hakken in het zand? Heeft dat te maken met de ambtelijke status van enkele vrouwen? Zou dat meer tegen de Schrift ingaan dan de dooppraktijk in deze gemeente? Het is in dit verband dienstig erop te wijzen dat de gereformeerde belijdenis zich over de vraag of vrouwen een kerkelijk ambt mogen bekleden, niet uitlaat. De doop wordt daarentegen uitvoerig behandeld. Heeft de classis, door in te stemmen met het compromis over de doop, de slag niet al verloren en wordt in feite nu geen achterhoedegevecht gevoerd?

Hoe de onderhavige kwestie moet worden opgelost is volstrekt onduidelijk. Volgens een verklaring van de classis lagen de standpunten zover uiteen dat van een besluit nog geen sprake kon zijn. In het najaar wordt de zaak opnieuw geagendeerd en in de tussentijd zal door gesprekken gepoogd worden nader tot elkaar te komen. Ik zou eigenlijk niet weten hoe men hier tot een voor alle zijden bevredigende oplossing kan komen. Daarvoor is de in de Stroomgemeente gegroeide praktijk te ver verwijderd van wat in de GKV gebruikelijk is. De oorzaak moeten deze kerken – en dan met name die in de classis – vooral bij zichzelf zoeken. Wanneer dit kerkplantingsproject vanaf het begin duidelijk kerkelijk was ingekaderd en ook naar buiten toe geen onduidelijkheid was geschapen over de (toekomstige) identiteit, zou het probleem zich niet – of niet in die mate – hebben voorgedaan. Het feit dat Horsman meldt dat pas na een “heftig intern debat” besloten is binnen de GKV te blijven is veelzeggend. Daarover had nooit onduidelijkheid mogen bestaan, gezien het feit dat dit project van de GKV uitging.

Er is vanaf het begin een grote mate van vrijblijvendheid in het project geslopen. Dat komt ook tot uitdrukking in het identiteitsdocument waarin de visie op de gemeente is vastgelegd. Die gaat vooral over het hoe van het geloven en het gemeente-zijn, maar nauwelijks over de inhoud van het geloof. Het document suggereert een grote mate van vrijblijvendheid. Die indruk wordt bevestigd door de manier waarop Horsman volgens het Nederlands Dagblad tegen de meningsverschillen binnen het kerkverband aankijkt. “Natuurlijk is het gesprek met elkaar over wat de Bijbel daarover zegt mogelijk, zegt hij. ‘Daarom heb je elkaar als kerken nodig.’ Maar dat is wat anders dan afspraken aan elkaar opleggen op een manier die geen ruimte biedt aan nieuwe missionaire gemeenschappen die nu eenmaal niet gevormd zijn naar de vrijgemaakte kerkcultuur.” Wat is de zin van gesprekken over wat de Bijbel zegt, wanneer die volstrekt vrijblijvend zijn? En behoren de manier waarop doop en avondmaal bediend worden en de wijze waarop de kerk geregeerd wordt tot de ‘vrijgemaakte kerkcultuur’ of zouden die iets met de gereformeerde religie te maken kunnen hebben, zoals die in de belijdenis wordt verwoord?

Wat vanaf het begin is scheefgegroeid valt nauwelijks meer recht te zetten. Als de gemeente wordt toegelaten onder de voorwaarde dat ze de gegroeide praktijk op een aantal punten aanpast aan die van het kerkverband zal dat ongetwijfeld tot gevolg hebben dat een aantal leden van de gemeente zal afhaken. Zij zouden zich om de tuin geleid kunnen voelen omdat de gemeente uiteindelijk een andere identiteit aanneemt dan waarmee ze zich aanvankelijk had gepresenteerd. Daar hebben ze dan nog gelijk in ook. Dat had voorkomen kunnen worden wanneer er vanaf het begin duidelijkheid was geweest over de gereformeerde identiteit van de kerkplantingsgemeente en er duidelijke grenzen waren getrokken ten aanzien van de aanpassing aan de cultuur van de doelgroep.
Een toelating zonder voorwaarden is alleen mogelijk wanneer men aanvaardt dat de gereformeerde religie in verschillende smaken verkrijgbaar is en de belijdenis reduceert tot één van de mogelijke interpretaties van de Schrift. Daarmee is dan wel de principiële basis onder de binding van ambtsdragers aan de belijdenis weggevallen. Die kan men dan beter bij het grofvuil zetten.

Maar dan zijn de Gereformeerde Kerken wel opgehouden gereformeerd te zijn.

Advertenties
  1. 23 april 2012 om 10:26

    Interessante blog over de situatie rond Stroom. Je hebt in zekere zin gelijk: binnen de GKv heeft men zich nooit goed gerealiseerd dat er wel eens problemen zouden kunnen optreden rond de instituering van kerken die voortkomen uit gemeentestichting. Als je zoveel los laat in het proces van gemeentestichting, hoe kun je dan verwachten dat je op de uitkomst kunt sturen?

    Volgens mij zijn twee diingen wel belangrijk om naast jou verhaal te zetten:
    1) Jij lijkt identiteit als een ‘vast gegeven’ te beschouwen. Maar daarvoor is het een veel te complex verschijnsel. Identiteit, ook gereformeerde identiteit is voortdurend in beweging, Daarom ook is identiteit niet te vatten in een verwijzing naar gereformeerde geschriften van 400 jaar oud, alleen al omdat die documenten over de afgelopen eeuwen de facto een heel andere functie hebben gekregen in het gereformeerde leven.

    2) het klinkt natuurlijk wel heel helder: ‘van te voren duidelijkheid geven over he gereformeerde karakter van de kerkplantingsgemeenten’, Maar wie dat wil moet niet aan kekrplanting doen. Gemeentestichtiing zoekt juist de contextualisatie van het evangelie in een specifieke cultuur (net zo goed als de gereformeerde tradtiie zoals wij die kennen een vorm van contextueel kerk zijn is). Duidelijkheid is mooi, maar gemeentestichting is juist een proces waarin de duidelijkheid niet vooraf gegeven moet worden, maar in een contextueel proces gevonden moet worden. Ik ben eigenwijs genoeg om juist in dat proces een gereformeerde beweging te zien. En in Stroom een gereformeerde kerk.

  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: