Archief

Posts Tagged ‘Credo’

Een schijn van eenheid

(N.B. Ik onderbreek mijn serie over “Kudde zonder herders” met een commentaar op activiteiten ten behoeve van kerkelijke eenheid.)

Veel gelovigen ergeren zich aan de kerkelijke verdeeldheid. Dat is terecht. Er worden dan ook heel wat activiteiten ontplooid om tot kerkelijke eenheid te komen. Ook dat is terecht. Het is bepaald geen ‘reclame’ voor het christelijk geloof – om het even in markttermen uit te drukken – wanneer christenen onderling zo verdeeld zijn dat ’s zondags gescheiden samenkomen en elkaar soms ook door de week niet weten te vinden.

Dat zoiets in de evangelisatie een handicap is, zal duidelijk zijn. Daarom moet er hard aan gewerkt worden dat christenen elkaar vinden. Belangrijker nog: het is een bijbelse opdracht. Jezus wil dat zijn volgelingen één zijn, zoals Hij in het ‘hogepriesterlijk gebed’ (Joh. 17) tot uitdrukking heeft gebracht. Dus wanneer gelovigen zich op allerlei manieren en op allerlei niveaus inspannen voor eenheid tussen christenen, doen ze een goed werk.

Maar wie schriftuurlijk-kritisch de diverse activiteiten op dit gebied in ogenschouw neemt, ontdekt dat er nogal wat kaf tussen het koren zit. De afgelopen week trokken twee berichten de aandacht die dat bevestigen.

Later dit jaar wordt een zogeheten Nationale Synode gehouden. Daaraan doen kerken van allerlei snit mee, die nogal verschillen in geloofsleer. Het is de bedoeling dat ze elkaar toch vinden op basis van een document dat door leden van verschillende kerken is voorbereid en onder de titel ‘Credo’ is gepresenteerd. Vorige week deelde het Deputaatschap Kerkelijke Eenheid van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) mee dat het bij deze Nationale Synode aanwezig zal zijn.

Het tweede bericht betreft een symposium van christelijke studenten dat vrijdag 8 oktober in Utrecht plaatsvond. In een artikel in het Nederlands Dagblad van 7 oktober zetten twee bestuursleden van de christelijke studentenvereniging CSFR zich nogal af tegen de kerkelijke leiders. Die zouden niet in staat zijn effectief aan eenheid te werken. Maar ze hebben meer gemeen met de kerkelijke organisatoren van de Nationale Synode dan ze misschien zelf in de gaten hebben, zoals nog zal blijken.

In het Nederlands Dagblad van 8 oktober deelt de voorzitter van het Deputaatschap Kerkelijke Eenheid van de GKV mee dat men unaniem besloten heeft aan de Nationale Synode deel te nemen. Dat is opvallend, want vanuit de GKV zijn nogal wat kritische geluiden te vernemen tegen deze Nationale Synode. In een artikel in het Nederlands Dagblad d.d. 23.12.09 heeft prof. J. van Bruggen het ‘Credo’ van de ‘nationale synode’ kritisch onder de loep genomen. Daarbij heeft hij een aantal verschillen tussen dit document en de Apostolische Geloofsbelijdenis geconstateerd. Daaruit heeft hij de conclusie getrokken dat het ‘Credo’ geen ‘groeibelijdenis’ is, zoals de opstellers beweren, maar een ‘afbraakbelijdenis’, waarin elementen van de Apostolische Geloofsbelijdenis, maar ook van de Geloofsbelijdenis van Nicea ontbreken.

Je zou mogen verwachten dat het Deputaatschap zich met zulke kritiek confronteert en argumenten geeft waarom men meent dat deelname aan de Nationale Synode verantwoord is. Dat is, voorzover mij bekend, niet gebeurd. Er is niet alleen kritiek geleverd op de inhoud van het ‘Credo’. Er is ook op gewezen dat de beslissing tot deelname een breuk betekent met de oecumenische opstelling die de GKV tot nu toe hebben gekozen. “Als we bereid zijn met vrijzinnige kerken om de tafel gaan zitten om onze eenheid te betuigen, dan betekent dit een overduidelijke streep door ons vrijgemaakt-gereformeerde verleden”, schrijft prof. J. Douma op zijn website.

