Archief

Archive for augustus, 2010

Coalitie op de kansel

De besprekingen om tot een coalitie van VVD en CDA, met gedoogsteun van de PVV, te komen zorgen voor flinke maatschappelijke onrust. Meer en minder prominente leden van het CDA komen in het geweer om hun bezwaren tegen samenwerking van hun partij met de PVV, in welke vorm dan ook, kenbaar te maken. Daartegenover melden zich dan weer anderen, die de uitkomst van de besprekingen willen afwachten. In de media en op internet bestoken voor- en tegenstanders elkaar in vaak weinig verheffende bewoordingen.

Ook de kerken laat de kwestie niet onberoerd. Verschillende voorgangers uit met name de PKN aarzelen niet vanaf de kansel te verkondigen dat elke vorm van regeringsverantwoordelijkheid van de PVV onverantwoord is. Als reactie daarop laten voorgangers uit vooral de evangelische hoek weten dat juist de PVV een bastion is tegen de dreigende ‘islamisering’ van Nederland. Daarmee lijken oude tijden te herleven. Vooral in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw was het heel gebruikelijk dat in Hervormde en (synodaal) Gereformeerde Kerken op de kansel politieke standpunten werden verkondigd. Eén van de heetste hangijzers was toen de kernbewapening; veel voorgangers van linkse snit gebruikten hun preken om te pleiten voor de afschaffing van de kernwapens, te beginnen in Nederland.

Sindsdien lijkt het wat stil te zijn geworden. Werd toentertijd heftig geprotesteerd tegen ‘politieke preken’, daarvan is de laatste decennia weinig sprake meer. Het lijkt erop dat voorgangers wat terughoudender geworden zijn in hun politieke uitspraken. Ook kerkelijke organen en vergaderingen melden zich minder vaak in het debat over maatschappelijke vraagstukken. Het voert te ver hier uitgebreid in te gaan op de oorzaken van deze ontwikkeling. Ze heeft ongetwijfeld te maken met de verandering van het politieke landschap.

In de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw was dat landschap vrij overzichtelijk. ‘Links’ en ‘rechts’ waren begrippen die beide een scala aan politieke opvattingen vertegenwoordigden, die duidelijk van elkaar te onderscheiden waren. Er bestond weinig onduidelijkheid over de vraag of een partij ‘links’ dan wel ‘rechts’ was. Dat had ook alles te maken met de onderwerpen die toen hoog op de politieke agenda stonden. Dat is inmiddels grondig veranderd, vooral onder invloed van het einde van de Koude Oorlog en de tegenstelling tussen ‘Oost’ en ‘West’. Politieke partijen en maatschappelijke organisaties schudden hun ideologische veren af en de politieke agenda veranderde. Het gevolg is dat ‘links’ en ‘rechts’ inmiddels wat onduidelijke begrippen zijn geworden.

Zeker ten aanzien van de islam is de scheiding tussen ‘links’ en ‘rechts’ niet altijd gemakkelijk te maken. De vrijheid van godsdienst is traditioneel bij ‘rechts’ in veiliger handen dan bij ‘links’. Maar terwijl ‘links’ ernaar streeft publieke uitingen van het christelijk geloof zoveel mogelijk terug te dringen, verzetten juist ‘linkse’ politici zich tegen pogingen van de PVV de vrijheid van moslims hun geloof uit te dragen, in te perken. Anderzijds zijn van ‘linkse’ politici uitspraken te noteren, die evenzogoed uit de mond van Wilders hadden kunnen komen.

Die verwarring zou weleens één van de oorzaken kunnen zijn dat voorgangers niet zo gauw politieke uitspraken op de kansel doen, al wordt dat niet toegegeven. Mw. Netty de Jong-Dorland, PKN-predikante van de Domkerk in Utrecht, is wars van politiek op de kansel. “Je hebt op de kansel te maken met eenrichtingsverkeer. Daardoor heb je als predikant een machtspositie. Het enige wat gemeenteleden kunnen doen om hun onvrede te tonen, is weglopen. Of je dat wilt is maar de vraag.”

Dat is een stellingname die van gezond inzicht getuigt, maar tegelijk de innerlijke zwakte van een kerk als de PKN blootlegt. Het is goed wanneer voorgangers zich bewust zijn van hun bijzondere positie. In de meeste kerkelijke samenkomsten is de voorganger als enige aan het woord. En dat brengt een grote verantwoordelijkheid mee. De voorganger moet er vooral voor waken dat de boodschap van de Schrift niet in diskrediet wordt gebracht door zijn persoonlijke politieke of maatschappelijke stellingnames. En die mogen al helemaal niet met ambtelijk gezag worden bekleed.
Maar het simpele feit dat sommige kerkgangers moeite hebben met wat vanaf de kansel wordt verkondigd, mag geen reden zijn met een boog om controversiële zaken heen te lopen. Dan moet een voorganger natuurlijk wel zeker weten wat de boodschap van de Schrift is. En wat hij als waarheid verkondigt, mag dan niet door een andere voorganger in dezelfde kerkelijke gemeenschap worden tegengesproken. En daar zit precies de zwakte van de PKN.

