Archief

Posts Tagged ‘christelijk onderwijs’

Ruimte voor geloof

Onder bovenstaande titel schreef Tijs van den Brink een column in Visie, het programmablad van de EO (22-28.5.10). Hij begint zijn column met de vraag: “Is de vrijheid van godsdienst in ons land serieus in gevaar?” Aanleiding voor die vraag zijn de reacties van gesprekspartners in zijn programma ‘Moraalridders’ als hij en Andries Knevel de vrijheid van gelovigen aan de orde stelden. Hij meldt dat Femke Halsema van GroenLinks vindt dat religieuze organisaties sollicitanten die geen christen of moslim zijn niet mogen weigeren. En Alexander Pechtold van D66 vindt dat orthodoxe scholen vrijzinnige docenten niet mogen weigeren alleen omdat ze vrijzinnig zijn. Ervan uitgaande dat Van den Brink de opvattingen van beide politici correct weergeeft, laat dat zien dat met de mond beleden vrijheden – met name vrijheid van godsdienst en vrijheid van vereniging en vergadering – in de praktijk zeker niet onbedreigd zijn. Maar sinds de uitspraak van de Hoge Raad over het ‘vrouwenstandpunt’ van de SGP wisten we dat al.

Van den Brink denkt dat het niet zo’n vaart loopt. “Maar een typisch Nederlandse verworvenheid, zoals de vrijheid van onderwijs, zou in haar huidige vorm wel eens zijn langste tijd gehad kunnen hebben”, schrijft hij aan het eind van zijn column. Het gevaar moet inderdaad niet overdreven worden. De opvattingen van mensen als Halsema en Pechtold zijn nog lang geen beleid. En uit de nasleep van de ‘SGP-uitspraak’ blijkt dat niet alleen christenen van mening zijn dat de staat daarmee de grenzen van zijn bevoegdheden heeft overschreden, en dat dit vèrgaande en ernstige consequenties kan hebben, en zeker niet alleen voor christenen.

Maar de waarschuwing dat vooral de vrijheid van onderwijs onder vuur zal komen te liggen, lijkt me eveneens terecht. Het aangekondigde wetsvoorstel van D66 dat bijzondere scholen het recht ontneemt een leraar te ontslaan dan wel niet aan te nemen omdat hij een homosexuele relatie heeft, wijst al in die richting. Het is geen wonder dat een bij uitstek anti-christelijke partij als D66 haar pijlen vooral op het onderwijs richt. Juist daar vindt immers voor een belangrijk deel de overdracht van normen en waarden plaats. En een partij als D66 – en dat geldt niet minder voor partijen als GroenLinks en de VVD – ziet heel goed in dat juist de inperking van de vrijheid van onderwijs een middel is om de geloofsoverdracht tegen te gaan.

Ook wanneer er geen reden is al te alarmistisch te reageren op zulke ontwikkelingen, het christelijk onderwijs doet er goed aan zich erop voor te bereiden dat haar vrijheid sterk wordt ingeperkt. Voor het gereformeerd onderwijs is er geen reden achterover te leunen, alsof haar niets kan gebeuren. Natuurlijk staat ze in zekere zin sterker. Gereformeerde scholen hebben immers een grondslag, die iemand die een homosexuele relatie heeft, in eerlijkheid niet kan onderschrijven. Het komt er dan wel op aan die grondslag serieus te nemen, ook bij sollicitatieprocedures.

Het verruimen van het personeelsbeleid is in dit licht nogal riskant. Gereformeerde scholen zijn ertoe overgegaan ook leerkrachten uit andere dan de vrijgemaakt-gereformeerde kerken aan te nemen, vooral de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) en de Nederlands-Gereformeerde Kerken (NGK). Aangezien geloof en kerk niet van elkaar losgemaakt kunnen worden, verdient dit beleid geen bijval. De toenemende bedreiging van de vrijheid van onderwijs is een reden te meer hier nog eens kritisch naar te kijken.

De kans dat een sollicitant uit één van deze kerken zich als ‘vrijzinnig’ ontpopt, lijkt me niet erg groot. Veel waarschijnlijker is het dat een sollicitant ongehuwd samenwoont of een homosexuele relatie blijkt te hebben. Christelijke organisaties worden geconfronteerd met het feit dat juist hierover ook binnen orthodoxe christelijke kerken uiteenlopende opvattingen bestaan. Als gevolg daarvan loopt ook het beleid van kerkenraden, bijvoorbeeld in de toepassing van censuur, sterk uiteen. Dat geldt in het bijzonder voor de NGK. Binnen dat kerkverband zijn er bijvoorbeeld kerkenraden die geen bezwaar hebben tegen homosexuele ambtsdragers die een relatie hebben. En een kind van lesbische ouders kan daar gedoopt worden.

Het gereformeerd onderwijs moet zich niet in allerlei bochten gaan wringen of allerlei trucs uit gaan halen om een confrontatie met de overheid te voorkomen. Het moet juist zelfbewust de confrontatie aangaan. Op deze manier kan ze ook duidelijk maken waar ze voor staat en waarom. Maar anderzijds, ze moet zich niet nodeloos kwetsbaar maken wanneer de overheid het bijzonder onderwijs de duimschroeven aandraait. Dat betekent dat niet alleen de grondslag voluit moet functioneren, maar dat ook de exclusieve binding met de Gereformeerde Kerken moet worden gehandhaafd en waar nodig hersteld. Die kerken moeten dan wel hun eigen grondslag – de Schrift en de gereformeerde belijdenis – handhaven en ernaar handelen, ook wanneer dat bij deze en gene weerstand oproept. In het verlengde daarvan ligt de consequente toepassing van censuur. Dat is ook in het belang van het gereformeerd onderwijs.

Advertenties