Home > christendom, kerk > Kerkelijke eigenwijsheid

Kerkelijke eigenwijsheid

Wij mensen worden kennelijk geboeid door wie afwijkt van de norm. Sommige acteurs schijnen liever misdadigers te spelen dan personen die aan de kant van de wet staan omdat eerstgenoemden interessanter zouden zijn. In onze samenleving wordt schande gesproken over de misdaden waaraan figuren uit de onderwereld en leden van motorbendes zich schuldig maken, maar wanneer het slachtoffer van een liquidatie wordt begraven, haalt dat niet zelden de media. En wie herinnert zich niet het optreden van beroepscrimineel Willem Holleeder in het televisieprogramma College Tour?

Kerkelijk Nederland laat een vergelijkbaar beeld zien, zij het op een geheel ander niveau. Ook hier kunnen mensen die afwijken van wat gangbaar is en ‘buiten de lijntjes kleuren’, vaak op veel belangstelling rekenen. Een aantal jaren geleden portretteerde het Nederlands Dagblad christenen van allerlei slag en niet zelden behoorden die tot deze categorie. In opvattingen en gedragingen weken ze af van wat in elk geval in hun kring gebruikelijk was. Zoiets wordt kennelijk interessant gevonden. Mensen die de gebaande wegen volgen kunnen op minder belangstelling rekenen. Blijkbaar wordt er van uitgegaan dat zij niets interessants te vertellen hebben.

Mensen die afwijken van het gangbare wordt vaak het etiket ‘eigenzinnig’ opgeplakt. Dat wordt in de regel positief bedoeld. Nu valt daarvan ook veel positiefs te zeggen. Het betekent dat men zich zelfstandig een oordeel vormt en niet simpelweg de meerderheid volgt. Dat is helemaal in overeenstemming met wat de Reformatie beoogde. Niemand kan zich achter de priester of de kerk verschuilen. ‘Ik geloof wat de kerk gelooft’ – daar komt niemand mee weg. Ieder staat zelf voor God en moet zich tegenover hem verantwoorden. Het is ook in de lijn die uit de Schrift naar voren komt. Ieder is voor zichzelf en voor zijn eigen daden verantwoordelijk. De vader wordt niet gestraft voor de misdaden van zijn zoon en omgekeerd. Ieder moet zijn eigen straf dragen.

Maar hier ligt altijd het gevaar van het individualisme op de loer. Dan verwordt eigenzinnigheid tot eigenwijsheid. De eigen oordeelsvorming wordt dan losgemaakt van de gemeenschap van de heiligen, zoals de Apostolische Geloofsbelijdenis de kerk typeert. Dat is helemaal in de geest van de tijd. Ieder bepaalt zelf wat hij gelooft. Dat is niet alleen kenmerkend voor de samenleving – vooral sinds het verval van de verzuiling en de ontideologisering van het politieke en maatschappelijke debat – maar ook voor de christelijke kerk. Het feit dat iemand tot een bepaalde kerk behoort zegt nog maar weinig over de inhoud van zijn geloof en de manier waarop hij dat geloof in het dagelijks leven vormgeeft. Binnen bepaalde kaders is de christelijke samenleving net zo veelkleurig en ‘multicultureel’ als de wereld daarbuiten.

Nu is die meerkleurigheid als zodanig niet nieuw. Ook vroeger bestond er verschil tussen een gereformeerde kerk in, bijvoorbeeld, Groningen en één in meer zuidelijke streken van het land. De manier waarop een gemeente kerk is staat niet los van de cultuur van de regio waartoe ze behoort. Maar er was wel een grotere mate van gemeenschappelijkheid. Die betrof in de eerste plaats de geloofsleer. Wat een gemeente – of die nu in Groningen of in Maastricht samenkwam – geloofde lag vast in de belijdenis van de kerkelijke gemeenschap en eventuele kerkelijke uitspraken op generaal-synodaal niveau. De vormgeving van de liturgie was in grote lijnen identiek, in overeenstemming met wat daarover binnen het kerkverband was afgesproken. Ook in de praktische vormgeving van het kerkelijk leven was er een grote mate van eenheid: de vrijheid van gemeenten werd begrensd door wat in de kerkorde was vastgelegd.

Al die papieren waarnaar ik hier verwijs bestaan nog altijd. Er zijn nog steeds belijdenissen, maar de mate waarin en de manier waarop die functioneren, is in toenemende mate aan variatie onderhevig. Het kan zomaar gebeuren dat tijdens het catechetisch onderwijs de Heidelbergse Catechismus dicht blijft. En dat boek functioneert ook op ander vlak steeds minder: naarmate de middagdiensten minder worden bezocht is ook de uitleg van de leer van de kerk aan sterke erosie onderhevig. De kerkorde bestaat nog wel, maar is een andere dan vroeger. Ze regelt minder en laat meer aan de vrijheid van de plaatselijke kerken over. Op het gebied van de liturgie beperken afspraken zich inmiddels vrijwel geheel tot advies; geregeld wordt er nauwelijks meer iets.