Wolter Broekema, PKN-predikant in Nijverdal, besteedt in zijn preken wel aandacht aan de Haagse politiek, maar zonder politieke partijen bij de naam te noemen. Hij vreest dat hij gemeenteleden van zich zou vervreemden als hij dat wel zou doen. “We zijn een gemeente met 2.500 zielen. Daar zullen ongetwijfeld PVV-stemmers tussen zitten.” Het is terecht politieke partijen buiten de verkondiging te laten, maar de verwijzing naar het stemgedrag van gemeenteleden is daarvoor niet bepaald een steekhoudend argument. Dat feit zou eerder aanleiding moeten zijn, het gedachtegoed van die beweging tegen het licht van de Schrift te houden.

Ds. Jan-Peter Kruiger, GKV-predikant van Utrecht-N/W, is eveneens terughoudend. Hij spreekt de kerkgangers vooral persoonlijk aan. “Wat doet Jezus in jouw leven, vraag ik de mensen. Wilders heeft daarmee niet zoveel te maken.” Echt niet? Wat Jezus in het leven van mensen doet blijkt toch ook uit de manier waarop ze over moslims en immigranten spreken en hoe ze reageren op de publieke opinie hierover? De manier waarop tegenwoordig vaak wordt gesproken over illegalen of over wie zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt staat haaks op de leer van Christus, en dat mag toch in de preek wel naar voren komen? Zoals ik in een eerdere bijdrage al schreef, het leven is één en de vraag wat Jezus in het leven van de gelovige doet kan dus niet losgemaakt worden van diens maatschappelijke en politieke stellingnames en keuzes.

Terecht zegt Kruiger: “Mensen hebben al gestemd. Dus wat heeft het voor zin om nu de coalitiebesprekingen te behandelen? Ik denk niet dat kerkgangers hier echt wat mee kunnen.” Dat ligt voor PKN-voorgangers waarschijnlijk anders. Zij hebben, in tegenstelling tot hun GKV-collega’s, waarschijnlijk nogal wat CDA-leden in hun gemeente. En die hebben, via het toegezegde partijcongres over de resultaten van de coalitiebesprekingen, dus wel degelijk nog invloed op de uitkomst van het formatieproces.

Hoe dan ook, geen voorganger kan negeren wat het maatschappelijk en politiek debat in hoge mate beheerst. Het is zijn taak het Woord van God te verkondigen, en daarbij past het niet een bepaalde politieke partij op de korrel te nemen, laat staan een standpunt in te nemen over de meest gewenste of een ongewenste coalitie. Maar de huidige politieke constellatie is wel het gevolg van het stemgedrag van mensen. En dat staat onder de kritiek van de Schrift. Voorgangers moeten ook laten zien wat de consequenties van het evangelie zijn. Het gebod “heb uw naaste lief als uzelf” is één van de twee hoofdgeboden die Jezus heeft verkondigd. De aantrekkingskracht van de mentaliteit waardoor de PVV zich laat leiden, geeft alle aanleiding dit gebod in de prediking concreet te maken.

(*) De gegeven citaten stammen uit een artikel in Trouw van 21.8.10.

Advertenties

Discriminatie of evangelisatie?

Naarmate de vorming van een ‘rechts’ kabinet waaraan ook de PVV op één of andere manier bijdraagt, dichterbij komt, lopen de emoties steeds hoger op. In kranten en tijdschriften en niet het minst op internetsites gaan voor- en tegenstanders van zo’n kabinet elkaar te lijf, niet zelden met grof geschut. Ook in christelijke kring is de verdeeldheid groot.

Dat bleek nog eens duidelijk na de verkiezingen. Al bij de eerste consultatieronde liet de SGP weten eventueel wel gedoogsteun te willen verlenen aan een zodanig kabinet. Ook in de reacties op de informatieronde van Ruud Lubbers viel de open houding van de SGP tegenover een ‘rechts’ kabinet op. Dat staat in schril contrast met de afkeer van de PVV en vooral van het meeregeren door de PVV, die de ChristenUnie ten toon spreidt. De verklaring van senator Egbert Schuurman op de site van de partij spreekt wat dat betreft duidelijke taal. Een krant vermeldde in dit verband dat de ChristenUnie geldt als de felste politieke tegenstander van de PVV.

Inmiddels heeft een Comité voor de Rechtsstaat een oproep doen uitgaan naar de leden van de Tweede-Kamerfracties van VVD en CDA, waarin hun wordt gevraagd een coalitie af te wijzen, waarbij de PVV op enigerlei wijze betrokken is, met een verwijzing naar standpunten van de PVV, die op gespannen voet staan met het wezen van de rechtsstaat. Op het discussieforum van het Nederlands Dagblad werd daarop overwegend zeer negatief gereageerd. Weliswaar kan men er niet zonder meer vanuit gaan dat iedereen die reageert christen is, uit de reacties kan toch worden opgemaakt dat dit voor de meesten wel geldt. En dan valt het op hoe negatief wordt gesproken over de islam, en hoever men bereid is te gaan om het vermeende gevaar van de ‘islamisering’ tegen te gaan. Daarbij worden opvattingen geventileerd die je ook in kringen van de PVV kunt horen.

Nu is er voor christenen geen enkele reden positief te zijn over de islam. Wie ervan overtuigd is dat het christelijk geloof het enig ware geloof is en dat niemand tot de Vader kan komen dan door de Zoon, kan niet anders dan de islam als een valse godsdienst bestempelen. Maar wat betekent dat in de praktijk? Is dat een vrijbrief om de aanhangers van dat geloof te beledigen of hen als tweederangsburgers te behandelen? Geeft dat het recht hun vrijheden te ontzeggen die men voor zichzelf – als christenen – wel opeist? Laten we even aannemen dat Nederland inderdaad het gevaar loopt te ‘islamiseren’. Hoe ga je dat gevaar dan tegen?

Het merkwaardige is dat degenen die altijd roepen dat de scheiding van kerk en staat betekent dat de staat zich niet moet bemoeien met de kerk, in het geval van de islam ineens bepleiten dat de overheid zich wel bemoeit met de moskee. Er moet nauwkeurig voor gewaakt worden dat daar geen opvattingen worden uitgedragen die haaks staan op wat wij in Nederland aanvaardbaar vinden. Maar in de kringen van christenen die met de PVV sympathiseren blijft het meestal akelig stil, als het gaat om de geestelijke strijd tegen de islam. Binnen christelijke kerken zijn weliswaar mensen actief ten behoeve van de evangelieverkondiging onder moslims en er zijn gemeenten die speciaal iemand hebben aangesteld om zich hiermee bezig te houden, maar ik heb niet de indruk dat deze activiteiten op erg veel sympathie kunnen rekenen van degenen die in de PVV een bondgenoot zien in de strijd tegen de ‘islamisering’.

Voor een geestelijke strijd tegen de islam moet je natuurlijk niet bij de PVV zijn. Ondanks het feit dat ze er prat op gaat de ‘joods-christelijke cultuur’ van Nederland te verdedigen tegen de ‘aanvallen’ van de islam, moet deze beweging als volstrekt nihilistisch beschouwd worden. De PVV is niet gebaseerd op een levensbeschouwing en heeft moslims dus niets te bieden. Nu is het niet de taak van een politieke partij mensen tot een bepaald geloof te bekeren. Maar het is evenmin haar taak een bepaald geloof te bestrijden en de aanhangers daarvan het belijden van dat geloof onmogelijk te maken.

Wanneer dat geloof leidt tot maatschappelijke misstanden, dan moeten die aangepakt worden. Maar dat betekent niet dat dan aan het achterliggende geloof beperkingen opgelegd mogen worden. Er wordt beweerd dat de islam een politieke ideologie is. Dat is echter geen wetenschappelijk vaststelbaar feit maar een subjectieve interpretatie. Van de islam wordt misbruik gemaakt voor het bereiken van politieke doeleinden. Maar dat is in de loop van de geschiedenis met het christelijk geloof ook gebeurd. Daaruit trekt niemand de conclusie dat het christelijk geloof zelf een politieke ideologie is.

De geestelijke strijd tegen de islam is de taak van de kerk. En juist degenen die zich zoveel zorgen maken over een dreigende ‘islamisering’, zouden zich hiervoor actief moeten inzetten. Bekering tot het christelijk geloof is immers het meest effectieve wapen tegen de ‘islamisering’. Maar dan zitten we wel met een probleem. Want als je iemand wilt bekeren, zul je eerst contact moeten leggen en dat vervolgens moeten onderhouden en ontwikkelen. Iedereen begrijpt dat zo’n contact niet ontstaat en zeker geen stand houdt, wanneer wederzijds respect ontbreekt. En daar zit ‘m de kneep. PVV-sympathisanten hebben geen respect voor moslims, en hun wijze van optreden en hun uitlatingen roepen bij moslims begrijpelijkerwijs geen respect op.

Daaruit moet geconcludeerd worden dat degenen die in Wilders en zijn beweging een bondgenoot zien, in feite het meest effectieve wapen tegen de ‘islamisering’ buiten werking stellen. Naarmate de opvattingen van Wilders meer aanhang krijgen, wordt de evangelieverkondiging onder moslims moeilijker. En het is bepaald niet denkbeeldig dat degenen die moslims benaderen met het evangelie zich steeds vaker expliciet van de PVV en haar strijd tegen de islam zullen moeten distantiëren.

De politieke strijd tegen de islam en de evangelieverkondiging onder moslims laten zich niet verenigen. De uiteindelijke vraag voor christelijke PVV-sympathisanten is daarom wat het zwaarst weegt: het eigen tijdelijke welzijn of het eeuwige welzijn van de moslim.