Archief

Posts Tagged ‘Donald Trump’

We zijn allemaal zondaars

We zijn allemaal zondaars. Dat is voor veel christenen een open deur. Wie mocht denken dat het met hem of haar nog wel meevalt, wordt door de Schrift en de Heidelbergse Catechismus uit de droom geholpen. De laatste windt er geen doekjes om: ieder mens is geneigd God en zijn naaste te haten. Het gaat hier om een centraal leerstuk in het christelijk geloof: wie geen zondaar is heeft ook geen verlossing nodig.

Wanneer het besef van zonde wegvalt, valt de bodem uit het christelijk geloof. Toch kan dat besef ook een valkuil zijn.

Stel dat iemand persoonlijk wordt aangesproken vanwege een bepaalde zonde. De verleiding is dan groot om te zeggen: we zijn allemaal zondaars. Dat kan fungeren als een manier om het eigen straatje schoon te vegen. Als iedereen zondig is, waarom moet ik er dan speciaal uitgepikt worden en waarom zou mijn zonde dan speciaal benoemd moeten worden? Het kan zelfs gebruikt worden als ‘jij-bak’: jij bent net zo zondig als ik, dus wie geeft jou het recht mij op een zonde aan te spreken? Jezus zelf lijkt zo iemand gelijk te geven, toen Hij zei: “Laat wie zonder zonde is de eerste steen werpen”. Zijn de aanklagers daarmee niet uitgepraat en buiten gevecht gesteld?

In de Amerikaanse verkiezingsstrijd kwamen we verschillende varianten van deze ‘verdediging’ tegen. Wat over het persoonlijk leven van Donald Trump en zijn behandeling van en spreken over bepaalde mensen of groepen van mensen naar buiten is gekomen, is weinig verheffend, om het heel voorzichtig uit te drukken. Nogal wat christelijke leidslieden en opiniemakers hadden zich voor Trump uitgesproken. Die kwamen door de onthullingen over zijn gedrag en uitlatingen in een lastig parket. Sommigen vergoelijkten zijn gedrag door te beweren dat dit nu eenmaal in bepaalde kringen gebruikelijk is en dat daaraan niet al te veel gewicht moet worden toegekend. Anderen erkenden dat op Trumps gedrag veel aan te merken valt maar dat we nu eenmaal allemaal zondig zijn en dat Trump daarop dus geen uitzondering is. Sommigen verwezen naar de Israelische koning David, van wie de bijbel verschillende grove overtredingen van Gods wet noteert. We kiezen niet iemand die ethisch perfect is, maar iemand die het goede programma voor het land heeft, zo was de redenering. Of Trump zo’n programma heeft is nog maar de vraag, maar daarover gaat het hier nu niet. De manier waarop Trump in bepaalde evangelische kringen in de VS verdedigd werd en wordt, roept nogal wat vragen op.

Je hoeft geen christen te zijn om in te zien dat de fouten van anderen niet gebruikt kunnen worden om de eigen fouten te bedekken. In onze (geseculariseerde) samenleving werkt dat niet en door elke rechtbank zal dit ‘argument’ van de tafel worden geveegd. Wie een bekeuring krijgt omdat hij door rood licht heeft gereden, komt er niet mee weg wanneer hij erop wijst dat anderen zich aan hetzelfde vergrijp schuldig maken. De fouten van de één wassen die van de ander niet weg.

Dat is ook niet de strekking van het verhaal dat de Schrift ons vertelt over de ontmoeting tussen Jezus en de overspelige vrouw, zoals het algemeen bekend staat. Die wordt door de Farizeeën bij Hem gebracht omdat ze op heterdaad betrapt is op overspel. Daarop staat volgens de wet de doodstraf door steniging. Ze willen weleens uittesten of Jezus de wet wel respecteert. Hij reageert op een manier die ze niet voorzien hadden. “Laat wie zonder zonde is de eerste steen werpen”. Eén voor één druipen ze af, want ook al hebben ze het hoog in de bol, alleen al theologisch kunnen ze niet volhouden dat zij zonder zonde zijn. Betekent dit dat de zonde geen zonde genoemd mag worden? Zeker niet. Jezus richt zich tot de vrouw en vraagt of niemand haar heeft veroordeeld. Op haar ontkennende antwoord zegt Jezus dat ze naar huis moet gaan maar voegt daaraan toe: “Zondig niet meer”. Hij geeft daarmee te kennen dat Hij de zonde niet door de vingers ziet.

David is geen modelkoning. De profeet Samuel had het volk Israel al gewaarschuwd voor de schaduwkanten van het koningschap, toen het volk om een koning vroeg. Hij kreeg gelijk, eerst met Saul, maar daarna ook met David, hoewel de laatste een ‘man naar Gods hart’ was. Kan het voorbeeld van David als vergoelijking voor het gedrag van Donald Trump gebruikt worden? In de Schrift heeft David een bijzondere plaats, niet omdat het volk Israel hem op het schild heft maar omdat God zelf hem die bijzondere positie toekent. Het zal het huis van David nooit aan een man op de troon ontbreken – dat is de belofte die God aan hem geeft. Tegelijk wordt geen enkele zonde van David bedekt. Maar hij laat zich op zijn zonden aanspreken en hij toont berouw en komt tot inkeer. Het kernpunt is dat David – hoe zondig ook – in nauwe verbondenheid met God leefde. Hij maakte zich soms aan ernstige zonden schuldig maar de zonde was geen patroon, geen levenshouding.

Wat zegt dit over iemand als Trump? Over het hart komt geen enkel mens een oordeel toe. Maar wie in ogenschouw neemt wat tot nu toe bekend geworden is, moet wel tot de conclusie komen dat bij hem wel degelijk van een bepaald patroon, een bepaalde levenshouding sprake is. De manier waarop hij in het verleden over vrouwen heeft gesproken en vrouwen heeft behandeld is niet wezenlijk veranderd, getuige zijn houding ten aanzien van vrouwelijke journalisten tijdens de campagne. Zijn spreken over bepaalde bevolkingsgroepen in de Verenigde Staten laat in wezen hetzelfde beeld zien. Bij herhaling heeft Trump ook duidelijk gemaakt dat hij geen aanleiding ziet om vergeving te vragen. Schuldbesef lijkt bij hem volstrekt afwezig.

Natuurlijk kiest het Amerikaanse volk geen ethisch zuivere president. Niemand kan van zichzelf beweren ethisch zuiver te zijn. Maar een patroon van zonde kan wel een reden zijn om iemand als ongeschikt voor het hoogste ambt van het land te kwalificeren. Ook daarin kan de geschiedenis van David een leerschool zijn. God wil niet dat David voor Hem een huis bouwt. Dat moet zijn zoon doen, aan wiens handen minder bloed kleeft (zie 1 Kron. 22,8). De oorlogen van David waren echt niet allemaal ‘oorlogen des Heren’ en de manier waarop David met tegenstanders omging zal zeker niet altijd Gods goedkeuring hebben kunnen wegdragen. In de gemeente van Christus kunnen ambtsdragers soms in ernstige mate een scheve schaats rijden. Ook al is er altijd ruimte voor bekering en vergeving, daarmee ligt de weg naar het ambt niet direct weer open. Sommige zonden zijn zo ernstig dat iemand zich daarvoor voorgoed heeft gediskwalificeerd.

Er is nog een ander aspect dat hier genoemd moet worden. Jezus gaat in zijn zogenaamde ‘Bergrede’ uitvoerig in op de wet van Mozes en hoe die moet worden gehanteerd. Hij maakt duidelijk – zoals Hij ook deed in de geschiedenis met de ‘overspelige vrouw’ – dat Hij niet gekomen is om de wet te ontbinden maar om die te vervullen. In de bergrede scherpt Hij de wet zelfs aan. Niet alleen wie echtbreuk pleegt zondigt, maar zelfs al wie een vrouw aankijkt om haar te begeren. Zonde is meer dan de daad; het is zelfs al de voorbereiding van die daad – meer nog, de geestelijke staat waaruit de begeerte en de plannen voortkomen. Dat lijkt te ondersteunen wat ik eerder al als ‘verdedigingslinie’ tegen de beschuldiging van zonde beschreef. Zegt Jezus hier eigenlijk ook niet dat we allemaal zondig zijn en dat we elkaar dus maar niet moeten vermanen?

“Oordeelt niet”, zegt Hij, maar dat weerhoudt Hem er niet van zijn leerlingen te instrueren hoe ze met zondaren in de gemeente moeten omgaan. Dat wordt later door de apostel Paulus onderstreept. Er kan een moment komen dat de zondaar uit de gemeenschap verwijderd moeten worden en dat men hem als de heidenen zal moeten behandelen. Jezus legt in de bergrede de wortel van de zonde bloot. Dat komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de manier waarop Hij reageert op de kritiek van Farizeeën en Schriftgeleerden ten aanzien van Zijn houding ten opzichte van de reinigingswetten. “Niet wat de mond ingaat maakt een mens onrein, maar wat de mond uitgaat, dat maakt een mens onrein” (Mt 15,11). Daarmee geeft Hij aan dat de bron van de zonde in het hart van de mens schuilt.

In die zin zijn alle mensen aan elkaar gelijk. Ze zijn in de grond van de zaak allemaal even slecht. Maar dat kan niet als een grote gelijkmaker worden gehanteerd. Wie een zonde overweegt en uitdenkt, is schuldig, maar wie zulke plannen daadwerkelijk tot uitvoering brengt, is schuldiger. Er is wel degelijk gradatie in schuld. Jezus maakt dat zelf duidelijk wanneer Hij zegt dat op de dag van het oordeel het lot van Sodom draaglijker zal zijn dan dat van Kafarnaüm. Beide werden geconfronteerd met de waarschuwing voor het naderende onheil. Maar in tegenstelling tot Sodom kende Kafarnaüm de Schriften en daardoor laadde deze stad groter schuld op zich door de prediking van Jezus af te wijzen.

De twee hierboven gegeven citaten van Jezus – “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen” en “Oordeelt niet” – hebben dezelfde strekking. In beide gevallen wordt de realiteit en de ernst van de zonde op geen enkele manier gerelativeerd of onder het kleed geveegd. Het gaat steeds om de manier waarop de zonde aan de orde gesteld wordt en de wijze waarop de zondaar tegemoet getreden wordt. De zonde moet benoemd worden en de zondaar moet vermaand worden. Dat is zelfs de dure plicht van elke gelovige, in het bijzonder van degenen die tot een ambt in de kerk geroepen zijn. Maar die vermaning moet altijd vanuit een houding van nederigheid gebeuren, in het besef dat ook wie vermaant, een zondaar is die vergeving en verzoening nodig heeft. Het was de grondfout van de Farizeeën dat ze op tollenaars en zondaars neerkeken, zoals Jezus dat beschrijft in de gelijkenis van de tollenaar en de Farizeeër.

De christelijke supporters van Donald Trump hebben de man een slechte dienst bewezen. Juist zij verkeerden in de positie om hem op zijn gedrag aan te spreken. Hun steun was van doorslaggevend belang voor zijn verkiezing en zij hadden hun morele gezag moeten gebruiken om hem op zijn fouten te wijzen en tijdig te corrigeren om zo het kwaad in te dammen. Juist wie beseft dat we allemaal zondige mensen zijn mag iemand die publiek zondigt niet aan zijn lot overlaten. Dat is ook de functie van de tucht in de kerk: niet om de zondaar aan de schandpaal te nagelen, maar om hem te behouden.

Advertenties

De secularisatie van de Amerikaanse evangelicalen

Wat maar weinig mensen verwacht hadden is dan toch gebeurd: Donald Trump is gekozen tot 45e president van de Verenigde Staten. Het was tegen alle verwachtingen in, die vooral gebaseerd waren op opiniepeilingen, maar ook op de aanname dat een kandidaat die in zoveel opzichten afwijkt van de mainstream toch nauwelijks realistische kansen zou hebben om de presidentsverkiezingen te winnen. Goed, hij had – ook tegen de verwachtingen in – de nominatie van de Republikeinse partij binnengesleept. Maar van die partij zijn we de laatste jaren wel wat gewend, als het om extremisme gaat. De kandidaten tegen wie Trump het in de voorverkiezingen moest opnemen, waren in veel opzichten weinig beter dan hij. Maar, zo was de gedachte, de Amerikaanse kiezers zullen toch wel wijzer zijn, zeker nadat de ene na de andere onthulling ernstige karakterfouten en zelfs grensoverschrijdend gedrag aan het licht brachten. Aan zo iemand zouden de Amerikanen toch in meerderheid niet het vertrouwen geven? Dat was een misrekening. Weliswaar kreeg zijn tegenstander, Hillary Clinton, een kleine meerderheid van de stemmen, maar heel indrukwekkend was het verschil niet. Dat ook aan haar wel de nodige smetjes kleefden, werd niet als een ononverkomelijk obstakel gezien, zeker ook niet door haar partij, die niet serieus naar een alternatief zocht, dat minder weerzin opwekte.

In deze weblog gaat het me vooral om een merkwaardig fenomeen dat al heel wat pennen en tongen, zowel in de Verenigde Staten als in ons land, in beweging heeft gebracht. Trump kreeg de steun van de overgrote meerderheid van zogenaamde ‘evangelische christenen’, en dan vooral het blanke deel daarvan. Want onder de Afro-Amerikaanse christenen zag het beeld er wat anders uit, hoewel ook daar nogal wat weerstand was tegen Hillary Clinton, vooral vanwege haar liberale standpunten in ethische kwesties. Nu kan het op zichzelf niet verbazen dat blanke evangelische christenen in overgrote meerderheid geneigd zijn een Republikeinse kandidaat te steunen. Dat is al decennia lang het geval. Beide grote partijen in de VS zijn ideologisch en religieus gemêleerd. Beide kennen een waaier van opvattingen, van rechts tot links. In de loop van de laatste decennia hebben beide partijen wel een ideologische wending laten zien. De Republikeinse partij wordt gedomineerd door rechts, de Democratische door links. In beide gevallen bepaalt dat het beeld dat men van deze partijen heeft.

Ook op ethisch vlak verschillen beide partijen. Tegenstanders van een vrije abortuspraktijk – om maar eens één van de heetste hangijzers te noemen – zijn in beide partijen te vinden, maar in de Republikeinse partij krijgen zij meer voet aan de grond. Daarentegen zijn er onder de Republikeinen nogal wat die op dit punt een veel liberaler standpunt innemen maar zich vanwege het economisch beleid of uit buitenlands-politieke overwegingen bij die partij thuis voelen en het overheersende anti-abortusstandpunt op de koop toe nemen.

Voor veel evangelische kiezers in de VS zijn abortus en zaken als het homohuwelijk van doorslaggevend belang, zo komt uit de media steeds naar voren. Maar juist dat roept nogal wat vragen op. Want Donald Trump heeft nooit de indruk gewekt dat dit soort zaken hoog op zijn prioriteitenlijstje staan. Hij heeft ook helemaal geen bindingen met het evangelische deel van de Republikeinse partij. Zijn uitlatingen over het christelijk geloof en de betekenis die dat voor hem heeft lieten vooral ongemak zien en konden nauwelijks overtuigen. Het zegt veel over het kennelijk gebrek aan geloofwaardige alternatieven dat men bereid bleek dit door de vingers te zien of er een bepaalde draai aan te geven waardoor Trumps uitlatingen in een gunstiger licht kwamen te staan. Dat moet ook de reden zijn geweest dat men wilde geloven dat Trump zijn beloften op ethisch terrein zou waarmaken. Of dat ook het geval is, staat bepaald niet vast. Wat dat betreft zouden de evangelicalen nog wel eens van een koude kermis thuis kunnen komen.

Was de steun voor Trump vanwege zijn achtergrond en zijn uitlatingen over het geloof al enigszins dubieus, het werd nog vreemder toen duidelijk werd dat zijn levensstijl in veel opzichten haaks staat op wat door evangelicalen als christelijk ideaal wordt uitgedragen. Kan iemand die zich herhaaldelijk heeft misdragen en blijk geeft van een gebrek aan moreel besef, met name in zijn opstelling ten opzichte van vrouwen, een geloofwaardige kandidaat van christenen zijn? Een aantal christelijke leiders en opiniemakers distantieerde zich van Trump. Sommigen deden dat al voor die onthullingen, waarbij ze ook wezen op eerdere uitlatingen ten aanzien van minderheden, zoals Afro-Amerikanen en latino’s, en religieuze minderheden, met name moslims. Anderen keerden zich van hem af als direct gevolg van de genoemde onthullingen. Maar vele evangelische leiders bleven Trump steunen.

Daarvoor zijn twee verklaringen.

De eerste is dat men de zonden van Trump weliswaar erkende, maar tegelijk het gewicht ervan bagatelliseerde. “We zijn allemaal zondige mensen”, werd gezegd, daarmee een christelijke waarheid gebruikend om het straatje van de zondaar schoon te vegen. Bovendien was niet de levensstijl, maar waren vooral de politieke ideeën van de kandidaat van belang. Daarbij schroomde men niet de bijbelse koning David als voorbeeld te gebruiken. Ook diens levensstijl was bepaald niet smetteloos maar desondanks was hij een “man naar Gods hart”. Hier valt niet alleen de inconsequentie op – politici van een andere politieke oriëntatie mogen op heel wat minder coulantie rekenen – maar ook het misbruik de Schrift voor politieke doeleinden. Ik kom daar wellicht binnenkort nog afzonderlijk op terug.

De tweede verklaring is meer politiek van aard. In het politieke denken van de Amerikaanse evangelicalen speelt het Hooggerechtshof een doorslaggevende rol. Al lange tijd scheiden zich de geesten over de interpretatie van de grondwet. Omdat die uit een andere tijd stamt, geeft die niet op alle vragen een pasklaar antwoord. Dus moeten de leden van het Hooggerechtshof – die voor het leven worden benoemd door de president, overigens na instemming van het Congres – steeds zoeken naar een zodanige interpretatie dat aan de bedoeling van de grondwet recht gedaan wordt. Hierbij staan twee lijnen tegenover elkaar. De conservatieve lijn is dat de grondwet moet worden geïnterpreteerd naar de bedoeling van de opstellers. De liberale lijn is dat rechters de bestaande maatschappelijke opvattingen moeten verdisconteren. In het eerste geval is de grondwet statisch, in het tweede geval dynamisch.

Uiteraard zijn de evangelicalen voorstander van de eerste lijn. Zij zien daarin een garantie dat christenen optimale godsdienstvrijheid behouden, die hun het recht geeft in hun persoonlijk leven en in hun beroepsuitoefening zich te distantiëren van wat door anderen – misschien zelfs de meerderheid van de bevolking – als normaal wordt beschouwd. Ook zien ze in de conservatieve interpretatie van de grondwet een middel om de legalisering van het homohuwelijk tegen te houden dan wel terug te draaien en een vrije abortuspraktijk te beteugelen. Uit uitlatingen van evangelicale leiders die Trump door dik en dun steunden, bleek steeds weer dat de personele bezetting van het Hooggerechtshof van cruciale betekenis werd geacht. Niet alleen moet Trump één van de opengevallen plaatsen bezetten, maar gezien de leeftijd van een aantal rechters is de kans groot dat hij tijdens zijn ambtstermijn nog één of meer benoemingen zal moeten doen. Daarom zien evangelicalen dit als een uitgelezen kans om voor jaren of zelfs decennia het Hooggerechtshof naar hun hand te zetten.

Dit laat zien dat de evangelicale beweging in de VS in hoge mate gepolitiseerd is. De volledige concentratie op macht en machtsuitoefening laat allerlei andere factoren naar de achtergrond verdwijnen. In feite wordt de persoonlijke ethiek van politieke ambtsdragers – in dit geval de president – geheel ondergeschikt gemaakt aan de mogelijkheid politieke macht uit te oefenen. Dit is om meerdere reden een fatale vergissing.

Alles mag dan politiek zijn, maar politiek is niet alles. Men vergist zich wanneer men denkt met machtsmiddelen maatschappelijke ontwikkelingen te kunnen keren; daarvoor is een verandering van mentaliteit nodig. Wanneer christenen het denken over ethische kwesties, zoals abortus, willen veranderen, zullen ze het maatschappelijke debat moeten aangaan. Verscherping van de abortuswetgeving is slechts te bereiken wanneer daarvoor een maatschappelijk en vervolgens ook politiek draagvlak wordt gecreëerd. Ik haal hier met instemming Anton de Wit aan, die in een column op de site van de EO schreef: “Ik vind het zelfs meer dan kwalijk dat christenen het abortusvraagstuk tot hamvraag van de verkiezingskeuze hebben gemaakt. Niet omdat abortus niet belangrijk genoeg is om politiek te zijn, maar juist omdat het te belangrijk is om politiek te zijn. De grote makke van de pro-lifebeweging is dat het abortus zo heeft gepolitiseerd. Het is bijna puur een strijd om beleidsvorming en wetgeving geworden, waar het eigenlijk een strijd om de harten van mensen zou moeten zijn. Door Trump nu als dubieuze mascotte te kiezen, heeft de pro-lifebeweging zichzelf nog verder in de hoek van de hartelozen geduwd.” De strijd tegen abortus moet dan ook onderdeel uitmaken van een breed pakket aan maatregelen, o.a. op het vlak van voorlichting en hulpverlening, zoals we dat in Nederland kennen.

Op deze wijze wordt christelijke politiek van haar geloofwaardigheid beroofd. Wie pretendeert in de samenleving op te komen voor christelijke waarden, compromitteert zichzelf, wanneer hij tegelijk iemand te vuur en te zwaard verdedigt en zelfs als een geschikte kandidaat voor het presidentschap aanprijst, die een aantal van deze waarden met voeten treedt. Het verwijt van hypocrisie is dan geheel terecht.

Het streven via machtsmiddelen de samenleving weer op het ‘rechte’ spoor te krijgen is ook kortzichtig. Op korte termijn zal men wellicht bepaalde ontwikkelingen kunnen tegenhouden, maar veel meer dan vertraging zal het niet zijn, wanneer het draagvlak ontbreekt. Eén van de oorzaken van de radicalisering van delen van de Republikeinse partij en van een deel van de kiezers is de minachting voor hun opvattingen door wat men ‘de elite’ noemt, die men vooral bij de Democratische partij zoekt. Maar het radicalisme van de Republikeinen – waarmee men de Democraten met gelijke munt terugbetaalt – zal op termijn de tegenstellingen alleen maar verder verscherpen. Dan kan eventuele winst van een Republikeins presidentschap onder een volgende president zomaar helemaal te niet worden gedaan.

De onderschikking van de ethiek aan de politiek zou je als de secularisatie van het Amerikaanse evangelicalisme kunnen beschouwen. Maar wellicht zit het probleem nog veel dieper. Want tot nu toe zijn we er hier vanuit gegaan – en dat is de overheersende mening in de media, inclusief de christelijke – dat voor Amerikaanse evangelicalen de christelijke ethiek een doorslaggevende rol speelt en hun stemgedrag bepaalt. Maar er zijn redenen daar grote vraagtekens bij te zetten.

De Amerikaanse website Christianity Today publiceerde een interessante analyse van het stemgedrag en de motieven van verschillende groepen christenen. Daaruit zijn allerlei belangwekkende gegevens te halen, zoals het feit dat een substantieel deel van de aanhang van beide presidentskandidaten zich heeft laten leiden door afkeer van de andere kandidaat. Dat speelt altijd een rol, maar bij deze verkiezingen wellicht meer dan ooit tevoren. De cijfers laten ook allerlei opvallende verschillen zien, bijvoorbeeld tussen denominaties en tussen evangelicalen van verschillende etniciteit.

Daaraan zouden allerlei interessante beschouwingen gewijd kunnen worden. Maar op dit moment wil ik me beperken tot twee aspecten. Die zouden overigens wel eens kunnen samenhangen met het uit de cijfers naar voren komende verschil tussen voorgangers en wat ik maar ‘leken’ zal noemen.

De eerste is de beoordeling van de kandidaat op de punten van geloof en persoonlijke ethiek. In 2011 antwoordde 64% van de blanke evangelicalen bevestigend op de vraag of het voor hen belangrijk was dat een presidentskandidaat een “sterk geloof” heeft; in 2016 is het percentage gedaald tot 49. Dit verklaart voor een deel dat een substantieel deel van hen Trump steunde, terwijl niet minder dan 48% van degenen die zich born again Christians noemen, van mening was dat noch Clinton noch Trump als authentic Christian kan worden beschouwd.

