Archief

Posts Tagged ‘Ben Bradshaw’

De regie van de tijdgeest

Het zal de in kerkelijke zaken geïnteresseerden niet ontgaan zijn: de Church of England – in de wandeling: de Anglicaanse Kerk – heeft de vorige week op haar synode het recht van vrouwen tot bisschop benoemd te worden, afgewezen. Erg overtuigend waren de stemverhoudingen niet. In elk van de drie categorieën synodeleden – bisschoppen, priesters en leken – moest tenminste tweederde vóór stemmen. Bij de twee eerstgenoemde categorieën werd die meerderheid ruimschoots gehaald, maar bij de leken ontbraken slechts zes stemmen voor de benodigde tweederde meerderheid. Maar volgens de regels was het voorstel wel afgewezen.

De druiven waren zuur voor het kerkelijke establishment. De aftredende aartsbisschop Rowan Williams werd geciteerd met de woorden: “We hebben heel wat uit te leggen” (Trouw, 23.11.12). Wat en aan wie, vraag je je dan af. Alles is toch volgens de regels verlopen? Er was een voorstel dat ook vrouwen in de toekomst het ambt van bisschop zouden mogen bekleden. Dat werd aan de synode voorgelegd. Die heeft bepaalde regels ten aanzien van de stemverhoudingen. Die hebben het genoemde resultaat opgeleverd. Wat valt daar eigenlijk aan uit te leggen?

Misschien bedoelt Williams dat er inhoudelijk iets uit te leggen is. Maar je mag toch aannemen dat ter synode over het voorstel is gediscussieerd. Daarbij hadden de voor- en tegenstanders de gelegenheid uit te leggen waarop hun respectievelijke standpunten zijn gebaseerd. Wie vragen heeft over de motieven van de tegenstanders moet de notulen van de synodevergadering maar lezen. Overigens valt nauwelijks aan te nemen dat die standpunten nog niet bekend waren. Over deze kwestie wordt al jaren gediscussieerd en in de media zullen de opvattingen van voor- en tegenstanders wel aan de orde gekomen zijn. Dus zoveel nieuws zal het lezen van de notulen van de desbetreffende synodevergadering wel niet opleveren.

De geciteerde zinsnede heeft uiteraard een andere bedoeling. Wat Williams eigenlijk wil zeggen is: dit valt niet uit te leggen. Dat wordt wel duidelijk uit een eerdere uitlating die uit zijn mond werd opgetekend. “Buitenstaanders zouden volgens hem weinig begrip kunnen opbrengen voor een instituut dat ‘oostindisch doof lijkt’ voor moderne ontwikkelingen.” (Trouw, 23.11.12). Daar wringt dus de schoen. Iets meer dan een derde van de lekenleden van de synode heeft het aangedurfd ‘nee’ te zeggen tegen wat door de publieke opinie als ‘modern’ wordt beschouwd. Daarbij kan men zich afvragen of dit werkelijk de ‘publieke opinie’ is of eerder wat kerkelijke – en politieke – smaakmakers denken dat de publieke opinie is.

Ik betrek hier niet voor niets politieke smaakmakers bij. Want ook de politiek in het Verenigd Koninkrijk roerde zich. In hetzelfde nummer van Trouw stond te lezen: “Labour-parlementariër Ben Bradshaw spreekt van een ‘gevaarlijk moment’ voor de kerk. ‘De Church of England moet verantwoording afleggen aan het parlement’, waarschuwde [hij] tijdens een uitzending van de BBC. ‘Als de synode dit zelf niet kan afhandelen, zullen we moeten ingrijpen.’ Bradshaw liet in het midden wat hij precies onder ingrijpen verstaat. Mogelijk wordt de kerk aangesproken op gelijkheidsbeginselen: het niet toestaan van vrouwen voor een bepaalde functie zou immers kunnen neerkomen op discriminatie.”

Niet alleen blijft onduidelijk welke maatregelen de desbetreffende parlementariër in gedachten heeft, maar ook waarop hij een eventueel ingrijpen door de overheid zou willen baseren. Hierbij dient bedacht te worden dat de Church of England staatskerk is: de Britse koningin is formeel hoofd van de kerk. Dat geeft de kerk aan de ene kant een stevige maatschappelijke positie, aan de andere kant maakt het haar ook kwetsbaar, zoals nu blijkt. Er is alle reden de verdere ontwikkelingen nauwlettend te volgen. Wanneer een ingrijpen vanuit de politiek bijvoorbeeld beargumenteerd zou worden met de opvatting dat ook kerken zich moeten onderwerpen aan het non-discriminatiebeginsel dat in de maatschappij geldt, dan wordt het ook voor andere kerken – in het Verenigd Koninkrijk, maar ook elders – ineens een heel actuele kwestie. Het is onwaarschijnlijk dat de bemoeienis van de politiek zich dan tot de Church of England zal beperken. Dan komt het hele beginsel van de scheiding van kerk en staat op de tocht te staan.

Inmiddels zijn de reacties op de uitslag van de stemming ter synode wel onthullend. Sommigen menen dat de besluitvormingsprocedure veranderd moet worden. De voormalige aartsbisschop George Carey “zet nu zijn vraagtekens bij het beslistraject van de synode. ‘Een tweederde meerderheid krijgen is erg lastig. Ik vraag me af hoeveel politieke partijen kunnen regeren met een tweederde meerderheid.'” De regels kunnen natuurlijk altijd veranderd worden. Het was wel geloofwaardiger geweest, wanneer die in een eerder stadium ter discussie waren gesteld. Dat die nu onder vuur genomen worden is niet erg overtuigend. Careys reactie is die van een slechte verliezer. Voor een ruime meerderheid is alles te zeggen. Als ik het wel heb gelden in Nederland in veel kerken vergelijkbare regels bij het beroepen van een predikant. Een ruime meerderheid moet haar stem aan een beroep geven; dat is essentieel voor het draagvlak en dus voor de vrede in de gemeente. De eis van een tweederde meerderheid bemoeilijkt manipulatie en verkleint de armslag van lobbyisten. Zo gek is die regel dus niet.

Ook het Conservatieve Lagerhuislid Tony Baldry liet zich lelijk in de kaart kijken. “Een ander beslistraject zou moeten leiden tot meer representativiteit.” Die kritiek zou hout snijden wanneer de geestelijken – bisschoppen en priesters – er een positief besluit hadden doorgedrukt tegen de wil van de meerderheid van de leken in. Hoe kan een parlementariër er bezwaar tegen hebben dat de wil van de ‘gewone’ kiezer – in dit geval de leken ter synode – de doorslag geeft? Daar heeft hij – nota bene gekozen in een districtenstelsel – zijn Lagerhuislidmaatschap aan te danken.

Het meest onthullend is de hele gang van zaken echter voor de toestand van de Anglicaanse kerk. De afwijzing van de benoeming van vrouwen tot bisschop geeft geen enkele reden tot blijdschap. Het is uiteindelijk niet meer dan een achterhoedegevecht. In 1992 werd het ambt van priester opengesteld voor vrouwen. Daarmee werd de wissel ten aanzien van de bekleding van kerkelijke ambten omgezet. Het is dan weinig logisch het ambt van bisschop voor vrouwen gesloten te houden. In die zin hebben de tegenstanders ter synode het één en ander uit te leggen. De uitsluiting van vrouwen van het ambt van bisschop verandert ten principale ten slotte helemaal niets.

Maar het probleem van de Church of England zit uiteindelijk niet in deze kwestie, maar veeleer in de manier waarop met de Schrift wordt omgegaan. De al eerder geciteerde Rowan Williams gaf onbedoeld precies aan wat er scheef zit: de kerk moet zich in haar opvattingen aanpassen aan ‘moderne ontwikkelingen’. Dat is de logische uitkomst van de ontwikkeling die zijn kerk de laatste decennia heeft doorgemaakt. De Schrift heeft al lang niet meer het laatste woord. En dan duurt het niet lang voordat de tijdgeest de regie overneemt. Dan is het einde niet in zicht. Ook allerlei andere zaken zullen dan moeten worden geofferd op het altaar van de publieke opinie – of wat daarvoor doorgaat.

De Schrift verdraagt zich niet met de tijdgeest en een kerk die het gezag van de Schrift hooghoudt dus ook niet.

Advertenties