Archief

Posts Tagged ‘verkiezingen’

Christelijke politiek in seculier jasje

Nu de stofwolken van de verkiezingscampagne zijn opgetrokken wordt het tijd het slagveld in ogenschouw te nemen. Welke uitkomst de waarnemers en de deelnemers ook hadden verwacht, niet wat uiteindelijk uit de stembus rolde. De verkiezingsuitslag heeft veel stof tot schrijven gegeven en verschillende kranten schuwden vèrgaande conclusies niet. Dit is niet de plaats hierop verder in te gaan. De geïnteresseerde lezers verwijs ik naar mijn politieke weblog Dingen van de Dag. Ik wil hier vooral de blik richten op de verkiezingsuitslag vanuit christelijk perspectief.

Het CDA verloor opnieuw flink. Dat was te verwachten; zelfs de kopstukken van de partij hielden er van tevoren al rekening mee. Ook al kan het CDA niet als ‘christelijke’ partij worden beschouwd – ze afficheert zichzelf ook nadrukkelijk niet als zodanig – wordt dit terecht als een bewijs van de onverminderde teloorgang van de christelijke politiek in Nederland beschouwd. Daar staat dan tegenover dat de SGP een zetel winst boekte en de ChristenUnie haar zeteltal wist te behouden. Daar had ze overigens wel reststemmen voor nodig; die waren het resultaat van de lijstverbinding met de SGP, waarover sommige (voormalige) ChristenUnie-stemmers hun gal spuwden. Volgens opiniepeiler Maurice de Hond had de uitslag er anders uitgezien, wanneer niet zoveel kiezers ‘strategisch’ hadden gestemd. De ChristenUnie zou dan een zetel hebben gewonnen. Daarmee was ze dan terug geweest waar ze voor de vorige verkiezingen was.

Er is bij deze verkiezingen strategisch gestemd op een schaal die zelden eerder is vertoond. Velen waren er zo op gebrand dat de VVD dan wel de PvdA de grootste zou worden en dus zou kunnen bepalen hoe bij de kabinetsformatie de hazen lopen dat ze niet hun eerste keuze aankruisten, maar de partij die ze de leiding bij de formatie wilden geven. Het resultaat van al hun strategische overwegingen is uiteindelijk dat ze mogelijk beide partijen in de regering krijgen. Uit de peiling van Maurice de Hond mag worden afgeleid dat ook christelijke kiezers strategisch hebben gestemd. Kennelijk zagen ze er geen probleem in hun stem aan een seculiere partij te geven. Dat kan nauwelijks verwondering wekken, gezien het feit dat er zelfs christenen op de kandidatenlijsten van seculiere partijen stonden. Op 23 augustus publiceerde het Nederlands Dagblad een artikel waarin drie van hen aan het woord komen. Of eigenlijk zijn het er maar twee: Linda Voortman (D66) is weliswaar van rooms-katholieken huize en draagt haar religieuze opvoeding nog steeds met zich mee, zoals ze het zelf zegt, maar is niet “praktiserend gelovig” meer.

Jacques Monasch (PvdA) verwijst naar de bekende tekst van de profeet Micha om zijn politieke inspiratie te verwoorden. De bijbel is voor hem een belangrijke drijfveer, maar hij heeft nooit overwogen zich bij een christelijke partij aan te sluiten. “Ik heb bewust gekozen voor een partij waarin allerlei overtuigingen, dus ook van niet-christenen welkom zijn. Tegelijk moest er wel ruimte zijn om aan het christelijk geloof je drijfveer te ontlenen.”
Tjitske Siderius, gereformeerd vrijgemaakt, stond op de kandidatenlijst voor de SP. “De SP staat voor gelijkwaardigheid, solidariteit, menselijke waardigheid en naar je naaste omzien. Dat zijn waarden die ook in de Bijbel centraal staan. Voor mij is het belangrijk dat je niet alleen christen bént, maar ook daarnaar handelt. Juist de SP besteedt veel aandacht aan armoedebestrijding, zorg voor gehandicapten en goed onderwijs. Dat praktische kom ik in mijn partij veel meer tegen dan in partijen als CDA en ChristenUnie.”