Ook hier geldt dat een zekere vrijheid voor de plaatselijke kerk in overeenstemming is met het gereformeerde kerkmodel. Dat gaat immers van de zelfstandigheid van de gemeente uit. Er is geen Gereformeerde Kerk met plaatselijke afdelingen; gereformeerde kerken sluiten zich vrijwillig tot een kerkverband aaneen. Ze aanvaarden dan ook de regels die binnen dat kerkverband worden afgesproken. Maar juist dat is in toenemende mate problematisch. Gemeenten willen wel tot het kerkverband behoren; ze zouden waarschijnlijk hevig verontwaardigd zijn wanneer ze eruit zouden worden gezet. Maar ze willen zelf bepalen of en in hoeverre ze zich houden aan wat binnen dat kerkverband is afgesproken.

Daaraan heeft dat kerkverband zelf ook schuld. Want waar ruimte wordt geboden aan eigenzinnigheid ligt het gevaar van eigenwijsheid op de loer. Dan gaan gemeenten niet maar alleen hun eigen gang, maar dan laten ze zich ook niet aanspreken, laat staan corrigeren, door het kerkverband. En dat laat toe dat gemeenten soms ver afwijken van wat binnen dat kerkverband gebruikelijk is. Het ontbreekt vaak aan de moed om zo’n gemeente voor de keus te stellen: òf zich conformeren aan wat is afgesproken òf een eigen weg gaan en dan de consequentie van een uittreding uit het kerkverband aanvaarden. Dat zou duidelijkheid scheppen naar alle kanten.

De hier geschetste ontwikkeling laat zich goed illustreren aan de hand van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Zwolle en haar predikant Henk Mijnders. Hun positie in hun kerkverband werd geschetst in het Nederlands Dagblad van 31 oktober 2015. Hieruit komt het beeld naar voren van een predikant die de nodige moeite heeft met zijn kerkverband en met wat hem vanuit de gereformeerde traditie wordt aangereikt. In de weerslag van dit artikel in de media hebben vooral de opstelling van Mijnders en zijn gemeente ten aanzien van homosexuele relaties en de consequenties daarvan voor de positie van deze gemeente binnen het kerkverband de nodige aandacht gekregen. Mijnders suggereerde dat wanneer het standpunt van ‘Zwolle’ door de Generale Synode van de CGK opnieuw wordt afgewezen een ‘herverkaveling van de kerkelijke kaart’ haast onvermijdelijk is. “Of we gaan zelfstandig verder, of we moeten ons aansluiten bij een ander kerkverband.” Uit een reactie van zijn kerkenraad kan worden opgemaakt dat de soep niet zo heet wordt gegeten als hij wordt opgediend, maar desondanks heeft zich het beeld gevestigd dat de CGK van Zwolle een afwijzing van haar opvattingen ten aanzien van de positie van homosexuelen in de kerk eigenlijk niet accepteert.

Daarmee bevestigen Mijnders en tot op zekere hoogte ook zijn kerkenraad het hierboven geschetste beeld. Er is niets tegen wanneer Mijnders op grond van een studie van de Schrift tot een andere conclusie ten aanzien van homosexualiteit komt dan in zijn kerk gebruikelijk is. Wie met Schriftuurlijke argumenten komt, heeft het recht gehoord te worden. Maar dan moet men wel accepteren dat de conclusies die men getrokken heeft, met Schriftuurlijke argumenten worden weerlegd. Wie in een kerkelijke gemeenschap – de zichtbare vorm van de gemeenschap van de heiligen – wil functioneren, moet niet alleen de bemoediging en de bijstand aanvaarden, maar ook de correctie en het vermaan. Dat in het onderhavige geval die bereidheid niet lijkt te bestaan, is niet alleen het gevolg van de eigenzinnigheid die ongetwijfeld een kenmerk van Mijnders is. Het wordt ook veroorzaakt door zijn visie op de Schrift, die merkwaardig weinig aandacht heeft gekregen.

“De Bijbel wordt het Woord van God op het moment dat Bijbelwoorden door jou zijn heengegaan en jij kunt getuigen: die woorden hebben mij beslissend veranderd”, zo wordt Mijnders geciteerd. Ik heb niet vernomen dat hij dit citaat heeft gecorrigeerd als niet in overeenstemming met zijn visie. Daarmee verwijdert hij zich principieel van wat de gereformeerde belijdenis leert over de aard en het gezag van de Schrift. Het is logisch dat die manier van omgaan met de Schrift ook doorklinkt in zijn benadering van homosexualiteit en homosexuele relaties. In deze Schriftvisie krijgen menselijke inzichten zoveel gewicht dat aan het goddelijk gezag van de Schrift tekort wordt gedaan. Dan is het geen wonder dat de realiteit van relaties in liefde en trouw de duidelijkheid van de Schrift ten aanzien van relaties overschaduwt. Het verschil in visie tussen Mijnders – en waarschijnlijk zijn kerkenraad – enerzijds en de Generale Synode van zijn kerken anderzijds wortelt vooral daarin dat de manier waarop tegen de aard en gezag van de Schrift wordt aangekeken, principieel verschilt.

In dat licht moeten ook andere elementen van Mijnders’ denken, zoals die in het artikel naar voren komen, worden bezien. Daarbij gaat het over de vraag of degenen die het geloof vaarwel zeggen, inderdaad verloren gaan en over de vraag of de hel een lijden is “dat nooit meer zal stoppen”. Mijnders geeft ook aan dat hij er niet uit komt hoe het na dit leven verder gaat. Hij merkt op dat de bijbel “een contextueel boek” is. Hem wordt tegengeworpen dat de bijbel op die manier een warboel wordt en dat je eruit kunt halen wat je wilt. Hij weerspreekt het niet. “Waarheid is een eschatologisch begrip. We zijn onderweg naar de waarheid. (…) Wij mogen geen gesneden beeld van God maken.”

Dat klinkt bescheiden. Maar die bescheidenheid is ver te zoeken in de manier waarop hij zijn eigen opvattingen presenteert. Ook zijn opstelling ten aanzien van zijn kerkverband is geen toonbeeld van bescheidenheid. Wie zijn visie niet aan het oordeel van de gemeenschap van de heiligen wil onderwerpen, verklaart ze in feite sacrosanct. Maakt zo iemand zelf niet een gesneden beeld van God?

Er is geen enkele reden zulke eigenzinnigheid te omarmen, zoals in reacties op sociale media is gedaan. Want hier wordt in feite de gemeente aan het particuliere inzicht en de eigenwijsheid van een predikant en zijn kerkenraad uitgeleverd. Het is nu precies de taak van de gemeenschap van de heiligen – in dit geval het kerkverband van de Christelijke Gereformeerde Kerken – corrigerend op te treden. Dat kan betekenen dat wanneer de door ‘Zwolle’ aangehangen visie wordt verworpen en dit oordeel door de desbetreffende gemeente wordt afgewezen, er geen andere oplossing bestaat dan deze gemeente niet langer als lid van het kerkverband te aanvaarden.

Waar kerkelijke eigenwijsheid zich manifesteert moet de gemeenschap van de heiligen in het geweer komen. Dat is haar pastorale plicht.

Advertenties
  1. 29 december 2015 om 17:46

    “Er is niets tegen wanneer Mijnders op grond van een studie van de Schrift tot een andere conclusie ten aanzien van homosexualiteit komt dan in zijn kerk gebruikelijk is. Wie met Schriftuurlijke argumenten komt, heeft het recht gehoord te worden. Maar dan moet men wel accepteren dat de conclusies die men getrokken heeft, met Schriftuurlijke argumenten worden weerlegd.”

    Dus… de schriftuurlijk argumenten van Mijnders zijn ondergeschikt aan de schriftuurlijke argumenten van zijn weerleggers? Wat geeft deze weerleggers meer schriftuurlijk spreekrecht dan Mijnders zelf?

    Wat is er op tegen dat Mijnders misschien op een andere manier aankijkt tegen de aard en het gezag van de bijbel? Wie bepaalt dan hoe je daar tegen aan moet kijken? En waarom?

    Ik vind het zeer onrechtvaardig hoe de schrijver van dit stuk een man als Mijnders neer durft te zetten als eigenzinnig, eigenwijs en arrogant.
    De schrijver hangt blijkbaar een ander gewicht aan ‘menselijke inzichten’ dan Mijnders doet. Mijnders geeft misschien meer gewicht aan ‘het dagelijkse werk van de Heilige Geest’ dan de schrijver doet.

    Wie bepaalt welk gewicht het juiste is?

    Oordelen is zo ongepast en onrechtvaardig!

    Misschien is God wel zo groot dat mensen alleen in ‘chaos’ Hem kunnen uitdrukken?
    Wat voor ons ‘chaos’ is, hoeft dit niet te zijn voor God.

    ‘Liefde’ manifesteert zich soms ook in complete chaos…

  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: