Home > christendom, kerk > Stroomversnelling

Stroomversnelling

Enige tijd geleden schreef ik op deze weblog een artikel over de missiegemeente Stroom in Amsterdam, die het resultaat is van een kerkplantingsproject van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt). De gemeente heeft een verzoek ingediend bij de classis Amsterdam-Leiden als zelfstandige gemeente tot het kerkverband te worden toegelaten. Dat leverde veel onenigheid op, vooral vanwege de kerkelijke praktijk die afwijkt van wat binnen de GKV is afgesproken en gebruikelijk is. Dit najaar zullen de kerkenraden uit de regio overleggen hoe met dit verzoek moet worden omgegaan.

Dit is voor een aantal leden van de GKV aanleiding geweest een appèl op te stellen, waarin erop wordt aangedrongen aan het verzoek van de Stroomgemeente geen gehoor te geven. Het appèl is ondertekend door 43 personen, daaronder 26 (emeritus-)predikanten. Men heeft het appèl niet op een website gezet met het verzoek aan leden van de GKV het te ondertekenen. Dat is verstandig: het gaat niet om de macht van het getal maar om de kracht van het argument.

De kracht van het argument is hier dat de appellanten geen persoonlijke visie ten beste geven waarover te discussiëren valt, maar gewoon verwijzen naar wat binnen het kerkverband van de GKV is afgesproken. Daarover zou geen verschil van mening mogen bestaan. Wie van mening is dat bepaalde afspraken zouden moeten worden gewijzigd of afgeschaft, kan dat aan de orde stellen volgens de regels die daarvoor zijn afgesproken.

Voor de nauwelijks verholen verontwaardiging van ds. W. van der Schee, waarvan het Nederlands Dagblad van 31 augustus melding maakt, is dan ook geen enkele grond. Er zou eerder reden voor verontwaardiging zijn wanneer predikanten niet aan de bel zouden trekken, wanneer de binding aan de gereformeerde belijdenis ter discussie wordt gesteld. Want dat is één van de kernpunten in deze kwestie. Het pijnpunt is de opstelling van het appèl als zodanig. Volgens ds. Van der Schee is dat “niet erg fatsoenlijk”. Waarom dat het geval zou zijn maakt hij niet duidelijk. De leiding van de Stroomgemeente erkent dat de opstellers uitgaan van de juiste feiten. Dus dat kan geen reden zijn de opstelling van het appèl te bekritiseren.

Ds. Van der Schee beschouwt het appèl als een uiting van wantrouwen. Eén van de opstellers, prof. J. Douma, geeft hem gelijk. “Twintig jaar geleden, en misschien wel tien jaar geleden, hadden we dit niet gedaan. Wij staan voor het gereformeerde standpunt dat nu volkomen in discussie is. Daarom is de actie nu niet ongepast.” Voor wantrouwen is alle reden. Het probleem waarmee de classis Amsterdam-Leiden geconfronteerd wordt, is er immers één van eigen makelij. Wanneer de kerk van Amsterdam-Centrum en de classis vanaf het begin duidelijk waren geweest over de identiteit van de te stichten gemeente, was dit probleem niet ontstaan. Ik laat nu maar in het midden of hier sprake is van nalatigheid dan wel van een bewuste poging het breekijzer in de identiteit van de Gereformeerde Kerken te zetten.

Hoezeer de belijdenis over de kerk onder druk staat laat ds. Matthijs Haak in zijn artikel ‘Wie gelooft nog in de kerk?’ (ND, 1.9.12) aan de hand van sprekende voorbeelden uit de praktijk zien. In hetzelfde nummer van het Nederlands Dagblad staat een reactie op het appèl van Peter Wieringa, adviseur kerkplanting en evangelisatie, en ds. Bram Beute. Daarin wordt op z’n minst gesuggereerd dat de kerk zich zou moeten ontwikkelen tot een gemeenschap waarin de leer van de kerk en kerkverbandelijk gemaakte afspraken voor sommigen wel en voor anderen niet bindend zijn.

De besluitvorming over de Stroomgemeente kan de ontwikkelingen binnen de GKV in een stroomversnelling brengen. De beslissing die de classis Amsterdam-Leiden zal nemen en de manier waarop het kerkverband daarop zal reageren zullen een indicatie zijn van de richting waarin deze kerken zich in de nabije toekomst zullen bewegen. De opstellers van het appèl doen een beroep op alle betrokkenen ervoor te waken dat de kerken zich blijven bewegen binnen de bedding van de Schrift die door de gereformeerde belijdenis wordt gemarkeerd. Het is te hopen dat zal blijken dat dit appèl niet nodig was geweest.

Advertenties
  1. J. de Groot
    1 september 2012 om 09:59

    Het is betreuringswaardig dat het nodig is om zo te moeten schrijven. Maar helaas bittere noodzaak. Laten we hopen en bidden dat de classis A’dam besluiten nemen die tot heil en eenheid v/d de kerk zijn.

  2. 1 september 2012 om 14:49

    Johan, goed dat je meedenkt. Overigens wel volledig citeren uit het ND: “in grote lijnen gaat het appel wel uit van de juiste feiten, maar nuances ontbreken”. En nuances zijn belangrijk. Ik wordt bijvoorbeeld een beetje moe van de voortdurende suggestie dat wij de belijdenis zouden afwijzen. Dat heb ik nergens beweerd, maar wordt wel voor waar aangenomen.

    Verder ga je aan een ander belangrijk punt voorbij: het is mijn inziens goed christelijk en kerkelijk gebruik om eerst een nadere verklaring te vragen, voor je over gaat tot een publieke veroordeling. Ook bij jou proef ik op geen enkele manier de behoefte aan gesprek. Een vorige reactie van mij op een post van jou over Stroom bleef onbeantwoord. Dat is jammer.

  3. 2 september 2012 om 21:30

    Martijn,

    Bedankt voor je reactie.
    Je brengt een aantal punten naar voren waarop ik kort wil ingaan.
    Ik begin met het laatste: je verwijt me niet te zijn ingegaan op jouw reactie op het eerdere artikel waarnaar ik in de laatste bijdrage verwijs. Ik heb die nog eens doorgelezen. Ik stel vast dat je me daarin geen vraag stelt waarop ik antwoord zou moeten geven. Je geeft alleen je mening over enkele punten die ik naar voren bracht. Ik had niet de indruk dat je daarop weer een reactie van mij verwachtte.
    Bovendien is mijn weblog geen discussieforum. De vorm is daarvoor niet geschikt. Ik had de mogelijkheid te reageren ook kunnen blokkeren. Ik heb ervoor gekozen de lezer de gelegenheid te geven te reageren, maar daaraan mag niet het recht op een reactie van mijn kant worden ontleend.
    Een dialoog tussen alleen jou en mij lijkt me niet erg zinvol. Dat brengt me direct op jouw opmerking betreffende het vragen van een nadere verklaring. Ik ben helemaal niet in de positie jou of de Stroomgemeente om een nadere verklaring te vragen. Jij noch de gemeente zijn verplicht mij uitleg te verschaffen. Ik ben maar een privépersoon die op zijn privéweblog een aantal gedachten betreffende actuele zaken op het christelijk erf formuleert. Ik zou niet weten op grond waarvan ik het recht zou hebben iemand om een nadere verklaring te vragen of iemand de plicht zou hebben zich tegenover mij nader te verklaren. Dat lijkt me eerder iets voor kerkelijke vergaderingen.
    Je suggereert dat ik in mijn weblog de Stroomgemeente publiekelijk veroordeel. Ik zie niets dat zo’n suggestie rechtvaardigt. Ook in mijn eerste artikel dat aan deze problematiek is gewijd, zie ik niet direct een veroordeling. Ik probeer vooral aan te geven wat de aard van het probleem is en waarom een status van gemeente binnen het kerkverband van de GKV onmogelijk is.
    Je schrijft: “Ik wordt bijvoorbeeld een beetje moe van de voortdurende suggestie dat wij de belijdenis zouden afwijzen. Dat heb ik nergens beweerd, maar wordt wel voor waar aangenomen.” Misschien, maar niet door mij en voorzover ik kan zien ook niet door de opstellers van het appèl. Dat is volgens mij ook niet het punt. Ik ben in mijn eerste artikel ingegaan op de dooppraktijk in de Stroomgemeente. Ik heb daaruit niet de conclusie getrokken dat zij de kinderdoop verwerpt. Mijn kritiek is dat de kinderdoop geen exclusieve status heeft. En daarmee komen we bij het centrale punt in zowel mijn artikelen als het appèl. Het gaat er niet om dat de Stroomgemeente zich tegen de gereformeerde belijdenis keert. De kwestie is dat die belijdenis als één van de opties wordt gehanteerd. Dan is het logisch dat de Stroomgemeente de ambtsdragers niet aan die belijdenis wil binden.
    Op zichzelf kan ik best begrip hebben voor het feit dat een kerkplantingsgemeente een wat ander karakter heeft dan de kerken waarvan het initiatief tot kerkplanting is uitgegaan. Maar de consequentie daarvan is dan dat zo’n gemeente geen volwaardige plaats binnen het kerkverband kan innemen. En wanneer zo’n kerkplantingsgemeente niet in alle opzichten een gereformeerd karakter draagt, kan dat alleen aanvaard worden als een overgangssituatie. Maar wanneer bij voorbaat de belijdenis al facultatief gesteld wordt, ontbreekt ook de motivatie om er naartoe te werken dat die gemeente uiteindelijk een voluit gereformeerde gemeente wordt die zich kan voegen bij het kerkverband.

  4. Eelco
    3 september 2012 om 08:08

    Douma zegt: “Twintig jaar geleden, en misschien wel tien jaar geleden, hadden we dit niet gedaan.”

    Tsja…. Douma geeft dus zelf toe dat het appel helemaal NIETS te maken heeft met het houden van afspraken. Dat het een kwestie van wantrouwen is.

