Home > Uncategorized > Obama’s wake-up call

Obama’s wake-up call

Verkiezingsuitslagen vragen om analyses. Die vind je dan ook in groten getale in de media. Dat was het geval na de laatste verkiezingen voor de Tweede Kamer, het gebeurt nu na de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

De Amerikaanse kiezers besloten in meerderheid de zittende president Obama nog een kans te geven. Dat mag wel zo geformuleerd worden, want van het enthousiasme van vier jaar geleden was weinig meer te bespeuren. Velen waren teleurgesteld in wat hij heeft bereikt. Dat men desondanks zijn stem aan hem heeft gegeven kan worden geïnterpreteerd als vooral een stem tégen de Republikeinse kandidaat Mitt Romney. Het omgekeerde kwam overigens ook voor. Michel van der Hoek, een Amerikaan met Nederlandse wortels die regelmatig in het Nederlands Dagblad zijn licht laat schijnen over de Amerikaanse politiek en zijn Republikeinse sympathieën niet onder stoelen of banken steekt, moest bekennen dat hij eerder tégen Obama dan vóór Romney had gestemd.

In deze weblog bekijk ik de actualiteit uiteraard vooral vanuit christelijk oogpunt. En ook dan zijn de Amerikaanse verkiezingen interessant. Terwijl in ons land christenen nauwelijks nog gewicht in de schaal leggen bij verkiezingen is dat in de Verenigde Staten heel anders. Vooral in de Republikeinse partij spelen ze een belangrijke rol. Je merkt het in de campagne van de kandidaten: ze proberen te voorkomen dat ze behoudende christenen tegen zich in het harnas jagen. Dus verzekeren ze hun potentiële kiezers bijvoorbeeld dat ze tegen abortus zijn en dat ze de legalisering van het homohuwelijk afwijzen. Dat levert nogal eens ongemakkelijke situaties op. Want vooral Romneys staat van dienst laat op ethisch vlak weinig consistentie zien. Dat heeft onder sommige christenen wantrouwen gewekt. Daar komt nog bij dat ze het geloof van de Mormonen, waartoe Romney behoort, niet als christelijk beschouwen.

Eén en ander heeft ertoe geleid dat onder Amerikaanse christenen, die – vooral sinds Ronald Reagan – in overgrote meerderheid steun gaven aan Republikeinse presidentskandidaten, dit keer soms een andere keuze maakten of besloten niet te gaan stemmen. Wanneer dat alleen zou samenhangen met de persoon en denkbeelden van Romney was voor de Republikeinen de ramp nog te overzien. Romney houdt de politiek voor gezien en over vier jaar kunnen de Republikeinen met een nieuwe kandidaat komen, die het bij orthodoxe christenen wellicht beter doet. Maar zo eenvoudig is het niet. Analisten hebben vastgesteld dat de blanke Amerikanen steeds meer een minderheid worden. Vooral de latino’s nemen sterk in aantal toe en dat geldt ook voor andere minderheidsgroepen, zoals de zwarten en de Aziaten. En onder die groepen hebben de Republikeinen nauwelijks aanhang.

Dat is vooral daarom opmerkelijk, omdat die etnische groepen op ethisch vlak in meerderheid vrij conservatief zijn. Die zouden zich dus bij de Republikeinen eigenlijk meer thuis moeten voelen dan bij de Democraten, die daarin veel liberaler zijn. Toch stemmen ze voor het grootste deel op die Democraten. Dat heeft vooral met sociaal-economische overwegingen te maken. Ze verwachten van de Republikeinen niet veel en stellen hun hoop voor de verbetering van hun positie eerder op de Democraten. Dat is geen wonder: vooral zwarten en latino’s zijn sterk vertegenwoordigd onder de laagste inkomensgroepen. Daar zit een probleem voor de Republikeinen.

Wanneer hun presidentskandidaten steeds uitstralen dat ze vooral de belangen van de blanke bovenklasse willen behartigen, kunnen ze de onderklassen er moeilijk van overtuigen dat hun belangen bij hen in veilige handen zijn. Het is gemakkelijk te zeggen dat mensen niet op grond van hun belangen maar van hun principes moeten stemmen. Maar wanneer Romney en – zelfs in nog sterkere mate – zijn running mate Paul Ryan – nota bene rooms-katholiek – uitdragen dat ze willen bezuinigen op de sociale zekerheid, tegen hogere belastingen voor de rijkste Amerikanen zijn en niets willen weten van Obama’s plannen betreffende de ziektekostenverzekering, kan men van de meest kwetsbare groepen niet verwachten dat ze hun enthousiast hun stem zullen geven.

In het Nederlands Dagblad van 10 november j.l. legt Jan van Benthem de vinger op de zere plek. Volgens hem is “de politieke agenda van de Republikeinse partij (…) vooral die van een radicaal kapitalisme geworden, naast een fanatiek beleden geloof in de zelfredzaamheid van de burgers.” Hij wijst erop dat niet alleen latino’s, maar ook vrouwen moeite hebben met deze koers en dat veel christelijke vrouwen om die reden hun stem aan Obama hebben gegeven. En daarom, schrijft hij, moet er “meer ‘omzien naar de naaste’ in het programma komen, in plaats van ‘omzien naar de belastingverlaging'”.

Wellicht kan de uitslag van de verkiezingen dienen als een wake-up call voor Amerikaanse christenen. Ze hebben zich de laatste decennia heel druk gemaakt om de ‘ethische waarden’ van Amerika. Die hebben ze wel erg eenzijdig ingevuld. Op 7 november wist het Nederlands Dagblad het volgende te melden: “In 1979 werd 12 procent van het totale bedrag aan salarissen in New York verdiend door de bovenste één procent. In 2009 wist die ene procent maar liefst 44 procent van alle salarissen op te zuigen. Daarbij is een belangrijk deel van de middenklasse verdreven uit het domein van redelijke tot goede salarissen.” Dat is niet alleen maatschappelijk en economisch desastreus, het kan ook ethisch niet door de beugel. Er zijn ook nog andere thema’s die voor christenen van belang zouden moeten zijn. In zijn column in het Nederlands Dagblad van 5 november schrijft voormalig redacteur buitenland Aad Kamsteeg: “Ethiek houdt niet op bij gezinswaarden, maar heeft ook te maken met wapenbezit, milieu en illegale immigranten.”

In dit verband wil ik nog wijzen op het interessante artikel van Jan Schinkelshoek, oud-lid van de Tweede Kamer voor het CDA, in het Nederlands Dagblad van 10 november j.l.: “Wilders is geen fascist. Maar is Nederland immuun voor fascisme?” Hij verwijst daarin naar een analyse van historicus A.A. de Jonge, die tot de conclusie was gekomen dat tussen de twee wereldoorlogen de christelijke partijen door hun sociaal heterogene samenstelling een tegenwicht vormden tegen de middelpuntvliedende krachten en “dit heeft in belangrijke mate tot het behoud van de democratie bijgedragen”. Die sociaal heterogene samenstelling was het gevolg van het besef dat ethiek het hele leven bestrijkt en ook met arbeids- en inkomensverhoudingen te maken heeft.

Dat inzicht is bij veel Amerikaanse christenen nog niet doorgedrongen. Ze zien wel in dat de presidentsverkiezingen en de uitslagen van allerlei referenda als nederlagen voor de christelijke politiek moeten worden beschouwd. Maar hoe zullen ze daarop reageren? Met activisme en een verscherpte polarisatie tegen de Democraten en andere ‘liberale’ krachten zal men het tij niet kunnen keren. Er is eerst iets anders nodig: een grondige bezinning op wat het christelijk geloof voor politiek en maatschappij betekent. Daarvoor is dan wel een andere omgang met de Schrift nodig dan de fundamentalistische, die wordt gekenmerkt door selectief lezen en het isoleren van een aantal ‘fundamentele’ geloofswaarheden, los van het geheel van de Schrift. Pas wanneer heel de Schrift opengaat krijgt men oog voor de betekenis van het christelijk geloof voor heel het leven. Het uitdragen van een christelijke persoonlijke ethiek wordt pas geloofwaardig wanneer over de christelijke publieke ethiek niet gezwegen wordt.

Advertenties
  1. Nog geen reacties.
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: