Archief

Archive for november, 2012

De regie van de tijdgeest

Het zal de in kerkelijke zaken geïnteresseerden niet ontgaan zijn: de Church of England – in de wandeling: de Anglicaanse Kerk – heeft de vorige week op haar synode het recht van vrouwen tot bisschop benoemd te worden, afgewezen. Erg overtuigend waren de stemverhoudingen niet. In elk van de drie categorieën synodeleden – bisschoppen, priesters en leken – moest tenminste tweederde vóór stemmen. Bij de twee eerstgenoemde categorieën werd die meerderheid ruimschoots gehaald, maar bij de leken ontbraken slechts zes stemmen voor de benodigde tweederde meerderheid. Maar volgens de regels was het voorstel wel afgewezen.

De druiven waren zuur voor het kerkelijke establishment. De aftredende aartsbisschop Rowan Williams werd geciteerd met de woorden: “We hebben heel wat uit te leggen” (Trouw, 23.11.12). Wat en aan wie, vraag je je dan af. Alles is toch volgens de regels verlopen? Er was een voorstel dat ook vrouwen in de toekomst het ambt van bisschop zouden mogen bekleden. Dat werd aan de synode voorgelegd. Die heeft bepaalde regels ten aanzien van de stemverhoudingen. Die hebben het genoemde resultaat opgeleverd. Wat valt daar eigenlijk aan uit te leggen?

Misschien bedoelt Williams dat er inhoudelijk iets uit te leggen is. Maar je mag toch aannemen dat ter synode over het voorstel is gediscussieerd. Daarbij hadden de voor- en tegenstanders de gelegenheid uit te leggen waarop hun respectievelijke standpunten zijn gebaseerd. Wie vragen heeft over de motieven van de tegenstanders moet de notulen van de synodevergadering maar lezen. Overigens valt nauwelijks aan te nemen dat die standpunten nog niet bekend waren. Over deze kwestie wordt al jaren gediscussieerd en in de media zullen de opvattingen van voor- en tegenstanders wel aan de orde gekomen zijn. Dus zoveel nieuws zal het lezen van de notulen van de desbetreffende synodevergadering wel niet opleveren.

De geciteerde zinsnede heeft uiteraard een andere bedoeling. Wat Williams eigenlijk wil zeggen is: dit valt niet uit te leggen. Dat wordt wel duidelijk uit een eerdere uitlating die uit zijn mond werd opgetekend. “Buitenstaanders zouden volgens hem weinig begrip kunnen opbrengen voor een instituut dat ‘oostindisch doof lijkt’ voor moderne ontwikkelingen.” (Trouw, 23.11.12). Daar wringt dus de schoen. Iets meer dan een derde van de lekenleden van de synode heeft het aangedurfd ‘nee’ te zeggen tegen wat door de publieke opinie als ‘modern’ wordt beschouwd. Daarbij kan men zich afvragen of dit werkelijk de ‘publieke opinie’ is of eerder wat kerkelijke – en politieke – smaakmakers denken dat de publieke opinie is.

Ik betrek hier niet voor niets politieke smaakmakers bij. Want ook de politiek in het Verenigd Koninkrijk roerde zich. In hetzelfde nummer van Trouw stond te lezen: “Labour-parlementariër Ben Bradshaw spreekt van een ‘gevaarlijk moment’ voor de kerk. ‘De Church of England moet verantwoording afleggen aan het parlement’, waarschuwde [hij] tijdens een uitzending van de BBC. ‘Als de synode dit zelf niet kan afhandelen, zullen we moeten ingrijpen.’ Bradshaw liet in het midden wat hij precies onder ingrijpen verstaat. Mogelijk wordt de kerk aangesproken op gelijkheidsbeginselen: het niet toestaan van vrouwen voor een bepaalde functie zou immers kunnen neerkomen op discriminatie.”

Niet alleen blijft onduidelijk welke maatregelen de desbetreffende parlementariër in gedachten heeft, maar ook waarop hij een eventueel ingrijpen door de overheid zou willen baseren. Hierbij dient bedacht te worden dat de Church of England staatskerk is: de Britse koningin is formeel hoofd van de kerk. Dat geeft de kerk aan de ene kant een stevige maatschappelijke positie, aan de andere kant maakt het haar ook kwetsbaar, zoals nu blijkt. Er is alle reden de verdere ontwikkelingen nauwlettend te volgen. Wanneer een ingrijpen vanuit de politiek bijvoorbeeld beargumenteerd zou worden met de opvatting dat ook kerken zich moeten onderwerpen aan het non-discriminatiebeginsel dat in de maatschappij geldt, dan wordt het ook voor andere kerken – in het Verenigd Koninkrijk, maar ook elders – ineens een heel actuele kwestie. Het is onwaarschijnlijk dat de bemoeienis van de politiek zich dan tot de Church of England zal beperken. Dan komt het hele beginsel van de scheiding van kerk en staat op de tocht te staan.

Inmiddels zijn de reacties op de uitslag van de stemming ter synode wel onthullend. Sommigen menen dat de besluitvormingsprocedure veranderd moet worden. De voormalige aartsbisschop George Carey “zet nu zijn vraagtekens bij het beslistraject van de synode. ‘Een tweederde meerderheid krijgen is erg lastig. Ik vraag me af hoeveel politieke partijen kunnen regeren met een tweederde meerderheid.'” De regels kunnen natuurlijk altijd veranderd worden. Het was wel geloofwaardiger geweest, wanneer die in een eerder stadium ter discussie waren gesteld. Dat die nu onder vuur genomen worden is niet erg overtuigend. Careys reactie is die van een slechte verliezer. Voor een ruime meerderheid is alles te zeggen. Als ik het wel heb gelden in Nederland in veel kerken vergelijkbare regels bij het beroepen van een predikant. Een ruime meerderheid moet haar stem aan een beroep geven; dat is essentieel voor het draagvlak en dus voor de vrede in de gemeente. De eis van een tweederde meerderheid bemoeilijkt manipulatie en verkleint de armslag van lobbyisten. Zo gek is die regel dus niet.

Ook het Conservatieve Lagerhuislid Tony Baldry liet zich lelijk in de kaart kijken. “Een ander beslistraject zou moeten leiden tot meer representativiteit.” Die kritiek zou hout snijden wanneer de geestelijken – bisschoppen en priesters – er een positief besluit hadden doorgedrukt tegen de wil van de meerderheid van de leken in. Hoe kan een parlementariër er bezwaar tegen hebben dat de wil van de ‘gewone’ kiezer – in dit geval de leken ter synode – de doorslag geeft? Daar heeft hij – nota bene gekozen in een districtenstelsel – zijn Lagerhuislidmaatschap aan te danken.

Het meest onthullend is de hele gang van zaken echter voor de toestand van de Anglicaanse kerk. De afwijzing van de benoeming van vrouwen tot bisschop geeft geen enkele reden tot blijdschap. Het is uiteindelijk niet meer dan een achterhoedegevecht. In 1992 werd het ambt van priester opengesteld voor vrouwen. Daarmee werd de wissel ten aanzien van de bekleding van kerkelijke ambten omgezet. Het is dan weinig logisch het ambt van bisschop voor vrouwen gesloten te houden. In die zin hebben de tegenstanders ter synode het één en ander uit te leggen. De uitsluiting van vrouwen van het ambt van bisschop verandert ten principale ten slotte helemaal niets.

Maar het probleem van de Church of England zit uiteindelijk niet in deze kwestie, maar veeleer in de manier waarop met de Schrift wordt omgegaan. De al eerder geciteerde Rowan Williams gaf onbedoeld precies aan wat er scheef zit: de kerk moet zich in haar opvattingen aanpassen aan ‘moderne ontwikkelingen’. Dat is de logische uitkomst van de ontwikkeling die zijn kerk de laatste decennia heeft doorgemaakt. De Schrift heeft al lang niet meer het laatste woord. En dan duurt het niet lang voordat de tijdgeest de regie overneemt. Dan is het einde niet in zicht. Ook allerlei andere zaken zullen dan moeten worden geofferd op het altaar van de publieke opinie – of wat daarvoor doorgaat.

De Schrift verdraagt zich niet met de tijdgeest en een kerk die het gezag van de Schrift hooghoudt dus ook niet.

Advertenties

Obama’s wake-up call

Verkiezingsuitslagen vragen om analyses. Die vind je dan ook in groten getale in de media. Dat was het geval na de laatste verkiezingen voor de Tweede Kamer, het gebeurt nu na de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

De Amerikaanse kiezers besloten in meerderheid de zittende president Obama nog een kans te geven. Dat mag wel zo geformuleerd worden, want van het enthousiasme van vier jaar geleden was weinig meer te bespeuren. Velen waren teleurgesteld in wat hij heeft bereikt. Dat men desondanks zijn stem aan hem heeft gegeven kan worden geïnterpreteerd als vooral een stem tégen de Republikeinse kandidaat Mitt Romney. Het omgekeerde kwam overigens ook voor. Michel van der Hoek, een Amerikaan met Nederlandse wortels die regelmatig in het Nederlands Dagblad zijn licht laat schijnen over de Amerikaanse politiek en zijn Republikeinse sympathieën niet onder stoelen of banken steekt, moest bekennen dat hij eerder tégen Obama dan vóór Romney had gestemd.

In deze weblog bekijk ik de actualiteit uiteraard vooral vanuit christelijk oogpunt. En ook dan zijn de Amerikaanse verkiezingen interessant. Terwijl in ons land christenen nauwelijks nog gewicht in de schaal leggen bij verkiezingen is dat in de Verenigde Staten heel anders. Vooral in de Republikeinse partij spelen ze een belangrijke rol. Je merkt het in de campagne van de kandidaten: ze proberen te voorkomen dat ze behoudende christenen tegen zich in het harnas jagen. Dus verzekeren ze hun potentiële kiezers bijvoorbeeld dat ze tegen abortus zijn en dat ze de legalisering van het homohuwelijk afwijzen. Dat levert nogal eens ongemakkelijke situaties op. Want vooral Romneys staat van dienst laat op ethisch vlak weinig consistentie zien. Dat heeft onder sommige christenen wantrouwen gewekt. Daar komt nog bij dat ze het geloof van de Mormonen, waartoe Romney behoort, niet als christelijk beschouwen.

Eén en ander heeft ertoe geleid dat onder Amerikaanse christenen, die – vooral sinds Ronald Reagan – in overgrote meerderheid steun gaven aan Republikeinse presidentskandidaten, dit keer soms een andere keuze maakten of besloten niet te gaan stemmen. Wanneer dat alleen zou samenhangen met de persoon en denkbeelden van Romney was voor de Republikeinen de ramp nog te overzien. Romney houdt de politiek voor gezien en over vier jaar kunnen de Republikeinen met een nieuwe kandidaat komen, die het bij orthodoxe christenen wellicht beter doet. Maar zo eenvoudig is het niet. Analisten hebben vastgesteld dat de blanke Amerikanen steeds meer een minderheid worden. Vooral de latino’s nemen sterk in aantal toe en dat geldt ook voor andere minderheidsgroepen, zoals de zwarten en de Aziaten. En onder die groepen hebben de Republikeinen nauwelijks aanhang.

Dat is vooral daarom opmerkelijk, omdat die etnische groepen op ethisch vlak in meerderheid vrij conservatief zijn. Die zouden zich dus bij de Republikeinen eigenlijk meer thuis moeten voelen dan bij de Democraten, die daarin veel liberaler zijn. Toch stemmen ze voor het grootste deel op die Democraten. Dat heeft vooral met sociaal-economische overwegingen te maken. Ze verwachten van de Republikeinen niet veel en stellen hun hoop voor de verbetering van hun positie eerder op de Democraten. Dat is geen wonder: vooral zwarten en latino’s zijn sterk vertegenwoordigd onder de laagste inkomensgroepen. Daar zit een probleem voor de Republikeinen.

Wanneer hun presidentskandidaten steeds uitstralen dat ze vooral de belangen van de blanke bovenklasse willen behartigen, kunnen ze de onderklassen er moeilijk van overtuigen dat hun belangen bij hen in veilige handen zijn. Het is gemakkelijk te zeggen dat mensen niet op grond van hun belangen maar van hun principes moeten stemmen. Maar wanneer Romney en – zelfs in nog sterkere mate – zijn running mate Paul Ryan – nota bene rooms-katholiek – uitdragen dat ze willen bezuinigen op de sociale zekerheid, tegen hogere belastingen voor de rijkste Amerikanen zijn en niets willen weten van Obama’s plannen betreffende de ziektekostenverzekering, kan men van de meest kwetsbare groepen niet verwachten dat ze hun enthousiast hun stem zullen geven.

In het Nederlands Dagblad van 10 november j.l. legt Jan van Benthem de vinger op de zere plek. Volgens hem is “de politieke agenda van de Republikeinse partij (…) vooral die van een radicaal kapitalisme geworden, naast een fanatiek beleden geloof in de zelfredzaamheid van de burgers.” Hij wijst erop dat niet alleen latino’s, maar ook vrouwen moeite hebben met deze koers en dat veel christelijke vrouwen om die reden hun stem aan Obama hebben gegeven. En daarom, schrijft hij, moet er “meer ‘omzien naar de naaste’ in het programma komen, in plaats van ‘omzien naar de belastingverlaging'”.

Wellicht kan de uitslag van de verkiezingen dienen als een wake-up call voor Amerikaanse christenen. Ze hebben zich de laatste decennia heel druk gemaakt om de ‘ethische waarden’ van Amerika. Die hebben ze wel erg eenzijdig ingevuld. Op 7 november wist het Nederlands Dagblad het volgende te melden: “In 1979 werd 12 procent van het totale bedrag aan salarissen in New York verdiend door de bovenste één procent. In 2009 wist die ene procent maar liefst 44 procent van alle salarissen op te zuigen. Daarbij is een belangrijk deel van de middenklasse verdreven uit het domein van redelijke tot goede salarissen.” Dat is niet alleen maatschappelijk en economisch desastreus, het kan ook ethisch niet door de beugel. Er zijn ook nog andere thema’s die voor christenen van belang zouden moeten zijn. In zijn column in het Nederlands Dagblad van 5 november schrijft voormalig redacteur buitenland Aad Kamsteeg: “Ethiek houdt niet op bij gezinswaarden, maar heeft ook te maken met wapenbezit, milieu en illegale immigranten.”

In dit verband wil ik nog wijzen op het interessante artikel van Jan Schinkelshoek, oud-lid van de Tweede Kamer voor het CDA, in het Nederlands Dagblad van 10 november j.l.: “Wilders is geen fascist. Maar is Nederland immuun voor fascisme?” Hij verwijst daarin naar een analyse van historicus A.A. de Jonge, die tot de conclusie was gekomen dat tussen de twee wereldoorlogen de christelijke partijen door hun sociaal heterogene samenstelling een tegenwicht vormden tegen de middelpuntvliedende krachten en “dit heeft in belangrijke mate tot het behoud van de democratie bijgedragen”. Die sociaal heterogene samenstelling was het gevolg van het besef dat ethiek het hele leven bestrijkt en ook met arbeids- en inkomensverhoudingen te maken heeft.

Dat inzicht is bij veel Amerikaanse christenen nog niet doorgedrongen. Ze zien wel in dat de presidentsverkiezingen en de uitslagen van allerlei referenda als nederlagen voor de christelijke politiek moeten worden beschouwd. Maar hoe zullen ze daarop reageren? Met activisme en een verscherpte polarisatie tegen de Democraten en andere ‘liberale’ krachten zal men het tij niet kunnen keren. Er is eerst iets anders nodig: een grondige bezinning op wat het christelijk geloof voor politiek en maatschappij betekent. Daarvoor is dan wel een andere omgang met de Schrift nodig dan de fundamentalistische, die wordt gekenmerkt door selectief lezen en het isoleren van een aantal ‘fundamentele’ geloofswaarheden, los van het geheel van de Schrift. Pas wanneer heel de Schrift opengaat krijgt men oog voor de betekenis van het christelijk geloof voor heel het leven. Het uitdragen van een christelijke persoonlijke ethiek wordt pas geloofwaardig wanneer over de christelijke publieke ethiek niet gezwegen wordt.

De boodschap van Sandy

Noord-Amerika en een groot deel van de wereld waren de vorige week in de ban van de orkaan Sandy. Weliswaar is men in dat gebied wel iets gewend als het om stormen en orkanen gaat, maar de manier waarop Sandy huishield was zelden eerder vertoond. Het is niet meer dan logisch dat men zich bij zo’n verschijnsel achter de oren krabt en zich afvraagt of hier misschien specifieke oorzaken aan ten grondslag liggen.

Sommigen hadden hun antwoord gauw klaar. In de interneteditie van de Belgische krant Het Laatste Nieuws las ik de volgende kop: “Sandy is de schuld van Obama en de homo’s”. De krant verwees daarmee naar het commentaar van John McTernan, één van de vele Amerikanen die zichzelf opwerpen als spreekbuis van evangelicaal Amerika. Ook Trouw maakte melding van de uitlatingen van McTernan op zijn weblog. Als je zoiets leest zou je je bijna schamen christen te zijn. Je zult maar met zo iemand geassocieerd worden.

De vraag mag wel gesteld worden hoe christelijk McTernan wel is. Hij noemt president Obama een “harde linkse fascist” en beschuldigt hem ervan onder één hoedje te spelen met de Moslim Broederschap met het doel Israël te vernietigen. Ik neem aan dat McTernan de Tien Geboden kent, maar het vijfde en het negende daarvan gelden kennelijk niet voor hem.

Maar heeft hij wel ongelijk dat Sandy een straf op de zonde is? Nee, daar heeft hij helemaal gelijk in. Natuurrampen zijn een gevolg van de zondeval en elke ramp drukt ons met de neus op die werkelijkheid. Maar dat geldt niet alleen voor een ramp van uitzonderlijke omvang, zoals deze. Dat geldt voor elke natuurramp. Ook voor natuurrampen die elders plaatsvinden. Waarom zou Sandy een straf zijn op de tolerantie ten aanzien van homosexualiteit in de Verenigde Staten, zoals McTernan meent? Voordat de storm in zijn land huishield, waren er in Haïti en Cuba al slachtoffers gevallen. Wat was hùn zonde? Het Nederlands Dagblad van 1 november wist te melden dat vrijwel tegelijkertijd delen van Azië door zware stormen geteisterd werden, die ook veel mensen het leven kostte. Wat hadden zij misdaan? Tolerantie ten aanzien van homosexualiteit kan hun moeilijk worden aangewreven, want in die gebieden heeft men daarover doorgaans wat andere opvattingen dan in de westerse wereld. De term ‘westerse wereld’ gebruik ik met opzet, want de heersende opvattingen in de VS en die in West-Europa verschillen op dat vlak niet fundamenteel. Waarom bleef Europa dan gespaard?

Zou God toch niet een specifieke bedoeling met een natuurramp kunnen hebben en die zelfs kunnen gebruiken om de wereld te straffen? Natuurlijk zou dat best kunnen. Maar wij kunnen niet in zijn draaiboek kijken. Het staat niet aan ons te speculeren over zijn bedoelingen. Bovendien gaan mensen dan al gauw hun eigen stokpaardjes berijden. Dat blijkt wel uit de uitlatingen van McTernan. Waarom zouden de opvattingen over homosexualiteit bij uitstek de toorn van God opwekken? Zijn er soms ook geen andere dingen waarover Hij zich boos kan maken? Om in de Verenigde Staten te blijven: hoe staat het met de zorg voor armen en zieken? Zou God zich wellicht ook boos kunnen maken over het materialisme en de hebzucht, die onder andere in het massaal kopen op krediet tot uiting komt? Waar is de wereldwijde kredietcrisis ook al weer begonnen? En hoe staat het met de zorg voor de schepping? Dat lijkt hier bij uitstek relevant, want volgens deskundigen hebben de frequentie waarmee zware stormen zich manifesteren en de kracht ervan te maken met de opwarming van de aarde. Maar juist daarvan – en vooral van de rol van de mens daarin – willen veel christenen in Amerika niets weten. Je krijgt ook niet bepaald de indruk dat ze erg voorop lopen in de bescherming van de schepping tegen uitbuiting door de mens.

Wanneer iemand van mening is dat een natuurramp een straf op de zonde is en meent daaraan uiting te moeten geven, is daar niets op tegen. Maar dan zou hij wel een voorbeeld moeten nemen aan Oudtestamentische figuren als Daniël en Nehemia. Wanneer ze God hun nood klagen, wijzen ze niet anderen als schuldigen aan. Ze betrekken zichzelf er nadrukkelijk bij. Niet zij – “de schare die de wet niet kent” – maar wij hebben gezondigd en gedaan wat kwaad is in Gods ogen (Daniël 9; Nehemia 1). Dat is wat anders dan naar bepaalde bevolkingsgroepen of personen wijzen en zichzelf buiten schot laten. Daniël en Nehemia spreken ook andere taal dan McTernan wanneer zij hun zondigheid en die van het volk waarmee ze zich verbonden voelen niet beperken tot specifieke zonden, maar de houding ten aanzien van de geboden van God als oorzaak voor zijn toorn en straf aanwijzen. McTernan zou er goed aan doen Lukas 13 eens te lezen. Jezus herinnert zijn toehoorders aan “die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel – denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij”.

Natuurrampen zoals Sandy leren de mens ook bescheidenheid, zoals de Amerikaanse rabbijn Benjamin Blech op zijn weblog schreef (Nederlands Dagblad, 30.10.12). “Wij denken te weten waar we naartoe gaan, maar in werkelijkheid kunnen we dat nooit met zekerheid zeggen. Om de zoveel tijd moeten we daaraan herinnerd worden.” De les van Sandy is dat God de wereld regeert. Dankzij Sandy zien we de waarheid achter het gezegde dat de mens wikt en God beschikt.

Of we natuurrampen als Sandy nu interpreteren als een straf van God of als een les in bescheidenheid, de boodschap van Sandy is niet alleen maar voor anderen bestemd, maar toch in de eerste plaats voor onszelf.