Archief

Posts Tagged ‘Syrië’

Emigreren uit het kwaad

Ze trekken vrijwel dagelijks over het televisiescherm: vluchtende christenen die huis en haard verlaten om het vege lijf te redden voor het oorlogsgeweld en de terreur van ISIS. Ze zijn sprekende bewijzen voor het feit dat het klimaat voor christenen in de wereld van vandaag nogal guur is. Het Midden-Oosten is het meest sprekende voorbeeld. Daar hebben ze niet alleen te stellen met de vijandschap van radicale moslims. Christenen in Oost-Jeruzalem raken bekneld tussen de hamer van moslims en het aambeeld van ultra-orthodoxe Joden, die van christenen net zo weinig moeten hebben als hun islamitische tegenvoeters.

Via de vluchtelingen en de aanwezigheid van radicale moslims waait het klimaat van het Midden-Oosten over naar onze contreien. Op allerlei manieren krijgen we daarmee te maken. Soms wordt het conflict tussen christenen en moslims getransporteerd, zoals in sommige asielzoekerscentra het geval lijkt te zijn. Maar dat gure klimaat kan zich op andere wijzen manifesteren. Christenen die de islam als een valse godsdienst bestempelen en het verschil tussen christendom en islam onderstrepen, kunnen zomaar het verwijt krijgen haat te zaaien, zoals predikanten in Duitsland en Noord-Ierland moesten ervaren.

Er zijn ook andere redenen waarom christenen redenen hebben zich steeds meer unheimisch te voelen. In Nederland zien ze met lede ogen aan hoe wat nog van de christelijke cultuur rest in hoog tempo verdwijnt. Zelfs in de bible belt zijn ze niet meer veilig voor de lange armen van het secularisme. In Ede moet de zondagssluiting van de winkels eraan geloven. Dat de bevolking zich per referendum uitsprak tegen openstelling van winkels op zondag werd met een doorzichtige redenering voor irrelevant verklaard. Inmiddels worden ook pogingen ondernomen een wellicht nog sterker door het orthodoxe christendom gedomineerde gemeente als Katwijk te ontdoen van wat als ‘niet van deze tijd’ wordt beschouwd.

In de Verenigde Staten schreeuwen christenen moord en brand nadat het Hooggerechtshof bepaalde dat het homohuwelijk niet in strijd is met de grondwet. Daarmee is een streep gehaald door pogingen op het niveau van de deelstaten zulke huwelijken onmogelijk te maken. Sommige christenen wekken de indruk dat de Verenigde Staten daarmee in één klap tot het niveau van Sodom en Gomorra zijn afgedaald. Er werd zelfs gesuggereerd dat christenen maar moeten gaan emigreren, bijvoorbeeld naar Australië.

Zou dat helpen? Of zouden we misschien, met een variant op een bekend Nederlands spreekwoord, moeten zeggen: al is het goede nog zo snel, het kwade achterhaalt het wel?

In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw zijn Nederlandse christenen naar Zuid-Afrika geëmigreerd, omdat ze de toekomst voor hen en hun kinderen somber inzagen en verwachtten daar nog een door het christelijk geloof gestempelde samenleving aan te treffen. Dat viel tegen. Sommigen kwamen teleurgesteld terug van een bezoek of een langduriger verblijf. Ze constateerden dat Zuid-Afrika niet veel christelijker was dan Nederland. Hetzelfde valt ongetwijfeld van andere samenlevingen te zeggen, ook wanneer daar meer christenen zijn die nog kerkelijk actief zijn, zoals de Verenigde Staten.

Emigreren uit het kwaad – mag dat eigenlijk wel? Soms zit er niet veel anders op, wanneer het kwaad zich dusdanig manifesteert dat blijven levensbedreigend is. Christenen in Syrië en Irak willen niet weg – ze willen blijven waar ze al eeuwenlang thuishoren. Maar veel keus hebben ze niet. In vergelijking daarmee zijn de zaken waarover christenen in onze contreien zich druk maken slechts kleinigheden. De meeste christenen uit het Midden-Oosten zouden hun problemen graag ruilen voor de onze.

Maar wij dan? Het lijkt aantrekkelijk als christenen samen te klonteren in enclaves. De tekenen zijn er: in de bible belt worden megakerken gebouwd met enkele duizenden zitplaatsen, terwijl in andere delen van het land kerken van orthodoxe snit moeten sluiten vanwege een gebrek aan leden of de onmogelijkheid de ambten te vervullen. Het leven van christenen die bij elkaar kruipen wordt er wellicht wel gemakkelijker van. Maar wordt het er ook beter van? Nederland wordt er in elk geval niet beter van. De lamp van het evangelie verdwijnt onder de korenmaat. Het zou ook wel eens contrapoductief kunnen zijn. Enclaves onttrekken zich aan het gezicht van de samenleving en daardoor zal de vervreemding tussen die samenleving en de kerk alleen maar groter worden. Zouden daardoor de tendenzen die christenen willen keren, niet juist versterkt kunnen worden?

Zoals al werd opgemerkt is ook de bible belt niet veilig voor het streven de maatschappij te ontdoen van de resten van een christelijke cultuur, zoals de winkelsluiting op zondag. En dat is maar één van de meest in het oog springende kwesties. Er zullen er in de toekomst ongetwijfeld nog meer komen. De enclaves zullen steeds kleiner worden. Vluchten kan dan niet meer.

Dan blijft dus alleen de confrontatie over. Dat klinkt eng en ruikt naar conflict. En aangezien christenen in de minderheid zijn en naar verwachting een steeds kleinere minderheid zullen worden, kunnen ze dat conflict alleen maar verliezen.

Dat getuigt niet van veel zelfvertrouwen. Of, beter gezegd, van vertrouwen in de kracht van de boodschap. Christenen hebben stevige grond onder hun voeten. Die is niet van zand, dus daar zakken ze niet doorheen. Maar dan komt het er wel op aan op die grond te blijven staan en zich niet in het drijfzand van het populisme te begeven. Christenen moeten de confrontatie niet schuwen, maar dan moeten ze wel de goede wapens hanteren. Op dat punt mogen christenen en christelijke gemeenschappen wel kritisch naar zichzelf kijken.

De crisis rond Griekenland die de media de afgelopen maanden heeft gedomineerd, kan een goede les zijn. De Griekse regering had de mogelijkheid een fundamentele discussie over het dominante economische beleid van de Europese Unie op gang te brengen. Dat beleid lijkt vooral financieel-economisch en weinig sociaal-economisch van aard. Maar door te kiezen voor een ramkoers werd die mogelijkheid om zeep geholpen. Daarmee heeft de Griekse regering niet alleen zichzelf en de Griekse samenleving, maar heel Europa een slechte dienst bewezen. Een politiek van provocatie en frontale aanvaring levert zelden iets goeds op. Ook de Nederlandse politiek laat daarvan een voorbeeld zien. Een politieke beweging als de PVV heeft van zo’n handelwijze haar handelsmerk gemaakt. Haar aanhangers vinden het prachtig, maar haar politieke invloed is nihil.

Helaas laten ook christenen zich ertoe verleiden op ramkoers te gaan liggen. Wanneer een Duitse predikant verkondigt dat er een principieel verschil is tussen christendom en islam verdient hij steun. Maar hij ondermijnt zijn boodschap wanneer hij beweert dat de islam niet bij Duitsland hoort. Dat mag hij vinden, maar die opvatting valt vanuit de Schrift niet te beargumenteren. Het idee dat er een intrinsieke relatie bestaat tussen een religie en een geografisch gebied is in wezen heidens, zoals iedereen kan weten die het Oude Testament kent. Het is bovendien een redenering die zich tegen christenen kan keren. Want hoort het christelijk geloof dan wel in Afrika of in China thuis? Als een godsdienst niet bij een regio of een cultuur past, kunnen zendelingen dan niet beter thuisblijven?

Wie zich in een confrontatie met het secularisme of met andere godsdiensten staande wil houden, dient zich te onthouden van alles wat nodeloos ergernis wekt. Daar horen zeker ook scheldpartijen bij. De Noordierse predikant naar wie ik eerder verwees, sprak als zijn mening uit dat de islam “een in de hel voortgebrachte leer” is. Dat klinkt wel stoer en bij PVV-sympathisanten zal zoiets wel in goede aarde vallen. Maar het is geheel onduidelijk welk doel met zo’n bewering gediend is. Het zal er in elk geval niet toe bijdragen ook maar één aanhanger van de islam tot nadenken te bewegen, laat staan hem nieuwsgierig te maken naar het christelijk geloof.

In de Verenigde Staten zal men van dit soort uitlatingen niet opkijken. Daar zijn politieke en maatschappelijke discussies wat minder gepolijst en scheldpartijen behoren er tot het vaste ritueel. Maar daar kunnen christenen zich niet achter verschuilen. Zij zouden beter moeten weten. Ze zouden moeten laten zien dat het anders kan en – nog belangrijker – dat het op grond van de Schrift anders moet. Te vaak lijkt het in het debat er eerder om te gaan de eigen positie te markeren dan de tegenstander te overtuigen. Er is alle reden voor Amerikaanse christenen alert te zijn op pogingen van de vaak agressieve secularisten alle verwijzingen naar het christelijk geloof uit de publieke samenleving te verbannen. Maar dan moeten ze zelf wel de grenzen van de beschaving in acht nemen en de wet respecteren. Het valt moeilijk sympathie op te brengen voor een openbare school die op slinkse wijze en op een nogal dwingende manier de leerlingen met het christelijk geloof confronteert. Het openbaar karakter van het onderwijs vraagt om terughoudendheid. Wie meent het onderwijs te kunnen gebruiken om leerlingen ongevraagd het christelijk geloof in te prenten, moet niet protesteren wanneer secularisten iets vergelijkbaars doen.

Ook ten aanzien van het homohuwelijk lijken Amerikaanse christenen alle proporties uit het oog te verliezen. Men kan zich er met recht en reden tegen verzetten, maar dat moet dan wel op een principieel-zakelijke en respectvolle wijze gebeuren. Het blijft trouwens moeilijk te doorgronden waarom uitgerekend deze kwestie zoveel emoties oproept. Zijn er niet veel andere zaken waarover christenen zich druk zouden moeten maken? En als het dan over Sodom en Gomorra gaat, was het kwaad daar niet vooral dat de gastvrijheid – in het Midden-Oosten van die dagen één van de belangrijkste deugden – fundamenteel werd geschonden? Dat geeft een wellicht iets andere kijk op ontwikkelingen in de Amerikaanse samenleving, zoals een christelijke voorman die ervoor pleit geen moslims meer toe te laten, niet op grond van hun daden of ideeën maar op grond van de wandaden van geloofsgenoten. Leert de Schrift niet dat ieder verantwoordelijk is voor zijn eigen daden en dat de zoon niet gestraft wordt voor de zonden van zijn vader?

De verschijnselen die aan het begin van deze blog werden beschreven, hoeven we niet te onderschatten. Maar vormen die de grootste bedreiging voor het christelijke leven en de kerk? Het grootste gevaar zou weleens van binnenuit kunnen komen. Secularisatie vindt niet alleen in de samenleving plaats, maar ook binnen de kerk en het christelijke leven. Die innerlijke secularisatie treedt op wanneer de Schrift en de christelijke belijdenis worden ingewisseld voor door onderbuikgevoelens gedreven populisme. Ze treedt op wanneer christenen denken dat geloof en kerk los verkrijgbaar zijn en dat ieder zelf – buiten de gemeenschap van de heiligen om – wel kan bepalen wat waarheid is. Ze treedt op wanneer een Schriftuurlijke ethiek het aflegt tegen de drogredenering dat Jezus iedereen aanvaardt zoals hij is en dat de Schrift eigenlijk geen algemeen geldende regels voor het christelijke leven bevat. Bij zulke vijanden binnen de poort zinken die buiten de poort in het niet.

We moeten nog een stap verder gaan. Het kwaad van de secularisatie bevindt zich niet alleen binnen de poort. Het zit in ieder van ons.

Emigreren uit het kwaad kan niet. Want wie emigreert, neemt altijd zichzelf mee.

Advertenties

De waarschuwing van Sanherib

7 augustus 2012 3 reacties

De burgeroorlog in Syrië duurt nu al maanden voort en vooralsnog lijkt er geen oplossing in zicht. Het zou overdreven zijn te beweren dat dit conflict de gemoederen in Nederland hevig bezighoudt. De Nederlandse publieke opinie is nogal in zichzelf gekeerd geworden en de wereld buiten de eigen grenzen lijkt alleen binnen de horizon te komen wanneer die de eigen portemonnee raakt. Er is nog wel een andere reden voor die terughoudendheid. Mensen kiezen graag partij en dat valt hier niet mee. Wat zich precies binnen de Syrische grenzen afspeelt is nogal moeilijk te doorgronden en, zoals de geschiedenis leert, bij een gewapend conflict is de waarheid het eerste slachtoffer.

Dat in Syrië gruweldaden worden gepleegd staat vast. Maar wie precies verantwoordelijk is voor wat, dat is veel lastiger vast te stellen. Dat hier geen sprake is van wit tegenover zwart is wel duidelijk. In Nederland wordt het conflict, wanneer er al over wordt gediscussieerd, vooral gehanteerd als een factor in de binnenlandse politieke strijd. Degenen die ten strijde trekken tegen wat zij de ‘islamisering’ van het Westen noemen, zijn geneigd wandaden zoveel mogelijk op het conto van de oppositie te schrijven, die ze in het kamp van de radicale islam plaatsen. Daarmee wekken ze in elk geval de suggestie de kant van Assad te kiezen.

Voorzover ik kan vaststellen neigen de meeste christelijke media ertoe voorzichtig positie te kiezen tegen Assad. Daarmee kiezen ze niet per definitie positie voor de oppositie. Dat heeft niet alleen te maken met het optreden van de oppositionele strijdgroepen, maar ook met de opstelling van de christenen in Syrië. Die genoten relatief veel vrijheden onder Assad en zij vrezen dat ze in de hoek zitten waar straks de slagen vallen, wanneer Assad het veld zou moeten ruimen. Daarom zijn ze geneigd hem te blijven steunen.

De steun voor iemand die zich zo duidelijk misdraagt en zich schuldig maakt aan misdaden tegen de menselijkheid is moeilijk te vatten. Gedurende de 20e eeuw hebben de westerse grote mogendheden zich van tijd tot tijd verbonden met weinig frisse regimes om de dreiging van andere grote mogendheden het hoofd te bieden. Zonder de alliantie met de Sovjetunie van Josef Stalin hadden de Verenigde Staten en Groot-Brittannië het Derde Rijk niet op de knieën gekregen. In de tijd van de Koude Oorlog moest men het kleinere kwaad door de vingers zien om het grotere kwaad te kunnen beteugelen. Soms sneden ze zich daarbij in de vingers. Maar dat is een risico dat zich niet altijd laat vermijden. Een politiek van schone handen maakt de wereld meestal niet veiliger.

Maar kunnen burgers van een land die houding – de vijand van mijn vijand is mijn vriend – zomaar overnemen? Het is gemakkelijk vanuit de luie stoel in het veilige Nederland de staf te breken over de opstelling van christenen in Syrië. Je zult maar christen zijn in het door conflicten verscheurde Midden-Oosten, waar de dreiging van de radicale islam een dagelijkse realiteit is. Er zijn bovendien genoeg redenen sceptisch te zijn over de gevolgen van de ‘Arabische lente’ voor christenen, zoals ook in Egypte blijkt. Toch mag dat geen reden zijn elke kritiek dan maar achterwege te laten. Als je over een bepaald onderwerp alleen maar iets mag zeggen wanneer je er persoonlijke ervaring mee hebt, dan kunnen predikanten voortaan beter hun mond houden. In hun verkondiging komen immers voortdurend dingen naar voren, waarmee ze – mag je hopen – geen persoonlijke ervaring hebben. Het zou wel wat vreemd zijn wanneer een voorganger niet zou mogen waarschuwen tegen bijvoorbeeld verslaving, wanneer hij die niet aan den lijve heeft ervaren.

Dan dringen zich in het geval van Syrië toch wel een paar vragen op. De christenen hebben onder Assad een relatief grote mate van vrijheid genoten. Assad hield de radicale islam in toom en aangezien hij zelf tot een religieuze minderheid behoort, kon hij de steun van een andere minderheid wel gebruiken. Zijn welwillende opstelling tegenover de christelijke minderheid is door haar beloond door steun in het conflict dat Syrië nu verscheurt. Op zichzelf is er niets tegen dat christenen in zo’n situatie zich mede door tactische overwegingen laten leiden. Het lijkt er echter op dat de Syrische christenen zich hier hebben verrekend. Volgens een bericht in het Reformatorisch Dagblad van 6 augustus werden de christenen uit het stadje Quseir verdreven “omdat de christenen het regime steunen”. De kritiekloze steun aan Assad heeft hun positie onder een eventueel toekomstig regime ook niet bepaald verbeterd. Het is van buitenaf moeilijk te doorgronden welke krachten binnen de oppositie actief zijn, wat de krachtsverhoudingen zijn en wie aan de touwtjes trekken. Het is heel goed mogelijk dat de radicale islam een flinke vinger in de pap heeft. Maar wanneer de christelijke gemeenschap zich bij de oppositie had aangesloten of in elk geval afstand had genomen van Assad, zou ze haar in elk geval één reden hebben ontnomen om straks met hun vrijheden – en wellicht zelfs met henzelf – af te rekenen.

Tactische overwegingen mogen wel een rol spelen, maar kunnen nooit doorslaggevend zijn. De vraag mag wel gesteld worden of de christenen zich onder het regime van Assad niet wat al te comfortabel hebben gevoeld. Het is natuurlijk fijn wanneer je de vrijheid hebt je eigen geloof te belijden, zeker in een wereld waar dat eerder uitzondering dan regel is, maar is dat een reden de ogen te sluiten voor het onrecht dat Assad andere burgers van zijn land aandeed? Zelfs wanneer we ervan uitgaan dat de Syrische christenen slechts beperkte kennis van de praktijken van hun president hadden – ook velen in het Westen hebben zich door Assad in de luren laten leggen -, kan het hun toch nauwelijks zijn ontgaan dat zijn regime de burgers van Syrië wel erg ongelijk behandelde en dat de mensenrechten van in elk geval een deel van de burgers in ernstige mate werden geschonden. Christenen zouden toch wel de laatsten moeten zijn om dit met de mantel van de liefde te bedekken. Op deze manier wordt op z’n minst de schijn gewekt dat de eigen vrijheid belangrijker is dan de vrijheden van anderen.

Het zijn uiteindelijk ethische overwegingen die de doorslag zouden moeten geven. In dit verband is de opstelling van de Druzen, zoals het Nederlands Dagblad daarover op 2 augustus j.l. berichtte, opvallend. De meesten van hen – die op de Golan hoogvlakte wonen – steunen Assad door dik en dun. Ook hun steun is vooral ingegeven door eigenbelang en de angst het slachtoffer te worden van de wraakzucht van de oppositie, wanneer die eenmaal aan de macht zou zijn gekomen. Maar vooral onder jongeren groeit het verzet. De manier waarop het leger van Assad zich gedraagt, speelt daarbij een belangrijke rol. Je zou hopen dat ook onder christenen in Syrië het inzicht doorbreekt dat de vijand van je vijanden nog niet automatisch je vriend is.

Door zich te laten leiden door tactische overwegingen kan men zich lelijk in de vingers snijden en dat kan ernstige gevolgen hebben. Maar dat is niet het belangrijkste. Christenen zouden zich bij hun politieke stellingnames moeten afvragen welk signaal van hun positiekeuzes uitgaat. Wat zeggen die keuzes over het christelijk geloof? Gaat het om het eigenbelang van de groep of gaat het om gerechtigheid voor de hele samenleving?

Dat is niet maar een vraag voor christenen in een land als Syrië, maar evengoed voor christenen in Nederland. Er zijn christenen die menen dat Nederland het gevaar loopt ‘geïslamiseerd’ te worden en daarom gemene zaak maken met de PVV. Kan een christen het ethisch verantwoorden te stemmen op een partij die groepen in de samenleving vanwege hun geloof wil discrimineren en die er een manier van politiek bedrijven op nahoudt die haaks staat op – bijvoorbeeld – het vijfde en het negende gebod? De SGP heeft zich een tijdlang gekoesterd in de welwillende belangstelling van de VVD. De suggestie van premier Rutte dat liberalen en staatkundig-gereformeerden veel gemeenschappelijk hebben is door de SGP bepaald niet weersproken. Is het haar vertegenwoordigers ontgaan dat de VVD een materialistische partij is die vooral de godsdienst van de mammon belijdt? En hoe is de onder liberalen overheersende mentaliteit van ‘ieder voor zich’ verenigbaar met het door de bijbel geproclameerde recht van de armen?

Wanneer christenen vriendschap sluiten met de vijanden van hun vijanden compromitteren ze de christelijke religie. Bovendien snijden ze zichzelf in de vingers. Wie vandaag een vriend lijkt, kan morgen een vijand blijken te zijn. De PVV is niet alleen anti-islamitisch, ze is ook anti-christelijk. En de VVD zal de SGP in de kwestie van het passief vrouwenkiesrecht echt niet de hand boven het hoofd houden.

De Assyrische generaal Sanherib – nota bene een heiden – waarschuwde koning Hizkia van Juda ervoor steun te zoeken bij Egypte (2 Kon. 18,21), die hij vergeleek met een rietstengel, die de hand doorboort als men erop leunt. Ezechiël gebruikt hetzelfde beeld in zijn profetie tegen Egypte (Ez. 29,6-7). De waarschuwing van Sahherib is nog steeds actueel. De vijand van je vijanden is niet je vriend. Het is een rietstengel waaraan je je ernstig kunt verwonden.