Archief

Posts Tagged ‘overdoop’

Avondmaal en kerklidmaatschap

Het is tijd mijn verhaal over de sacramenten en het kerklidmaatschap voort te zetten. In de vorige bijdrage ging het over de doop. Aan het slot kwam de kwestie ter sprake die de uiteindelijke aanleiding vormde voor deze serie: de positie van kerkleden die zich in een andere kerkelijke gemeenschap laten ‘overdopen’. Heeft een ‘overdoop’ gevolgen voor het kerklidmaatschap of kan iemand die zich laat ‘overdopen’ gewoon lid van de gemeente blijven? Ik heb die vraag toen nog opengelaten. Er is een goede reden eerst de relatie tussen avondmaal en kerklidmaatschap te behandelen. Want degenen die zich laten ‘overdopen’ zijn meestal volwassenen, die ook al vaak belijdenis hebben gedaan en dus het recht hebben aan de viering van het avondmaal deel te nemen.

In de vorige bijdrage liet ik zien dat het feit dat de doop binnen de gemeente plaatsvindt, impliceert dat er sprake is van geloofseenheid tussen de doopouders en de gemeente. Die wordt op allerlei manieren bij de bediening van de doop onderstreept. Bovendien wordt de dopeling door de doop formeel in de gemeente opgenomen. Ook tussen avondmaal en kerklidmaatschap bestaat een nauwe band.

Het avondmaal is allereerst een uitdrukking van de band tussen Christus en de gemeente. Christus zelf heeft die bij de instelling van het avondmaal geproclameerd. Paulus onderstreept deze in zijn eerste brief aan de Corinthiërs. “Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus?” (1 Cor. 10,16). Hij laat daar direct op volgen dat het avondmaal ook een gemeenschap met elkaar is. “Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood.” (1 Cor. 10,17). In de christelijke gemeente die met Pinksteren in Jeruzalem ontstaat, is het “breken van het brood” een teken dat de leerlingen met elkaar een gemeenschap vormden (Hand. 2,42). Omdat de viering van het avondmaal een uitdrukking is van de eenheid van de gemeente, gaat Paulus in zijn eerste brief aan de Corinthiërs ook zo uitvoerig in op de misbruiken rond het avondmaal. Die zijn een aanwijzing dat het in de gemeente aan eensgezindheid ontbreekt. Dat had Paulus in de voorgaande hoofdstukken al gesignaleerd toen hij wees op de vele partijschappen.

De belijdenis van het geloof, voorafgaand aan de viering van het avondmaal, onderstreept dat hierin de geestelijke eenheid van de gemeente tot uiting komt. Maar die is niet pas in de avondmaalsviering zichtbaar. Die komt in de eerste plaats tot uitdrukking in de wekelijkse samenkomsten waarin het Woord wordt verkondigd. Woord en sacrament mogen ook in die zin niet van elkaar worden losgemaakt dat het ene vrijblijvend zou zijn en het andere geestelijke verbondenheid veronderstelt.

Wanneer Woord en sacrament onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn heeft dat consequenties.

Wie elke week het Evangelie hoort verkondigen kan zich niet onthouden van de viering van het avondmaal. Omgekeerd kan wie zich aan de wekelijkse evangelieverkondiging onttrekt, geen recht op deelname aan het avondmaal laten gelden. In beide gevallen worden Woord en sacrament van elkaar losgemaakt.

De eenheid tussen Woord en sacrament moet ook dan in stand gehouden worden wanneer gemeenten van verschillende kerkverbanden samen avondmaal vieren. Tussen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) (GKV), de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) en soms ook de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) is in toenemende mate toenadering te constateren. Steeds meer gemeenten erkennen elkaar als gemeente van Christus. Dat is een verheugende ontwikkeling, wanneer deze erkenning gebaseerd is op de normen die de Schrift en de gereformeerde belijdenis hiervoor aanreiken. Ze leidt gewoonlijk tot kanselruil, gemeenschappelijke erediensten en gezamenlijke avondmaalsvieringen. Die drie elementen mogen niet van elkaar gescheiden worden. Wanneer bijvoorbeeld een CGK van tijd tot tijd met de GKV avondmaal viert, maar op andere momenten erediensten belegt met de NGK, terwijl deze door de GKV niet als kerk van Christus wordt erkend, worden Woord en sacrament losgeknipt.

Dat gebeurt ook wanneer gelovigen van buiten de kerkelijke gemeenschap wel het avondmaal willen meevieren, maar voor de wekelijkse Woordverkondiging hun heil in hun eigen gemeente zoeken. Het avondmaal is alleen opengesteld voor wie de geestelijke eenheid van de gemeente wil onderhouden. Daar hoort de Woordverkondiging bij.

Het onderhouden van de eenheid van de gemeente verdraagt zich ook niet met het vieren van het avondmaal in gemeenten waarmee geen geestelijke eenheid bestaat. Gereformeerden kunnen geen avondmaal vieren in een PKN- of evangelische gemeente. Daarmee zetten ze de toegang tot het avondmaal in hun eigen gemeente op het spel.

Ik keer terug tot de vraag die de aanleiding vormde tot deze serie: kan iemand die zich laat ‘overdopen’ lid van de gemeente blijven? Op grond van wat is opgemerkt ten aanzien van de relatie tussen sacrament en kerklidmaatschap moet deze vraag met “nee” beantwoord worden. Wie zich in een gemeente laat ‘overdopen’ belijdt geestelijk één te zijn met die gemeente en verbreekt daarmee de eenheid met de gemeente waarvan hij lid is. Dat moet in elk geval als consequentie hebben dat hij niet meer tot de viering van het avondmaal wordt toegelaten. Er is immers geen sprake van “één lichaam en één geest, (…) één geloof, één doop”, kenmerken van de eenheid van de Geest (Ef. 4). Wanneer er geen formele basis bestaat om in een dergelijk geval te concluderen dat van een “feitelijke onttrekking” sprake is, wordt het tijd dat de kerken door middel van een synodaal besluit uitspreken dat ‘overdoop’ een onttrekking aan de gemeente impliceert. Dat zou ook de uitspraak van de Generale Synode van Harderwijk van de GKV dat een tweede doop “in strijd is met wat de Schrift leert en de kerken belijden” onderstrepen.

Advertenties