Archief

Posts Tagged ‘homoseksualiteit’

Een schot naast het doel

7 januari 2019 1 reactie

De zogenaamde Nashvilleverklaring, een “gezamenlijke verklaring over Bijbelse seksualiteit”, zoals het op de website wordt samengevat, heeft heel wat stof doen opwaaien. Dat vanuit seculiere kring en door christenen die je als ‘liberaal’ zou kunnen bestempelen, in sterk afkeurende zin werd gereageerd, is uiteraard geen verrassing. Maar ook binnen min of meer ‘orthodoxe’ kring heeft de verklaring tot discussie geleid. Een aantal voorgangers, die benaderd waren om hun handtekening te zetten, hebben dat geweigerd. Twee hoogleraren van de Theologische Universiteit van Apeldoorn (CGK) hebben zich door middel van een artikel van de verklaring gedistantieerd. De kritiek valt in twee categorieën uiteen: sommige christelijke voorgangers hebben kritiek op de inhoud; in tegenstelling tot de ondertekenaars van de verklaring accepteren zij seksuele diversiteit, anders dan alleen die van man en vrouw, als onderdeel van de schepping en zien zij ruimte voor homoseksuele relaties binnen de kerk. Anderen hebben vooral kritiek op de gang van zaken en het gekozen middel, hoewel ook zij soms bedenkingen hebben bij bepaalde elementen van de inhoud.

Ik laat die inhoud op dit moment voor wat ze is. Hier concentreer ik me vooral op de vraag wat de zin en de uitwerking van deze verklaring zijn.

Wat was eigenlijk de concrete aanleiding voor deze verklaring? Er wordt in de inleiding gerept over “een historische overgangssituatie” en er wordt op gewezen dat “de westerse cultuur in toenemende mate postchristelijk is geworden”. Daar valt weinig op af te dingen. Maar vervolgens wordt dit specifiek gerelateerd aan de visie op “het zelfverstaan als mannelijk en vrouwelijk”. Waarom werd dit als voorbeeld van een postchristelijke cultuur gekozen? Dat kan waarschijnlijk niet los gezien worden van de Amerikaanse context, waarin de oorspronkelijke verklaring is ontstaan. In de Verenigde Staten staan de opvattingen vaak scherper tegenover elkaar dan bij ons. Christenen die de Schrift willen volgen, hebben vaak te maken met agressieve tegenstand, die probeert de invloed van christelijke opvattingen zoveel mogelijk in te dammen. Afgezien van de Amerikaanse neiging tot radicaliteit heeft dit ongetwijfeld ook te maken met de nog steeds prominent aanwezige invloed van het christendom in de samenleving. Dat is bij ons anders: wat christenen zeggen en vinden wordt òf niet waargenomen òf als relatief irrelevant genegeerd. Grote conflicten tussen christenen en seculieren, zoals die in de VS soms voorkomen, zijn hier grotendeels afwezig en daarom mag de vraag gesteld worden of er wel enige urgentie bestond om de verklaring in een Nederlandse variant te publiceren. Wij hebben hier christelijke scholen die een grote mate van vrijheid hebben om christelijke normen over te dragen en ook wordt christelijke ouders geen strobreed in de weg gelegd om hun kinderen een christelijke opvoeding te geven, ook ten aanzien van huwelijk en seksualiteit.

Ook onduidelijk is tot wie de verklaring precies gericht is. Wie zijn de geadresseerden? De seculiere samenleving wordt hiermee niet bereikt, want de gebruikte argumenten worden òf niet begrepen òf op voorhand afgewezen, omdat ze ontleend zijn aan de bijbel, die voor seculieren niet relevant en in elk geval niet gezaghebbend is. Dat laatste geldt ook voor ‘liberale’ christenen, voor wie de bijbel hooguit een bron van inspiratie is, maar ook niet meer dan dat. Ook zij zullen door deze verklaring niet overtuigd worden.

In het ‘voorwoord’ wordt uitgesproken dat de verklaring wordt aangeboden “in de hoop dat wij hiermee de kerk van Christus dienen en hiermee openlijk getuigenis afleggen van de goede doeleinden die God heeft met de menselijke seksualiteit en die Hij in Zijn Woord heeft geopenbaard.” Gezien de argumentatie en woordkeuze richt de verklaring zich vooral op dat deel van de ‘kerk van Christus’ dat de bijbel als het gezaghebbende Woord van God aanvaardt. Wellicht wil men degenen die daartoe behoren een steuntje in de rug geven door hen ervan te verzekeren dat ze er niet alleen voor staan. Maar zou het ook niet de bedoeling kunnen zijn geweest piketpaaltjes te slaan? Wil men het orthodoxe deel van de Nederlandse christenheid ervan overtuigen dat we op dit punt niet moeten gaan schuiven?

Die vrees lijkt me niet ongerechtvaardigd. Ook in kerken die als ‘orthodox’ bekend staan, is toenemende verlegenheid met vooral homoseksualiteit te constateren. Waar nog maar een paar decennia geleden er geen twijfel over bestond dat in de kerk geen ruimte was voor homoseksuele relaties, lijkt er nu een grotere openheid daarvoor te bestaan. Deze verklaring zou bedoeld kunnen zijn om te waarschuwen de weg naar acceptatie van zulke relaties niet in te slaan. Het is echter twijfelachtig of ze daarin zal slagen.

Dat heeft alles te maken met de gekozen methode. De ondertekenaars zijn in overgrote meerderheid voorgangers van kerken en gemeenten; er zijn er ook bij die geen voorganger zijn maar in hun kerkelijke kring – en soms ook daarbuiten – enig gewicht hebben. Maar hoewel bij alle ondertekenaars vermeld staat uit welke kerk of kring ze afkomstig zijn, hebben ze alle op persoonlijke titel getekend. Dat werpt de vraag op wat precies de status van deze verklaring is. Ze is niet kerkelijk ingebed en daarom is het twijfelachtig dat ze tot kerkelijke verklaringen of besluiten zal leiden. Van de PKN is zo’n besluit sowieso niet te verwachten, gezien de principiële verdeeldheid. Bevindelijke kerken als de Gereformeerde Gemeenten en de Hersteld Hervormde Kerk hebben deze verklaring niet nodig om tot eventuele kerkelijke besluiten te komen. Daarmee is deze verklaring niet veel meer dan een hartenkreet of – iets minder vriendelijk geformuleerd – een oprisping, zonder enig concreet gevolg.

Bij de status van de ondertekenaars valt nog wel een kritische kanttekening te plaatsen. De meesten zijn voorgangers en bij de pogingen het aantal ondertekenaars uit te breiden, zouden specifiek voorgangers benaderd worden. Daarmee wordt hun een speciale status toegekend. Maar waarom eigenlijk? In reformatorische kring zouden voorgangers niet de koers van de kerk moeten bepalen. Het is wellicht veelzeggend dat de ondertekenaars vooral afkomstig zijn uit bevindelijke kerken en uit evangelische kring. In beide worden voorgangers nogal eens op een voetstuk gezet en beslissen zij in hoge mate hoe de hazen lopen. Je krijgt uit de lijst van ondertekenaars bijna de indruk dat hier een aantal ‘geestelijke leidslieden’ – mensen die weten hoe het zit – ex cathedra de “schare die de wet niet kent” toespreken. Maar alleen de paus heeft de pretentie ex cathedra te kunnen spreken en daarmee heeft de Reformatie afgerekend. ‘Geestelijke leidslieden’ kent de reformatorische wereld niet. Besluiten over de leer van de kerk en over de ethische consequenties daarvan horen principieel thuis op de tafels van kerkelijke vergaderingen.