  5. 6 september 2012 om 11:41

    Johan,

    Dank dat je de moeite neemt om te reageren. En natuurlijk wil ik je nergens toe dwingen en zal ik het feit dat deze blog niet bedoeld is als forum verder respecteren. Wel ziet hier een problematische kant aan: je zegt dat wij niet met elkaar in gesprek hoeven (je spreekt veel in termen van rechten en plichten, waarom?) en dat het gesprek op kerkelijk vergaderingen gevoerd moet worden. Allereerst wordt er in mijn ervaring helemaal niet echt een gesprek gevoerd op kerkelijke vergaderingen, dat is juist de zwakte van het systeem. En in de tweede plaats: je wilt wel opinie maken op deze blog, maar geen gesprek voeren? Dat vind ik een merkwaardige houding en bovendien erg improductief en (met alle respect) weinig christelijk. Meen je werkelijk dat we geroepen zijn enkel te ‘zenden’ en de wederkerigheid te vermijden? Besef je zelf niet, dat als we dat doen de verhoudingen allang ontspoord zijn tegen de tijd dat we uberhaupt in gesprek komen, zeker als dat op een kerkelijke vergadering is?

    Mijn excuses dat ik te snel gesproken heb van ‘oordeel’ van jouw kant. Als je dit niet zo bedoelt, geloof ik dat graag. Er is dan wel iets dat ik niet snap: hoe kijk jij tegen het kerkverband aan? is dat een groep gelijkgezinde kerken die nu eenmaal bepaalde regels hebben en als je daar bij wilt horen moet je je gewoon aan die regels houden? Klaas Schilder zou zich omdraaien in zijn graf! Het kerkverband wil toch vormgeven aan de christelijke oecumene? Een kerkverband wil toch niet anders dan vormgeven aan de wezenlijke eenheid in Christus? Dat vind ik tenminste en daarom vind ik een beroep op afspraken e.d. zo weinig overtuigend. Elke kerkelijke afspraak is voorlopig en het is aan gezamenlijke kerken om telkens opnieuw te zoeken naar wat in de lijn van het evangelie is. Dat is de reden dat wij het verzoek gedaan om deel uit te maken van het kerkverband, wat geen louter formele stap is, maar een verzoek aan de mede-christenen die ons de afgelopen jaren hebben uitgezonden en gesteund: zegen ons en onze oudsten en erken ons als een kerk van Christus.

  6. 9 september 2012 om 13:12

    Martijn,

    Ik ga voorbij aan je opmerkingen over deze weblog en wat ik daarmee voorheb. Het lijkt me niet zinvol daarover in discussie te gaan. Ik respecteer je opvatting daarover, maar deel die niet.
    Belangrijker is wat een kernpunt in deze kwestie is: de kijk op de regels die in een kerkverband worden gehanteerd. Jij lijkt te denken dat degenen die bezwaar maken tegen de toelating van de Stroomgemeente in het kerkverband de kerkorde en andere kerkelijke afspraken als een soort wet van Meden en Perzen beschouwen, die niet veranderd kan worden. Dat is niet het geval. De kerkorde staat – uiteraard – onder de Schrift en heeft zelfs niet de status van belijdenis. Wanneer de kerken in hun kerkelijke vergaderingen tot de conclusie komen dat bepaalde afspraken gewijzigd of afgeschaft moeten worden, is dat geen probleem. Maar dan wel onder twee voorwaarden. Het gaat om afspraken van het kerkverband, die uiteindelijk op het niveau van de Generale Synode worden vastgesteld. Die kunnen dus niet per classisbesluit worden veranderd. Het impliceert bovendien dat iedereen zich daaraan houdt totdat de GS een ander besluit heeft genomen. Vervolgens moeten eventuele wijzigingen het resultaat zijn van een principiële discussie, die niet wordt vervuild door allerlei overwegingen van andere aard, zoals de angst een kerkplantingsgemeente kwijt te raken of mensen voor het hoofd te stoten. Dat is het probleem met het verzoek van de Stroomgemeente. Door zelf besluiten te nemen en een manier van kerk-zijn te omarmen die niet verenigbaar zijn met de in het kerkverband geldende afspraken en dan van dat kerkverband te verwachten dat het daarmee akkoord gaat, zet de Stroomgemeente de discussie over de zin van bepaalde kerkelijke regels onder druk waardoor het onvermijdelijk is dat oneigenlijke overwegingen daarin een rol gaan spelen.
    Tenslotte wijs ik er nog eens op – zoals ik dat al eerder deed (Een nieuwe kerkorde) – dat het hier niet om een verzameling administratieve regeltjes gaat en dat kerken zich er niet aan moeten houden vanuit de gedachte “regels zijn regels”, zoals de vroegere minister Verdonk dat eens zei. Het gaat om wat kerken binnen een kerkverband aan elkaar hebben beloofd. Het spreekt vanzelf dat ze zich aan die beloften houden, in overeenstemming met de leer van Christus: “Laat uw ja ja zijn en uw nee nee”. Wie opkomt voor de trouw aan het gegeven woord handelt meer in de gezindheid van Christus dan wie een gemeenschap van kerken onder druk zet om beloften te breken.

  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: