Archief

Posts Tagged ‘Nehemia’

De utopische verleiding

In reactie op de aanslag in Parijs zijn grote woorden gesproken. Massa’s mensen zijn op de been geweest ter verdediging van de vrijheid van een blaadje dat ze wellicht nog nooit gelezen hadden. Ook politici meldden zich: ze gingen de straat op, lieten spierballentaal horen en omarmden de gebeurtenissen als het ultieme bewijs dat ze altijd al gelijk hadden met hun visie dat de islam en de moslims niet deugen. Maar al dat verbale geweld kan niet verhullen dat ze met lege handen staan.

Het antwoord wordt gezocht in dreigingen en repressie waarbij sommigen het met de normen van de rechtsstaat niet al te nauw nemen. Nu en dan klinkt een stem die tot bezinning maant en er op wijst dat daarmee het probleem waarvoor het moslimextremisme ons stelt, allerminst wordt opgelost. Natuurlijk trekken bewegingen als ISIS avonturiers met weinig of geen ideologische bagage aan. Maar de gangmakers zijn ideologisch gedrevenen; misschien moet men ze zelfs idealisten noemen. Ze vechten ergens voor, en dat is precies wat hen tegenstaat in westerse samenlevingen, waarin niet weinige van hen zijn opgegroeid. Waar staan die samenlevingen voor? Wie afgaat op de reacties op de aanslagen in Parijs moet concluderen: voor vrijwel ongelimiteerde vrijheid, waarin werkelijk niets heilig is. Is dat een ideaal waarmee je het hart van mensen wint?

Er worden allerlei analyses ten beste gegeven over de oorzaken van het moslimextremisme. Die voldoen maar ten dele, en ze vallen bij de populistische goegemeente, die van de islam per definitie een afkeer heeft, in onvruchtbare aarde. Populisten en anti-islamisten willen het verschijnsel niet begrijpen en hebben geen behoefte aan informatie; ze hebben al een mening. Zij moeten zich er dan niet over verbazen als we over zo’n vijf à tien jaar even ver zijn als nu en nog steeds geconfronteerd worden met de gruwelen waarvan nu de kranten vol staan en met de onzekerheid wanneer en waar de volgende aanslag zal plaatsvinden.

Niet-moslims voelen een grote afstand tot de idealen en methoden van ISIS en ook onder moslims groeit de afkeer. Maar hoever staan die idealen eigenlijk van ons af? Er worden allerlei factoren genoemd die aan het optreden van ISIS ten grondslag liggen, zoals afkeer van de democratie – door sommige ISIS-aanhangers expliciet verworpen – en het afwijzen van de scheiding van ‘kerk’ en staat. Daarmee wordt het een conflict tussen ‘West’ en ‘Oost’, tussen Verlichting en achterlijkheid. Het echte probleem zou wel eens ergens anders kunnen zitten.

Door de geschiedenis heen hebben mensen verlangd en gestreefd naar een paradijs op aarde. Vrijwel niemand kan zich onttrekken aan – bijbels geformuleerd – de vloek die na de zondeval over de schepping is gekomen. Maar het ligt in de aard van de mens zich daarbij niet neer te leggen. Hij probeert de gevolgen van die vloek tegen te gaan, te verzachten of zelfs op te heffen. Daar is op zichzelf niets mis mee. God heeft aan de mensen grote mogelijkheden gegeven om uitvindingen te doen waarmee ziekten kunnen worden bestreden en veel werkzaamheden zonder al te veel ‘zweet des aanschijns’ kunnen worden verricht. Psalm 8 zegt zelfs dat Hij de mens bijna goddelijk heeft gemaakt. Bijna – en dat dreigt de mens te vergeten. Hij trekt een te grote broek aan en denkt dat niets onmogelijk is. In plaats van de pijn te verzachten matigt hij zich aan dat hij de pijn kan uitbannen. De werkelijkheid is dat vrijwel altijd de oplossing van één probleem nieuwe problemen schept.

Het streven naar een paradijs is onschuldig zolang het mensen aandrijft zich optimaal in te zetten. Het wordt anders wanneer men zijn eigen beperkingen niet onder ogen wil zien. Het gevaar is groot dat men zoekt naar factoren die het ideaal in de weg staan. Daarbij is men dan niet zelden geneigd die uit de weg te ruimen, desnoods met harde hand. Dat kunnen eventueel ook mensen zijn – diegenen, die bepaalde idealen niet delen of zich niet kunnen verenigen met de manier waarop die worden nagestreefd. In de loop van de geschiedenis hebben utopieën en bewegingen die zulke utopieën omhelsden, de nodige schade aangericht. De grootste massamoordenaars van de 20e eeuw – Hitler, Stalin, Mao Zedong, Pol Pot – lieten zich alle door een utopie leiden en alle brandmerkten bepaalde groepen mensen als de factoren die het bereiken van het ideaal verhinderden. Wie verder in de geschiedenis teruggaat kan niet om de Franse Revolutie heen – de concrete uitwerking van de Verlichting waarop velen in het Westen prat gaan en die aan andere culturen ten voorbeeld wordt gesteld. Daarbij zijn heel wat koppen gerold, vooral tijdens de Grote Terreur onder Robespierre waarvan mensen het slachtoffer werden die niet helemaal ‘recht in de leer’ waren. Komt dat iemand wellicht bekend voor? Een maatschappij die gebaseerd moet zijn op vrijheid, gelijkheid en broederschap is niet veel meer dan de seculiere variant van het islamitische kalifaat.

Wie denkt dat het christendom immuun is voor de utopische verleiding kent de geschiedenis van het Europese christendom niet. De van oorsprong lutherse lekenprediker Melchior Hofmann verkondigde dat in 1533 het Duizendjarig rijk zou beginnen en in dat jaar riep Jan van Leiden Münster als het Nieuwe Jeruzalem uit. Twee jaar lang voerde hij een schrikbewind. Na de val van het Nieuwe Jeruzalem gingen de wederdopers over tot het plegen van aanslagen. De utopie is een universele verleiding waarvoor niemand immuun is.

Wie zich daarvan rekenschap geeft, moet onder ogen zien dat wat ISIS drijft, niet zover van ons af staat als we wellicht graag willen geloven. Het heeft ook niets met religie te maken, zoals zij ons graag willen wijsmaken die elke vorm van religie als een gevaar voor de samenleving beschouwen. Ik wees al op de utopieën die de 20e eeuw tot één van de bloedigste in de geschiedenis hebben gemaakt. Geen van de drijvende krachten, die ik hierboven noemde, liet zich door een religieuze overtuiging leiden. Eén van de bekendste utopische ideologieën is die van het marxisme. De uitschakeling van de bezittende klasse zou het arbeidersparadijs dichterbij brengen. In het nationaal-socialisme waren het de joden en andere minderheden die als sta-in-de-weg werden beschouwd.

In onze tijd zijn utopieën nog steeds springlevend. Enkele decennia geleden werd de samenleving bijkans verstikt door de deken die de overheid daarover had uitgespreid. Ook al nam de sociaal-democratie grotendeels afstand van haar marxistische wortels, de utopische verleiding is niet bezworen. Voor haar is de overheid nog steeds een essentieel instrument om een rechtvaardige samenleving tot stand te brengen. We leven nu in de tijd van de ideologie van de markt. Daarin manifesteert zich de (neo)liberale utopie: wanneer men maar de markt zijn gang laat gaan, is welvaart en geluk binnen bereik. Niet de overheid, maar de markt is de geluksmachine. De gevolgen zijn allerwegen zichtbaar.

In onze tijd steekt ook het nationalisme de kop op, in de gedaante van het rechtsradicale populisme. Nu zijn het de moslims en in het algemeen mensen uit niet-westerse culturen die het maatschappelijk geluk verstoren. Hier is de monocultuur het ideaal: de cultuur van ‘echte’ Nederlanders. Wie dat zijn, is voor sommigen glashelder: blank, blond, blauwe ogen.

Mogen mensen dan geen idealisten zijn? Ooit sprak een minister de gevleugelde woorden: “als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan”. Zo’n benadering kan in bepaalde omstandigheden van wijsheid getuigen, maar als levenshouding voldoet ze niet. Het is geen boodschap voor zoekende zielen. Tegen het verlangen naar het paradijs is als zodanig niets in te brengen. Sterker nog, de bijbel gaat daarin voor. Ze schetst weidse perspectieven voor een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarbij alle menselijke voorstellingen van een ‘paradijs’ verbleken. Die nieuwe hemel en aarde zijn een utopie – volgens de Grote Van Dale een “niet te verwezenlijken ideaal”. Dat wil zeggen: niet door menselijke inspanning te verwezenlijken. Ze komen niet van beneden, maar van boven, en worden niet door menselijke inspanning tot stand gebracht.

Het probleem is dat de mens zichzelf niet kent. Wanneer het paradijs op aarde maar niet wil aanbreken, ligt dat inderdaad aan mensen – niet aan andere mensen, maar aan onszelf. Wat steeds weer opvalt in de bijbel is dat mensen die als oprecht en vroom worden gekarakteriseerd, zichzelf niet overslaan wanneer ze zich beklagen over de zonden van het volk of de mensheid in het algemeen. Of het nu Daniël of Nehemia is, ze spreken uit dat “wij” gezondigd hebben. En Elia, die als geen ander in zijn tijd ijverde voor de eer van God, zegt dat hij niet beter is dan zijn voorouders (I Kon 19,4). Alle mensen, zonder uitzondering, dragen de vloek van zonde en onvolkomenheid in zich mee.

Ook christenen die beter zouden moeten weten, bezwijken niet zelden voor de utopische verleiding. Ideeën zoals “overnieuw beginnen” met de kerk of het planten van gemeenten met de pretentie de fouten van de traditie vermijden, geven daarvan blijk. De kerk is dan wel de werkplaats van de Geest, maar hij moet het – en wil het – doen met gebrekkige en zondige mensen. Nogal wat gelovigen zijn voortdurend op zoek naar een kerk die “bij hen past”. Daarmee bedoelen ze dan een kerk waar ze zich niet hoeven ergeren aan wat er misgaat of ontbreekt. Maar dat is vergelijkbaar met het zoeken naar de vierkante cirkel. “De perfecte kerk bestaat niet. En al zou die bestaan, dan zou dat acuut over zijn op het moment dat ik lid zou worden.” Dat was een uiterst verstandige uitspraak van CU-politica Carola Schouten als reactie op de campagne die bekend werd als 7keer7. Helaas is dat inzicht niet ieder gegeven.

Het is niet zozeer het verlangen naar het paradijs of zelfs het nastreven van een utopie als zodanig die de maatschappelijke vrede in gevaar brengen, maar vooral de menselijke overmoed. De kerk beijvert zich om het goede nieuws van de verlossing door Christus uit te dragen. Maar ze moet vooral niet vergeten ook het weinig opwekkende, maar realistische verhaal van het menselijk tekort te vertellen. Dat besef kan mensen wapenen tegen de utopische verleiding en dient de maatschappelijke vrede.

Advertenties

De boodschap van Sandy

Noord-Amerika en een groot deel van de wereld waren de vorige week in de ban van de orkaan Sandy. Weliswaar is men in dat gebied wel iets gewend als het om stormen en orkanen gaat, maar de manier waarop Sandy huishield was zelden eerder vertoond. Het is niet meer dan logisch dat men zich bij zo’n verschijnsel achter de oren krabt en zich afvraagt of hier misschien specifieke oorzaken aan ten grondslag liggen.

Sommigen hadden hun antwoord gauw klaar. In de interneteditie van de Belgische krant Het Laatste Nieuws las ik de volgende kop: “Sandy is de schuld van Obama en de homo’s”. De krant verwees daarmee naar het commentaar van John McTernan, één van de vele Amerikanen die zichzelf opwerpen als spreekbuis van evangelicaal Amerika. Ook Trouw maakte melding van de uitlatingen van McTernan op zijn weblog. Als je zoiets leest zou je je bijna schamen christen te zijn. Je zult maar met zo iemand geassocieerd worden.

De vraag mag wel gesteld worden hoe christelijk McTernan wel is. Hij noemt president Obama een “harde linkse fascist” en beschuldigt hem ervan onder één hoedje te spelen met de Moslim Broederschap met het doel Israël te vernietigen. Ik neem aan dat McTernan de Tien Geboden kent, maar het vijfde en het negende daarvan gelden kennelijk niet voor hem.

Maar heeft hij wel ongelijk dat Sandy een straf op de zonde is? Nee, daar heeft hij helemaal gelijk in. Natuurrampen zijn een gevolg van de zondeval en elke ramp drukt ons met de neus op die werkelijkheid. Maar dat geldt niet alleen voor een ramp van uitzonderlijke omvang, zoals deze. Dat geldt voor elke natuurramp. Ook voor natuurrampen die elders plaatsvinden. Waarom zou Sandy een straf zijn op de tolerantie ten aanzien van homosexualiteit in de Verenigde Staten, zoals McTernan meent? Voordat de storm in zijn land huishield, waren er in Haïti en Cuba al slachtoffers gevallen. Wat was hùn zonde? Het Nederlands Dagblad van 1 november wist te melden dat vrijwel tegelijkertijd delen van Azië door zware stormen geteisterd werden, die ook veel mensen het leven kostte. Wat hadden zij misdaan? Tolerantie ten aanzien van homosexualiteit kan hun moeilijk worden aangewreven, want in die gebieden heeft men daarover doorgaans wat andere opvattingen dan in de westerse wereld. De term ‘westerse wereld’ gebruik ik met opzet, want de heersende opvattingen in de VS en die in West-Europa verschillen op dat vlak niet fundamenteel. Waarom bleef Europa dan gespaard?

Zou God toch niet een specifieke bedoeling met een natuurramp kunnen hebben en die zelfs kunnen gebruiken om de wereld te straffen? Natuurlijk zou dat best kunnen. Maar wij kunnen niet in zijn draaiboek kijken. Het staat niet aan ons te speculeren over zijn bedoelingen. Bovendien gaan mensen dan al gauw hun eigen stokpaardjes berijden. Dat blijkt wel uit de uitlatingen van McTernan. Waarom zouden de opvattingen over homosexualiteit bij uitstek de toorn van God opwekken? Zijn er soms ook geen andere dingen waarover Hij zich boos kan maken? Om in de Verenigde Staten te blijven: hoe staat het met de zorg voor armen en zieken? Zou God zich wellicht ook boos kunnen maken over het materialisme en de hebzucht, die onder andere in het massaal kopen op krediet tot uiting komt? Waar is de wereldwijde kredietcrisis ook al weer begonnen? En hoe staat het met de zorg voor de schepping? Dat lijkt hier bij uitstek relevant, want volgens deskundigen hebben de frequentie waarmee zware stormen zich manifesteren en de kracht ervan te maken met de opwarming van de aarde. Maar juist daarvan – en vooral van de rol van de mens daarin – willen veel christenen in Amerika niets weten. Je krijgt ook niet bepaald de indruk dat ze erg voorop lopen in de bescherming van de schepping tegen uitbuiting door de mens.

Wanneer iemand van mening is dat een natuurramp een straf op de zonde is en meent daaraan uiting te moeten geven, is daar niets op tegen. Maar dan zou hij wel een voorbeeld moeten nemen aan Oudtestamentische figuren als Daniël en Nehemia. Wanneer ze God hun nood klagen, wijzen ze niet anderen als schuldigen aan. Ze betrekken zichzelf er nadrukkelijk bij. Niet zij – “de schare die de wet niet kent” – maar wij hebben gezondigd en gedaan wat kwaad is in Gods ogen (Daniël 9; Nehemia 1). Dat is wat anders dan naar bepaalde bevolkingsgroepen of personen wijzen en zichzelf buiten schot laten. Daniël en Nehemia spreken ook andere taal dan McTernan wanneer zij hun zondigheid en die van het volk waarmee ze zich verbonden voelen niet beperken tot specifieke zonden, maar de houding ten aanzien van de geboden van God als oorzaak voor zijn toorn en straf aanwijzen. McTernan zou er goed aan doen Lukas 13 eens te lezen. Jezus herinnert zijn toehoorders aan “die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel – denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij”.

Natuurrampen zoals Sandy leren de mens ook bescheidenheid, zoals de Amerikaanse rabbijn Benjamin Blech op zijn weblog schreef (Nederlands Dagblad, 30.10.12). “Wij denken te weten waar we naartoe gaan, maar in werkelijkheid kunnen we dat nooit met zekerheid zeggen. Om de zoveel tijd moeten we daaraan herinnerd worden.” De les van Sandy is dat God de wereld regeert. Dankzij Sandy zien we de waarheid achter het gezegde dat de mens wikt en God beschikt.

Of we natuurrampen als Sandy nu interpreteren als een straf van God of als een les in bescheidenheid, de boodschap van Sandy is niet alleen maar voor anderen bestemd, maar toch in de eerste plaats voor onszelf.