Het feit dat kandidaten van seculiere partijen lid zijn van een kerk is op zichzelf niets nieuws. De politiek leider van de VVD, Mark Rutte, is ook lid van een kerk en liet niet na daarop te wijzen toen hij eerder dit jaar de jongeren van de SGP met een bezoek vereerde. Maar dat staat helemaal los van zijn politieke werk. Na de Tweede Wereldoorlog werden pogingen ondernomen christenen los te weken uit christelijke partijen en hen ertoe te bewegen zich bij de Partij van de Arbeid aan te sluiten. Men sprak hierbij van doorbraak. Dit streven ging nota bene van christenen uit, die waren beïnvloed door de Zwitserse theoloog Karl Barth, die principieel bezwaar had tegen christelijke politiek. Deze doorbraaksocialisten wilden overigens wel vanuit hun christelijke overtuiging binnen de sociaal-democratie actief zijn.

In de huidige discussies over christelijke politiek speelt Barth geen rol meer, althans niet expliciet. Monasch en Siderius sluiten zich in zoverre bij de doorbraaksocialisten aan dat zij zich door hun geloof laten inspireren in hun politieke werk. Siderius brengt dat tot uitdrukking door te zeggen dat ze een “christelijke SP’er” is en geen “socialistisch christen”.
In hun verantwoording van hun beslissing zich bij de PvdA respectievelijk de SP aan te sluiten, wijzen zowel Monasch als Siderius op elementen in het verkiezingsprogramma die zij belangrijk vinden. Bij beiden speelt naastenliefde een belangrijke rol, dat praktisch wordt vertaald in bijvoorbeeld aandacht voor armoedebestrijding en zorg voor gehandicapten. Het probleem is uiteraard dat deze partijen ook standpunten hebben waarvan je mag aannemen dat christenen er moeite mee hebben. Beiden erkennen dat die er zijn. Maar ze onderstrepen dat binnen hun partijen ruimte bestaat er op bepaalde punten anders over te denken.

De vraag is hoever die vrijheid gaat. Misschien is er wel vrijheid er anders over te denken en wellicht wordt er in de fractievergaderingen ook serieus naar hun opvattingen geluisterd. Maar hebben ze ook de vrijheid er in het openbaar anders over te spreken? Of wordt dat niet op prijs gesteld, omdat daarmee de eenheid van de partij wordt doorbroken? En hebben ze ook de vrijheid eventueel tegen de partijlijn te stemmen? Het is veelzeggend dat Monasch uiteindelijk, ondanks zijn twijfel, voor het verbod op ritueel slachten heeft gestemd. Even veelzeggend is hoe Siderius reageert op de vraag naar de opvattingen van de SP over het bijzonder onderwijs. Daartoe behoort dat de partij vindt dat een christelijke school iedereen als leerling moet accepteren, ook kinderen van niet-christelijke ouders. Ze erkent dat dit een “lastige discussie” is. Maar in plaats van daartegen in het geweer te komen, geeft ze in feite halverwege toe wanneer ze opmerkt dat het goed is dat kinderen al op basisschoolleeftijd met andere godsdiensten in aanraking komen. Wie zich van dit onderwerp op zo’n oppervlakkige manier afmaakt, heeft de discussie in de partij op voorhand al verloren.

Eén van de oorzaken van de politieke instabiliteit is dat de kiezers niet meer ‘merkentrouw’ zijn. Steeds minder mensen stemmen op grond van een samenhangende levens- of wereldbeschouwing. Het gevolg is dat de politiek uiteenvalt in losse issues, tussen welke men geen verband ziet. Dat lijkt ook in christelijke kring het geval te zijn. Willem Ouweneel schreef in het Nederlands Dagblad van 31 augustus een artikel waarin hij betoogt dat christenen niet seculier kunnen stemmen. Hij erkent veel van gereformeerden geleerd te hebben: zij beklemtoonden dat “Gods Woord gezag heeft over alle levensterreinen”. Hij zegt in feite na wat de gereformeerden decennia geleden graag zeiden: het leven is één. Dat sluit een concentratie op één beleidsterrein, met verwaarlozing van andere, uit. Christenen die zich door een seculiere partij laten kandideren of op zo’n partij stemmen doen in feite niets anders dan winkelen in de bijbel. Ze halen eruit wat zij belangrijk vinden en laten liggen wat hun niet uitkomt.

Dat is een verschijnsel dat bij deze tijd hoort. Volgens opiniepeilingen zou de ChristenUnie veel meer stemmen kunnen trekken wanneer ze haar standpunten over zaken als abortus, euthanasie en homohuwelijk zou aanpassen. Veel niet-christenen – en christenen die op deze punten ‘liberalere’ opvattingen hebben – vinden in haar programma veel dat hun aanspreekt. Ze haken af bij wat als ‘typisch christelijk’ geldt. Daaruit blijkt dat ze de motivatie van de ChristenUnie niet begrijpen. Ze prijzen de partij vanwege haar standpunten op sociaal-economisch gebied of ten aanzien van het milieu en de ontwikkelingssamenwerking. Ze hebben geen oog voor de oorsprong van die standpunten. Als de ChristenUnie zich ten aanzien van de zorg voor het milieu en voor de armsten in de wereld beroept op de Schrift, dan kan ze diezelfde Schrift moeilijk dichtlaten wanneer het om de zorg voor het ongeboren of naar het einde neigende leven gaat. Wanneer de Schrift doorslaggevend is in het spreken over het recht van de armen moet ze dat ook zijn wanneer het over de definitie van het huwelijk gaat. Het omgekeerde geldt uiteraard ook: wie het ongeboren leven verdedigt met een beroep op de Schrift zal ook de zorg voor de armen hoog op de agenda zetten, want de Schrift is daarover bepaald niet onduidelijk.

Wie met de Schrift selectief omgaat en daaruit alleen dat selecteert wat hem van pas komt, capituleert voor de seculiere ideologie dat de mens de maat van alle dingen is. En juist daar ligt het fundamentele verschil tussen seculiere en christelijke politiek. Het christelijk geloof zal altijd veel weerstand oproepen, omdat de Schrift een ongemakkelijk en weerbarstig boek is en een boodschap bevat die de mens tegen de haren instrijkt. Geen wonder dat ook een echt christelijke partij, bij alle waardering, altijd veel weerstand zal oproepen.

Dat geldt ook voor elke christenpoliticus. Wanneer hij op alle terreinen van het leven de Schrift het laatste woord wil geven, wordt het lastig te functioneren in een partij waarin het christelijk geloof hooguit één van de vele inspiratiebronnen is. Het seculiere jasje past een christen niet.

Advertenties

Het leven is één

De uitslag van de verkiezingen van 9 juni j.l. heeft een schokgolf binnen christelijk Nederland veroorzaakt. Nooit eerder werd de aanhang van de christelijke politieke partijen zo gereduceerd. Nauwelijks een zesde deel van de bankjes in de Tweede Kamer zal de komende jaren door vertegenwoordigers van het CDA, de ChristenUnie en de SGP worden bezet. Sommigen voorspellen dat dit nog maar het begin is, en dat de rol van de christelijke politieke partijen voor lange tijd zal zijn uitgespeeld.

Dat lijkt allemaal wat overdreven. Het kiezersvolk is op drift en wanneer er over zes maanden weer verkiezingen zouden plaatsvinden, kunnen de bordjes zomaar weer verhangen worden. Zo ooit dan geldt nu de waarschuwing: vandaag hosanna, morgen ‘kruisigt hem’.

Een tweede kanttekening is dat nu ineens het CDA wel erg gemakkelijk bij de christelijke partijen wordt ingelijfd. Van dat christelijk karakter is de afgelopen decennia meestal niet veel gebleken. Ook de ChristenUnie heeft tijdens het laatste kabinet-Balkenende van het CDA niet veel steun ervaren, wanneer zaken aan de orde kwamen die voor de christelijke politiek veel gewicht behoren te hebben. Wel is waar dat binnen het CDA althans nog enig begrip bestaat voor politici en partijen voor wie niet de mens de maat van alle dingen is, maar die de normen voor goed en kwaad buiten zichzelf zoeken. Bij de grote meerderheid van de Nederlandse politici is het begrip daarvoor geheel verdwenen.

Nu gaat deze weblog niet over politiek. Dat komt in mijn weblog ‘Dingen van de Dag’ aan bod. Dat ik er hier toch over schrijf, heeft een reden. Ook de ChristenUnie heeft een flinke veer moeten laten. Zetelverlies was wel te verwachten, vooral aangezien een flink hogere opkomst werd verwacht, met name gezien de deelname van de PVV. In feite viel de opkomst flink lager uit. Toch verloor de ChristenUnie een zetel en meer dan 80.000 stemmen. Daarmee staan we voor de vraag waardoor dit verlies veroorzaakt is.

De ChristenUnie en de SGP konden altijd op een trouwe achterban rekenen. Maar ook die tijd lijkt voorbij te zijn. Bij de laatste Europese verkiezingen liep een deel van de SGP-achterban over naar Wilders. De ChristenUnie leek haar aanhang beter te kunnen vasthouden. Maar waarschijnlijk is dat slechts schijn. Het is voorstelbaar dat een deel van de natuurlijke aanhang van de ChristenUnie al eerder afgehaakt is, maar dat dit werd gecompenseerd door nieuwe kiezers – bijvoorbeeld onder christen-immigranten – en door mensen die weliswaar de principiële uitgangspunten van de ChristenUnie niet delen, maar zich wel aangetrokken voelen door vele onderdelen van haar politieke programma.

Juist het laatstgenoemde soort kiezers staat bij Kamerverkiezingen aan de verleiding bloot strategisch te gaan stemmen om zo de vorming van een kabinet te kunnen beïnvloeden. En het is zeker mogelijk dat de kort voor de verkiezingen opgelaaide discussie over de eventuele kandidatuur van homosexuelen met een relatie hen gestimuleerd heeft hun heil dit keer bij een andere partij te zoeken.

Dit laat zien dat de ChristenUnie zich niet rijk moet rekenen, zoals de laatste jaren weleens is gebeurd. Kiezers die geen band met het christelijk geloof hebben, zullen nooit tot de vaste aanhang van de ChristenUnie gaan behoren. De partij doet er daarom goed aan zich nadrukkelijker te richten op de christelijke kiezer. Want ook hier is iets aan de hand.

Uit de eerste analyses blijkt dat voor christenen het stemmen op een christelijke partij geen vanzelfsprekendheid meer is. Ook onder hen wordt strategisch gestemd. Een stem op Cohen zou een kabinet van VVD en PVV misschien kunnen voorkomen. En daarnaast zijn ook christenen niet immuun voor de neiging van de moderne kiezer de politiek op te delen in losse thema’s, zonder een duidelijke ideologische samenhang. Christenen die zich sterk maken voor een goed milieubeleid kunnen dan zomaar bij GroenLinks terecht komen, daarmee de antichristelijke intolerantie van deze partij negerend.

Gaat dit alles de kerken voorbij? Ik dacht het niet. De tijd dat predikanten vanaf de kansel meer of minder openlijk de gelovigen opriepen op een bepaalde partij te stemmen, is voorbij. Dat is maar goed ook, want daarvoor is de kansel niet bedoeld. Maar daarmee is de kous niet af. De achtergrond van de desertie van de christelijke kiezers is een onderwerp dat de kerk wel degelijk aangaat. Een versterking van de macht van de antichristelijke partijen is bepaald niet in het belang van de christelijke kerken.

Belangrijker is dat de kerken zich bezinnen op de signalen die van de recente verkiezingsuitslag uitgaan. Het lijkt erop dat steeds meer christenen er moeite mee hebben of er geen heil in zien, hun geloof met politieke en maatschappelijke ontwikkelingen te verbinden. Ze leven in toenemende mate in twee werelden, die steeds meer van elkaar gescheiden lijken te zijn. En als dan ook de samenhang tussen op het eerste gezicht afzonderlijke politieke en maatschappelijke verschijnselen steeds meer uit het zicht verdwijnt, is het niet verwonderlijk dat steeds meer christenen de noodzaak van een voluit christelijke politiek niet meer inzien.

Daar ligt een taak voor de kerk. Predikanten en kerkenraden zijn zich zeer wel bewust van het feit dat het geloof vaak niet doorwerkt in het dagelijks leven. Daaraan wordt in preken en anderszins dan ook wel aandacht besteed. Maar waarom zouden politieke keuzen dan buiten schot moeten blijven? Wanneer predikanten in hun preken erop wijzen dat het christelijk geloof consequenties heeft voor de moraal in het dagelijks leven, bijvoorbeeld ten aanzien van huwelijk en sexualiteit, waarom zou dan ook geen aandacht gevraagd kunnen worden voor politieke en maatschappelijke keuzen? Eén van de kandidaten van de PVV voor de verkiezingen is lid van een gereformeerd-vrijgemaakte kerk in Kampen. En in Bunschoten-Spakenburg is een partij in de gemeenteraad gekomen die op de lijn van de PVV zit en geleid wordt door een lid van een gereformeerd-vrijgemaakte gemeente.

Moeten we dit als een normaal en aanvaardbaar verschijnsel beschouwen? Dat lijkt me niet. Zulke dingen zijn symptomen van een verzwakking of zelfs het verdwijnen van de overtuiging dat het leven één is. Die term is decennia geleden gebruikt om de oprichting van gereformeerde organisaties te rechtvaardigen. Hoe men daarover ook mag denken, de idee dat het leven één is en dat het christelijk geloof consequenties heeft, ook op politiek en maatschappelijk vlak, en dus ook in het stemhokje, is voluit schriftuurlijk. Het zou goed zijn wanneer dat in de komende jaren ook vanaf de kansel en in pastorale gesprekken aandacht zou krijgen.