Ik wees al op de mogelijkheid dat de ondertekenaars vooral willen waarschuwen tegen een acceptatie van homoseksuele relaties en in het algemeen een ‘liberale’ manier van omgaan met vragen rond gender, zoals dat tegenwoordig genoemd wordt. Die openheid is inderdaad te signaleren in kerken die als ‘orthodox’ bekend staan. En daarmee komen we bij de kern van de zaak, want op de achtergrond speelt de vraag of de bijbel eigenlijk nog wel eenduidig is. Kun je met de Schrift niet verschillende kanten op? Dat is wel een gedachte die in orthodox-christelijke kring veld wint. Het meest duidelijke voorbeeld daarvan is de discussie in vooral de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) over de vraag of ook vrouwen tot de ambten van predikant en ouderling kunnen worden toegelaten. De Generale Synode, die de ambten voor vrouwen openstelde, deed geen dwingende uitspraak – “zo is het en niet anders” – maar presenteerde haar argumentatie als één van de mogelijkheden. De bijbel levert, naar haar mening, geen sluitende argumenten voor één van beide standpunten.

Dit is geen geïsoleerde kwestie. Ook op andere terreinen wordt steeds vaker ervoor gekozen het maar aan gemeenten of zelfs aan individuele gelovigen over te laten, welke conclusies ze aan de boodschap van de Schrift verbinden. Dat leidt onvermijdelijk tot een grotere pluriformiteit in zowel de leer als de ethiek. Daarmee is niet alleen in geding wat we belijden ten aanzien van de kerk, maar ook de manier waarop we de Schrift uitleggen en hoe we aankijken tegen de relevantie van bijbelse geboden en voorschriften.

Een grondige discussie daarover is van het grootste belang. Maar die wordt door deze verklaring niet gediend. Want hier wordt uit een scala van thema’s één bepaalde kwestie uitgelicht. Waarom? Zoals ik hiervoor al schreef is niet duidelijk waarom dit nu juist zoveel urgentie heeft. Maar er zijn meer bezwaren. De concentratie op een onderwerp dat seksualiteit betreft, wekt de suggestie dat het zevende gebod zo ongeveer het belangrijkste van de tien is en dat een zonde tegen dit gebod het ernstigste is van alle. Dat is niet in overeenstemming met wat de Heidelbergse Catechismus daarover zegt. In Zondag 36 wordt de lastering van Gods naam als ‘hoofdzonde’ aangewezen. En dan gaat het niet maar alleen om vloeken, maar in brede zin om het verbinden van Gods naam aan wat niet bij Hem hoort. Dat is door de hele geschiedenis heen nogal eens gebeurd. Wie denkt dan niet aan de kruistochten? En in onze tijd moet gewezen worden op de flirt van sommige christenen met nationalisme, autoritaire leiders en afkeer van vreemdelingen. Ook het welvaartschristendom en de uitbuiting van de schepping door menselijke hebzucht mogen hier niet onvermeld blijven. In dit licht zou men kunnen zeggen dat de ondertekenaars het verkeerde thema hebben uitgekozen.

Die isolatie van één specifiek thema vindt haar oorsprong in het (Amerikaanse) fundamentalisme. Eén van de kenmerken van het fundamentalisme is dat een aantal standpunten als onopgeefbaar worden aangemerkt, zonder dat die deel uitmaken van een groter geheel. Daardoor kan aan de ene kant een christelijke visie op huwelijk en seksualiteit worden verdedigd en kunnen aan de andere kant de uitwassen van de kapitalistische economie en de sociale ongelijkheid over het hoofd worden gezien of zelfs verdedigd. Juist vanuit kerken van de Reformatie zou men daarin niet mee moeten gaan. Het christelijk geloof bestaat niet uit een aantal losse issues, maar is een in de Schrift gefundeerde, samenhangende manier om naar het leven en de samenleving te kijken. Het leven is één.

De ondertekenaars hadden de kerk van Christus een grotere dienst bewezen wanneer ze een bijbels gefundeerde samenhangende visie op de samenleving hadden geformuleerd en waren opgekomen voor het recht deze in de politiek en de samenleving uit te dragen. Ze hadden ook bouwstenen kunnen aandragen voor het hoogstnoodzakelijke debat over de manier waarop de Schrift moet worden uitgelegd en over haar relevantie voor het leven in onze tijd. Die kans hebben ze laten liggen.

Daarmee is deze verklaring een schot naast het doel.

Advertenties