Wil het Deputaatschap zich daarmee niet confronteren? Is er opnieuw sprake van een koerswijziging binnen de GKV die ingrijpend is maar zich vooral in stilzwijgen voltrekt? Dat zou wel gemakkelijk zijn: men hoeft zich niet in te spannen om uit te leggen waarom zonder vorm van proces terzijde wordt geschoven wat ooit met principiële argumenten is verdedigd. Bij zulke gewichtige zaken zou een grondige discussie gewenst zijn, en wel daar waar zulke discussies thuishoren, namelijk in kerkelijke vergaderingen.
Het Deputaatschap maakt zich wel erg gemakkelijk van de geleverde kritiek af. De voorzitter, ds. H. Messelink, beperkt zich ertoe op te merken dat er tegenover de kritiek ook enthousiaste reacties staan, die minder in de openbaarheid zijn gekomen. Wordt ook in de kerk het beleid door de vox populi bepaald?

Om eenheid tussen christenen te bereiken – of zelfs af te dwingen – gaan sommigen vrij ver. Dat laat de tweede activiteit zien, het al genoemde symposium van studenten. Het artikel in het Nederlands Dagblad waarnaar ik al verwees, is in veel opzichten onthullend. Het laat zien wat de de studenten(verenigingen) verstaan onder de eenheid die ze nastreven.

De term kerkelijke eenheid is in het artikel opvallend afwezig. De schrijvers beschouwen kerkelijke organisaties dan ook vooral als hinderpalen voor de eenheid tussen christenen. Tegenover het “institutionele van de kerk” stellen ze de netwerksamenleving waarvan studenten deel uitmaken. “Dat er diverse kerkelijke structuren naast elkaar bestaan, zegt niet zoveel, omdat onderling de relaties gewoon aangegaan kunnen worden. De identiteit halen we veel meer uit wat bindt, dan uit de zaken waarin we verschillen.”
Ze laten geen onduidelijkheid bestaan over de basis waarop eenheid moet worden gebouwd. “Naast de netwerksamenleving speelt ook de belevingscultuur een rol. De beleving van de concrete relaties op basis van een gedeeld geloof en ervaren eenheid, is veel belangrijker dan dat alles rationeel theoretisch op orde is. Ofwel, relaties en verbondenheid door gedeelde beleving van het geloof staan meer centraal dan de kerkelijke leer en structuur.”

Zonder enige argumentatie wordt de leer van de kerk bij het grofvuil gezet en ingeruild voor de beleving van de gelovigen. Die maakt uiteindelijk uit wat bij elkaar hoort. De zeer oude kreet “niet de leer, maar de Heer” blijkt ineens verrassend actueel te zijn. De studenten-scribenten zouden die zomaar kunnen onderschrijven. Deze leus en de consequenties die daaruit zijn getrokken hebben in de kerkgeschiedenis een spoor van verwoesting getrokken. De gevolgen zijn in het huidige kerkelijke en maatschappelijke landschap aan te wijzen.

Het is een valse tegenstelling. Want de Heer en de leer hebben alles met elkaar te maken. Leerde Jezus niet tijdens zijn rondwandeling op aarde, tot verbazing en ergernis van zijn toehoorders? En waar lezen we dat Hij het belangrijker vond dat je gelooft dan wat je gelooft? Hij verkondigde niets anders dan wat in de Schriften stond. De leer van Jezus is geen andere dan de leer van de Schrift, de leer van apostelen en profeten. Die leer hebben de Gereformeerde Kerken samengevat en in de drie Formulieren van Eenheid opgeschreven.
Die gereformeerde leer, dat is de leer van de Schrift, moet het ijkpunt voor het streven naar kerkelijke eenheid zijn. Niet een door particulieren samengesteld ‘Credo’, dat geen weergave van de leer van de hele Schrift is en waarin angstvallig wordt verzwegen wat verdeeldheid zou kunnen zaaien. Het gevoel kan al evenmin als ijkpunt gelden. Het menselijk gevoel is een onbetrouwbaar kompas en is veranderlijk als het weer. Gevoel is ook persoonlijk en niet geschikt tot het stichten van gemeenschap.

De organisatoren van de Nationale Synode en de dames en heren studenten streven naar een eenheid boven geloofsverdeeldheid. Met alle onderlinge verschillen trekken ze in wezen aan hetzelfde touw. Natuurlijk maakt het geen goede indruk op ‘de wereld’ wanneer christenen verdeeld zijn. Maar zou een schijn van eenheid tussen christenen, die met dezelfde bijbel in de hand allemaal een andere kant opgaan, wel een goede indruk maken?

In het hogepriesterlijk gebed legt Jezus een verbinding tussen de eensgezindheid van zijn volgelingen en de eensgezindheid tussen Vader en Zoon. Dat betekent: één van zin en één van streven. Met deze Nationale Synode en dit studentikoze activisme komt dit hoge ideaal geen stap dichterbij.

Advertenties