Ten aanzien van de persoonlijke ethiek tekent zich een vergelijkbaar patroon af. In 2011 vroeg Christianity Today of iemand die in een publiek ambt gekozen is, ethisch kan handelen terwijl hij zich in zijn persoonlijk leven immoreel heeft gedragen. Daarop gaf 30% een bevestigend antwoord; in 2016 is dat percentage gestegen tot 72 en niet minder dan 42% antwoordt dat een buitenechtelijke affaire geen verschil zou maken voor het stemgedrag.

Wijst dit op een fundamentele verandering in opvattingen in de richting van een scheiding van geloof en politiek? Of moeten we dit vooral interpreteren als een pragmatische opstelling of een poging het eigen stemgedrag te rechtvaardigen? Je kunt moeilijk zeggen dat onethisch gedrag een verhindering is een bepaalde kandidaat te steunen en dan vervolgens iemand in het Witte Huis kiezen die in onethische gedragingen grossiert.

Er is nog een statistiek die van belang is en misschien komen we dan dichter bij de kern van de zaak. De tiende vraag die Christianity Today aan de geënquêteerde evangelicalen voorlegde was, welke kwesties voor hen het zwaarste wogen. De lijst met percentages is hoogst interessant. Want wie denkt dat zaken als abortus en het homohuwelijk wel hoog zullen scoren, komt bedrogen uit. De economie scoort het hoogst, gevolgd door nationale veiligheid. Wanneer we dan naar de cijfers voor de blanke evangelicalen kijken, is de lijst nog onthullender. Bovenaan staan terrorisme, de economie en – ex aequo – immigratie en buitenlandse politiek. Deze worden gevolgd door gun policy – wat geïnterpreteerd moet worden als het recht een wapen te dragen – en benoemingen voor het Hooggerechtshof. Waar staat abortus? Op een elfde plaats – dit issue haalt net een meerderheid van 52% van de ondervraagden als ‘heel belangrijk’ bij de keuze voor een bepaalde kandidaat. Het zegt iets over de prioriteiten van blanke evangelicalen dat economie, immigratie en het recht een wapen te dragen hoger scoren dan abortus. Het zegt ook veel dat de behandeling van raciale en etnische minderheden slechts 51% scoort en het milieu een magere 34%. Veel Amerikaanse (blanke) evangelicalen lijken daarmee in de eerste plaats geïnteresseerd te zijn in het eigen (materiële) welbevinden, meer dan in de publieke moraal. Ook nationalisme speelt een belangrijke rol, zoals uit het gewicht van immigratie blijkt.

Als bezwaar tegen christelijke politiek in de VS is vaak ingebracht dat die wordt versmald tot enkele kwesties: abortus, gezin, Israël. Maar de hier aangehaalde cijfers laten zien dat de situatie veel ernstiger is. De genoemde kwesties zijn voor veel evangelicale leiders en opiniemakers – degenen die zich in de media manifesteren en ons beeld van de Amerikaanse evangelicale wereld in hoge mate bepalen – wellicht inderdaad doorslaggevend. Maar voor veel evangelicale ‘leken’ lijkt christelijke politiek niet meer dan een masker waarachter zich politieke standpunten verbergen die met het christelijk geloof weinig tot niets van doen hebben of daar zelfs haaks op staan. De gekozen vice-president Mike Pence beweerde dat hij in de eerste plaats christen was en pas dan Amerikaan. Het is niet aan mij om dat te beoordelen. Maar wie naar de cijfers kijkt kan niet anders dan concluderen dat veel Amerikaanse evangelicalen eerst Amerikaan zijn en pas dan christen. Het valt overigens te vrezen – en dat is misschien nog erger – dat velen daartussen geen verschil zien en die met elkaar vereenzelvigen.

Op grond van de hier gereleveerde gegevens lijkt me de conclusie gewettigd dat een substantieel deel van de Amerikaanse evangelicalen – en dan vooral het blanke deel daarvan – in sterke mate geseculariseerd is. Dat de VS een in hoge mate door het christendom gestempelde samenleving zou zijn, krijgt steeds meer de trekken van een mythe.
De te pas en te onpas gebruikte wens “God bless America” verandert daar niets aan.